ECLI:NL:RBHAA:2006:AY7094
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij herroeping voorlopige aanslag wegens onrechtmatigheid
Eiser kreeg voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd die gebaseerd was op zijn aangifte 2004. Deze aanslag werd later bij uitspraak op bezwaar herroepen en verminderd tot nihil, maar het verzoek van eiser om vergoeding van de kosten die hij in de bezwaarprocedure had gemaakt, werd niet toegekend.
Eiser stelde beroep in tegen het niet toekennen van deze kostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de voorlopige aanslag onjuist was en dat de onjuistheid niet aan eiser te wijten was. De aanslag was niet gebaseerd op een schatting maar op de door eiser ingediende aangifte. De rechtbank vond dat de herroeping van de aanslag te wijten was aan onrechtmatigheid van de Belastingdienst.
Daarom moest de Belastingdienst de kosten vergoeden die eiser redelijkerwijs had moeten maken in verband met de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank wees de kostenvergoeding toe conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van € 805 aan proceskosten en € 37 aan griffierecht.
De rechtbank benadrukte dat het indienen van een bezwaarschrift in deze omstandigheden niet onredelijk was en dat de Belastingdienst onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig op het verzoek om kostenvergoeding te beslissen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 augustus 2006.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van de door eiser gemaakte kosten in bezwaar en beroep wegens onrechtmatige herroeping van de voorlopige aanslag.