ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5047
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-naleving wettelijke vereisten
Verzoeker diende op 27 oktober 2010 een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen de behandelend kantonrechter in een lopende civiele procedure. De rechtbank oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd al vóór 2 oktober 2010 bij verzoeker bekend waren. Daarnaast ontbrak in het verzoekschrift de vermelding van de naam van de behandelend rechter, wat een vereiste is volgens de wet.
De rechtbank stelde vast dat niet aan de formele vereisten van artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was voldaan, waardoor verzoeker niet ontvankelijk werd verklaard. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd op 11 november 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen uitgesproken en onmiddellijk aan alle betrokken partijen medegedeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en ontbreken van de naam van de behandelend rechter.