ECLI:NL:RBHAA:2006:AX1154
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering na ontbinding arbeidsovereenkomst wegens intrekking Schipholpas
De werknemer trad in april 2005 in dienst bij Asito als schoonmaker van vliegtuigen en kreeg een Schipholpas voor werkzaamheden achter de douane. Na zijn aanhouding en voorlopige hechtenis in oktober 2005 werd zijn pas ingenomen, waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst van rechtswege beëindigde op grond van een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst.
De werknemer werd in december 2005 vrijgelaten en stelde dat zijn voorlopige hechtenis onterecht was, waardoor de ontbindende voorwaarde niet geldig was. Hij vorderde loonbetaling vanaf maart 2006 tot het einde van zijn contract in april 2006 en stelde dat de werkgever onzorgvuldig handelde door hem niet toe te laten tot het werk nadat de pas was geretourneerd.
De kantonrechter oordeelde dat de intrekking van de pas en de voorlopige hechtenis binnen de risicosfeer van de werknemer lagen en dat de werkgever geen invloed had op het intrekken van de pas. Het beroep op de ontbindende voorwaarde was daarom gegrond. De vordering tot loonbetaling werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd door intrekking van de Schipholpas.