ECLI:NL:RBHAA:2004:AS8828
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Verzoeker ontving sinds 1990 een bijstandsuitkering, die werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 2001-2004 wegens het bezit van vermogen boven de vrij te laten grens. Verzoeker beheerde aanzienlijke bedragen op bankrekeningen, die hij stelde voor derden te beheren zonder vrije beschikking.
Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening om beslag op banktegoeden terug te draaien zodat schulden van zijn kinderen betaald konden worden. Hij overlegde verklaringen van derden die het beheer bevestigden, maar deze werden na het beslag opgesteld en onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de tegoeden op de bankrekeningen vermoedelijk tot het vermogen van verzoeker behoren en dat hij niet voldoende heeft aangetoond dat dit anders is. Verzoeker schond de inlichtingenplicht door de rekeningen niet op te geven. De intrekking en terugvordering van de bijstand zijn daarom terecht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker onvoldoende aantoont dat de banktegoeden niet tot zijn vermogen behoren.