ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ7649
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.S. Röell
- S. Sicking
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Rechtsgevolgen buitengerechtelijke ontbinding en bewijsverdeling bij koop onroerend goed
In deze civiele zaak staat de ontbinding van een koopovereenkomst van een beleggingspand centraal. Verkoper Bloemers had de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden vóór ingebrekestelling en vorderde een contractuele boete en schadevergoeding van koper Kertowono c.s. De rechtbank oordeelde dat de boetevordering werd afgewezen omdat de overeenkomst al was ontbonden voordat de ingebrekestelling plaatsvond.
De rechtbank stelde dat de erkenning door verkoper van een voorwaardelijke instemming met uitstel van de transactie niet betekent dat verkoper het bewijs moet leveren van die voorwaarden; dit is de bewijslast van koper. Koper moet bewijzen dat partijen onvoorwaardelijk een maand uitstel zijn overeengekomen. Ook moet koper aantonen dat beslag op het pand levering onmogelijk maakte. De rechtbank wees het verweer af dat het faillissement van de huurder het pand ongeschikt maakte, omdat dit niet automatisch betekent dat het pand niet aan de overeenkomst voldeed.
De rechtbank bepaalde dat Kertowono bewijs moest leveren van de vermeende onmogelijkheid tot levering door beslag en van het overeengekomen uitstel. De vordering tot opheffing van conservatoir beslag werd aangehouden tot de einduitspraak. De zaak benadrukt de strikte toepassing van de voorwaarden voor ingebrekestelling en ontbinding en de precieze bewijslastverdeling bij niet-nakoming van koopovereenkomsten onroerend goed.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de contractuele boete wordt afgewezen en Kertowono krijgt de opdracht bewijs te leveren over uitstel en leveringsonmogelijkheid.