ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6676
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bracco Gartner
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wederrechtelijke toe-eigening van telefoontikken
Verdachte werd beschuldigd van het wederrechtelijk toe-eigenen van telefoontikken ter waarde van ongeveer €41.223 door het frequent bellen naar een 0900-servicenummer vanaf zijn werkplek. Deze telefoontikken zouden via de werkgever in rekening zijn gebracht, terwijl verdachte deze zou hebben gebruikt voor privédoeleinden, namelijk online gokken.
De politierechter oordeelde dat niet bewezen is dat verdachte zich telefoontikken heeft toegeëigend. Daarnaast werd geoordeeld dat telefoontikken geen 'goed' zijn in de zin van artikel 310 Sr Pro, omdat het bij telefoneren gaat om het inroepen van een dienst geleverd door een provider, waarbij de afrekening plaatsvindt op basis van belminuten of telefoongesprekken en niet via telefoontikken. Zelfs als er met telefoontikken zou zijn afgerekend, zijn deze slechts een rekeneenheid en geen tastbaar goed waarvan de feitelijke macht kan worden overgedragen.
De rechtbank stelde vast dat het feitelijke bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. Hoewel het feitencomplex mogelijk oplichting van de werkgever zou kunnen impliceren, was dit niet ten laste gelegd. De officier van justitie had een gevangenisstraf en werkstraf gevorderd, maar de rechter sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Het vonnis werd uitgesproken op 10 augustus 2006 door politierechter Bracco Gartner in aanwezigheid van griffier mr. Blaas.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat telefoontikken geen goed zijn en niet bewezen is dat hij zich deze heeft toegeëigend.