ECLI:NL:RBHAA:2006:AY8287
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bij verdeling nalatenschap na beneficiaire aanvaarding
Partijen zijn erfgenamen van hun vader die zonder testament is overleden en hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. De nalatenschap omvat onder meer een woning en schulden. Er is geen boedelbeschrijving opgemaakt, terwijl dit verplicht is volgens artikel 4:211 BW Pro.
Beide partijen vorderen toedeling van de woning aan zichzelf, maar de rechtbank oordeelt dat bij beneficiaire aanvaarding de nalatenschap moet worden vereffend volgens titel 6, afdeling 4 van boek 4 BW, een dwingend rechtelijke regeling die de belangen van schuldeisers beschermt. Hierdoor kan de rechtbank niet overgaan tot verdeling zoals bedoeld in artikel 4:227 juncto Pro 3:185 BW.
De rechtbank verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot verdeling en wijst de vordering tot verklaring van recht af omdat het belang daarvoor ontbreekt. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot verdeling van de nalatenschap en de vordering tot verklaring van recht wordt afgewezen.