ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ0180
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst percelen Curaçao wegens erfdienstbaarheid niet gerechtvaardigd
In deze zaak stonden twee kort gedingen centraal over de koop van twee percelen grond in Curaçao. De koper weigerde af te nemen met een beroep op non-conformiteit vanwege een erfdienstbaarheid (recht van overpad) die rustte op een van de percelen, waarover hij niet was geïnformeerd. De afstand van deze erfdienstbaarheid was vastgelegd in een akte van verdeling na een verstekvonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, waarbij een onzijdig persoon namens de niet meer operationele onderneming Hardy & Co handelde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel er aanvankelijk onduidelijkheid was over de rechtsgeldigheid van de afstand van de erfdienstbaarheid, deze onduidelijkheid inmiddels was weggenomen door een openbare betekening en aanvullende garanties van de verkoper. De koper had tijdens onderhandelingen verklaard bereid te zijn mee te werken aan levering indien de formele belemmeringen werden weggenomen, maar had later toch de koop ontbonden. Dit werd als strijdig met de redelijkheid en billijkheid en gewekte verwachtingen beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de afstand van de erfdienstbaarheid als onderdeel van de verdeling van de gemeenschappelijke percelen kon worden beschouwd en dat de onzijdig persoon bevoegd was deze afstand te verklaren. De tekortkoming van de verkoper was van bijzondere aard maar rechtvaardigde geen ontbinding. De koper werd veroordeeld tot medewerking aan de levering binnen acht dagen en tot betaling van de koopsom, met een dwangsom voor niet-naleving. Tevens werd de koper veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Koper wordt veroordeeld tot medewerking aan levering en betaling koopsom; ontbinding niet gerechtvaardigd.