ECLI:NL:RBGRO:2011:BP0827
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Klijn
- D.A. Flinterman
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning minderjarige kinderen door biologische vader
De man, met de Cubaanse nationaliteit, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de erkenning van zijn twee minderjarige kinderen uit een verbroken relatie met de vrouw, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De vrouw weigerde toestemming te geven, mede vanwege zorgen over de thuissituatie van de man en zijn omgang met softdrugs en alcohol. De rechtbank stelde vast dat het Cubaanse recht van toepassing is op de bevoegdheid en voorwaarden voor erkenning, maar dat dit recht geen erkenning mogelijk maakt. Daarom past de rechtbank het Nederlandse recht toe, het recht van de gewone verblijfplaats van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat erkenning in het belang van de kinderen is en dat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met de kinderen niet worden geschaad. De man is de biologische vader en er is een omgangsregeling overeengekomen, hoewel de vrouw deze heeft gestaakt vanwege de omstandigheden. De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat erkenning schadelijke gevolgen voor de kinderen zou hebben.
Op grond van artikel 1:204 BW Pro kan de toestemming van de moeder worden vervangen als erkenning de belangen van de moeder en kinderen niet schaadt en de man de verwekker is. De rechtbank verleende daarom vervangende toestemming aan de man om de kinderen te erkennen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen in hoger beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de man om zijn twee minderjarige kinderen te erkennen.