ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ6874
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Klijn
- D.A. Flinterman
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Erkenning van vaderschap op grond van nauwe persoonlijke betrekking tussen man en kind
De man, van Somalische nationaliteit en gehuwd met een andere vrouw, heeft een affectieve relatie met de vrouw en samen hebben zij een kind, [A.]. De man woont al sinds voor de geboorte van [A.] met de vrouw samen en is betrokken bij de verzorging en opvoeding van het kind.
Op grond van artikel 4 van Pro de Wet conflictenrecht afstamming (WCA) is het Somalische recht van toepassing op de erkenning van het kind door de man. De Somalische wet staat erkenning toe, ook buiten het huwelijk, mits het leeftijdsverschil het toelaat en de erkenning met instemming van het kind plaatsvindt. Gezien onduidelijkheid over de Somalische rechtsopvatting toetst de rechtbank ook aan Nederlands recht.
Volgens artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro kan erkenning plaatsvinden indien tussen man en kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat die vergelijkbaar is met een huwelijk. De rechtbank oordeelt dat deze band aanwezig is, mede op basis van de verklaring van de bijzondere curator en het feit dat partijen samenwonen en de man betrokken is bij de opvoeding.
De rechtbank verklaart voor recht dat een nauwe persoonlijke betrekking bestaat en wijst het verzoek tot erkenning toe. Hierdoor kunnen de vrouw en het kind in Nederland blijven en worden zij niet uitgezet.
De uitspraak is gedaan op 5 april 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, waardoor erkenning mogelijk is en verblijf in Nederland kan worden voortgezet.