ECLI:NL:RBGRO:2012:BY8225

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
13 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
133563/PR RK 12-181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij uitstelprocedure

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. F. Sijens, rechter in de bestuurssector, omdat deze zonder gegronde redenen uitstel verleende voor de mondelinge behandeling van de hoofdzaak, wat volgens verzoeker leidde tot bevoordeling van de wederpartij.

Mr. Sijens stelde dat hij niet verantwoordelijk was voor het uitstel, omdat dergelijke beslissingen administratief door de sectorleiding worden genomen en niet door de toegewezen rechter. De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, behandelde het verzoek en concludeerde dat het enkele feit van uitstel geen aanwijzing vormt voor rechterlijke partijdigheid.

De rechtbank oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. F. Sijens wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 133563 / PR RK 12-181
Datum beslissing: 13 juni 2012
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [A], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. F. Sijens.
1. Procesverloop
1.1. Bij brief van 24 april 2012 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. F. Sijens, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 12/212 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
1.2. Mr. Sijens heeft bij brief ontvangen op 25 april 2012 medegedeeld niet in de wraking te berusten.
1.3. Hierop is een wrakingskamer geformeerd, bestaande uit mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. E.J. Oostdijk en mr. E.M.J. Brink.
1.4. Op 24 mei 2012 is het wrakingverzoek ter zitting behandeld. Mr. Sijens en verzoeker zijn niet ter zitting verschenen.
1.5. Bij brieven van 24 en 25 mei 2012 heeft verzoeker geprotesteerd tegen de gang van zaken om reden dat hij eerst in de middag van 24 mei 2005 het bericht dat de zitting op die dag zou plaatsvinden heeft ontvangen. De rechtbank heeft dit protest van verzoeker opgevat als een verzoek om op een nadere zitting gehoord te worden.
1.6. Op 5 juni 2012 heeft de nadere zitting van de behandeling van het wrakingverzoek plaatsgevonden. Daarbij is verzoeker verschenen. Mr. Sijens is niet ter zitting verschenen.
2. Het standpunt van verzoeker
2.1. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn wrakingverzoek aange¬voerd dat
mr. Sijens de schijn van partijdigheid heeft gewekt door in weerwil van de spoedeisendheid van de zaak zonder dat daarvoor gegronde redenen of bijzondere omstandigheden zijn gebleken uitstel van de behandeling te verlenen, waardoor de verweerder in de betreffende zaak wordt bevoordeeld.
3. Het standpunt van mr. Sijens
3.1. Mr. Sijens heeft aangevoerd dat het verzoek tot wraking niet toegewezen dient te worden. De zaken worden enkel administratief aan een rechter gekoppeld, hetgeen betekent dat er tot de zittingsdag door de rechter aan wie de zaak is toegewezen geen processuele beslissingen worden genomen. Op verzoeken om uitstel, verdaging en ook een versnelde behande¬ling, wordt tot de zittingsdag door de sectorleiding beslist. Aldus heeft hij niet beslist de behandeling uit te stellen.
4. Beoordeling
4.1. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek de toe¬passelijke norm is gegeven in artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria.
4.2. In artikel 8:15 Awb Pro is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 8:15 Awb Pro/artikel 6 EVRM Pro dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet wor¬den vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een proces¬partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.
4.3. De rechtbank is van oordeel dat, noch daargelaten dat de beslissing tot uitstel dan wel verdaging van de mondelinge behandeling niet door mr. Sijens is genomen, de enkele beslissing om voor een mondelinge behandeling uitstel te verlenen of die behandeling te verdagen geen feit en/of omstandig¬heid is waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.4. Nu de rechtbank ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert of waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden, wordt het verzoek tot wraking afgewezen.
5. Beslissing
De rechtbank:
5.1. wijst het verzoek af,
5.2. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 12/212 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
5.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,
mr. Sijens en het College van Burgemeester en Wethouders der gemeente Groningen, Dienst SOZAWE, afdeling Juridische Zaken.
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, E.J. Oostdijk en E.M.J. Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Beuker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.
chb