ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7143
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor reiskosten kinderen uit Verenigde Staten
Verzoekster, woonachtig te Groningen, had een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor reiskosten van circa €5.000,- om haar drie kinderen uit de Verenigde Staten naar Nederland te halen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond van het territorialiteitsbeginsel van de Wet Werk en Bijstand (WWB), dat bijstand voor kosten buiten Nederland uitsluit.
Verzoekster was vanwege financiële problemen en medische complicaties lange tijd in de Verenigde Staten verbleven en keerde in 2009 terug naar Nederland met haar jongste kind. De overige kinderen verbleven nog in de VS, waar zij zich volgens verzoekster in een onwenselijke situatie bevinden, met medische aandacht voor zicht- en gebitsproblemen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks het voorstelbare belang van verzoekster en haar kinderen, er geen sprake was van een acute medische noodsituatie die bijzondere bijstand zou rechtvaardigen. Ook werd bevestigd dat het territorialiteitsbeginsel rechtvaardigt dat bijstand niet wordt verleend voor kosten die buiten Nederland zijn gemaakt. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro inzake gezinsleven werd verworpen, omdat het recht op gezinsleven niet verplicht tot financiële ondersteuning voor het ophalen van kinderen uit het buitenland.
Gelet op deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechter zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en stelde dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor bijzondere bijstand voor reiskosten werd afgewezen wegens het territorialiteitsbeginsel en het ontbreken van dringende medische noodzaak.