ECLI:NL:RBGRO:2012:BY2155
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag en verdeling beslagen goederen na geschil over eigendom en diefstal
In deze zaak vorderen [B] en [A] de opheffing van conservatoir beslag dat [C] op hun goederen heeft gelegd, omdat zij stellen dat de goederen op basis van een afspraak uit de woning van [C] zijn gehaald. [C] bestrijdt dit en heeft aangifte gedaan van diefstal. Het beslag betreft diverse kledingontwerpen, materialen en andere roerende zaken.
Tijdens de mondelinge behandeling bereiken partijen overeenstemming over de verdeling van de beslagen goederen, waardoor de vorderingen tot opheffing van het beslag en afgifte van goederen worden ingetrokken. De voorzieningenrechter moet enkel nog oordelen over de proceskosten.
De rechter oordeelt dat het beslag niet onrechtmatig is gelegd en dat de stellingen van [B] en [A] niet zonder nader bewijs kunnen worden aangenomen. Wel blijkt dat een deel van de goederen eigendom is van [B] en [A], wat toewijzing van opheffing van dat deel zou rechtvaardigen, maar dit leidt niet tot een proceskostenveroordeling.
Daarom compenseert de voorzieningenrechter de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.