ECLI:NL:RBGRO:2009:BK4676
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechters in vreemdelingenbewaringszaak
Op 30 september 2009 werden aan twaalf Somaliërs vreemdelingenbewaringsmaatregelen opgelegd. Tegen deze maatregelen werd op 1 oktober 2009 beroep ingesteld door mr. Ilahi. Op 9 oktober 2009 werden de maatregelen hernieuwd opgelegd op een andere grondslag, waarna verzoeker namens vijf Somaliërs eveneens beroep instelde. De rechtbank achtte het beroep tegen de eerste maatregelen mede gericht tegen de nieuwe maatregelen, conform artikel 6:19 Awb Pro.
Verzoeker diende op 12 oktober 2009 een wrakingsverzoek in tegen de rechters Venema-Dietvorst en Dijkstra, stellende dat zij vooringenomen waren en zonder overleg de mondelinge behandeling van de beroepen hadden geannuleerd. De rechters ontkenden vooringenomenheid en voerden aan dat artikel 6:19 Awb Pro van openbare orde is en ambtshalve toegepast moest worden.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker als partij in de procedure moet worden aangemerkt en ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. Echter, de rechtbank stelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. De toepassing van artikel 6:19 Awb Pro was verplicht en stond niet ter discussie. Ook het feit dat de beroepen buiten zitting werden behandeld gaf geen aanleiding tot anders oordelen.
Daarom werden de wrakingsverzoeken afgewezen en werd de beslissing in het openbaar uitgesproken op 9 november 2009.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de rechters werden afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.