ECLI:NL:RBGRO:2012:BV6069
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Ritsema van Eck- van Drempt
- M. Kramer
- C.L. Strop
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige kinderen naar Noorwegen bij internationale kinderontvoering
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen naar Noorwegen op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De kinderen waren door de vader zonder toestemming van de moeder naar Nederland gebracht, wat de rechtbank kwalificeerde als ongeoorloofde overbrenging in strijd met het gezamenlijk gezag van de ouders.
De vader voerde verweer met onder meer een beroep op weigeringsgronden uit het Verdrag, zoals het risico op een ondraaglijke toestand bij terugkeer en het verzet van de kinderen. De rechtbank oordeelde dat de vader onvoldoende bewijs leverde dat terugkeer een ernstig gevaar zou opleveren en dat de kinderen zich niet verzetten tegen terugkeer, hoewel zij de huidige situatie in Nederland prefereren.
De rechtbank benadrukte dat het doel van het Verdrag is om snel de situatie voorafgaand aan de ontvoering te herstellen en dat de belangen van het kind hierbij centraal staan. De omstandigheden dat de kinderen inmiddels in Nederland wonen en onderwijs volgen, wegen niet zwaarder dan het gezagsrecht en de noodzaak tot terugkeer.
De rechtbank gelastte de terugkeer van de kinderen naar Noorwegen uiterlijk 10 maart 2012 en stelde een bevel in voor afgifte van de kinderen aan de moeder indien de vader niet vrijwillig zou meewerken. Hiermee werd uitvoering gegeven aan het Verdrag en werd de rechtspositie van de moeder als gezagsouder hersteld.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige kinderen naar Noorwegen uiterlijk 10 maart 2012.