ECLI:NL:RBHAA:2004:AO6263
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en executie ontbindingsvergoeding na ontslag op staande voet
De werknemer trad in maart 1994 in dienst bij Auto Trader. In november 2003 werd hij op staande voet ontslagen, maar hij riep de nietigheid van dit ontslag buitengerechtelijk in. Auto Trader verzocht vervolgens de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog bestond. De kantonrechter ontbond de overeenkomst per 15 januari 2004 en kende een ontbindingsvergoeding van €38.000 toe.
De werknemer liet executoriaal beslag leggen op de bankrekening van Auto Trader om de vergoeding te innen. Auto Trader vorderde daarop in kort geding schorsing van de executie, stellende dat het ontslag rechtsgeldig was en de ontbinding dus niet kon worden uitgevoerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet door het ontslag was geëindigd, maar door de ontbinding, omdat de nietigheid van het ontslag voorshands terecht was ingeroepen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat onzekerheid over de geldigheid van het ontslag niet automatisch betekent dat de ontbindingsbeschikking niet executabel is. Daarbij werd overwogen dat de kantonrechter het ontslag reeds inhoudelijk had beoordeeld en niet had erkend. Auto Trader kon geen feiten aanvoeren die twijfel aan dit oordeel rechtvaardigen. De vordering tot schorsing van de executie werd daarom afgewezen en Auto Trader werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van de ontbindingsvergoeding wordt afgewezen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.