ECLI:NL:RBGRO:2010:BO6176
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag na doorstart thuiszorgorganisatie
Na het faillissement van het Meavita-concern is de Stichting Continuering Uitvoering AWBZ en WMO Groningen e.o. opgericht om de thuiszorgactiviteiten voort te zetten. De Stichting nam het personeel van Meavita over, waaronder werkneemster Q., die werkzaam was als Verzorgende B. Medio 2009 verleende het UWV toestemming om de arbeidsverhouding met medewerkers in haar functiegroep op te zeggen vanwege een noodzakelijke reorganisatie.
Q. voerde verweer tegen haar ontslag en stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, primair verzocht zij herstel van de arbeidsverhouding en subsidiair een schadevergoeding. De kantonrechter stelde vast dat de Stichting een verliesgevend bedrijf voert en dat de reorganisatie noodzakelijk was om tot een kostendekkende exploitatie te komen. Het afspiegelingsbeginsel werd correct toegepast en de functie van Q. kwam terecht te vervallen.
De kantonrechter oordeelde dat de beslissing van de Stichting om de functie te laten vervallen niet onredelijk was en dat er geen herplaatsingsmogelijkheden waren. Ook het beroep op het gevolgencriterium werd verworpen, mede omdat Q. door de doorstart in een gunstigere positie verkeert dan bij direct faillissement en aanspraak heeft op een wachtgeldregeling conform het sociaal plan. De vordering tot herstel van de arbeidsverhouding en schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van werkneemster na de doorstart wordt niet als kennelijk onredelijk beschouwd en haar vorderingen worden afgewezen.