ECLI:NL:RBGRO:2008:BD7659

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
17 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
100538 / FA RK 08-574
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezamenlijk gezag over minderjarige na emigratie van de vader

In deze zaak heeft de Rechtbank Groningen op 17 juni 2008 uitspraak gedaan over het gezamenlijk gezag van een stiefouder en de biologische moeder over een minderjarig kind. De verzoekers, bestaande uit de vrouw en haar stiefvader, hebben verzocht om gezamenlijk belast te worden met het gezag over de minderjarige [de minderjarige 1], geboren in 1999. De vrouw had eerder alleen het gezag over het kind, dat door de vader was erkend. De verzoekers zijn sinds medio 2002 samen gaan wonen en hebben in 2005 hun huwelijk gesloten. De vader van het kind, verweerder, heeft recentelijk aangekondigd te willen emigreren naar Bulgarije, waar zijn huidige vrouw en hun dochter al verblijven. Hij stemt in met het verzoek van de verzoekers, omdat hij van mening is dat het in het belang van het kind is dat zij gezamenlijk gezag uitoefenen.

De rechtbank heeft de feiten en omstandigheden in overweging genomen, waaronder de instemming van de vader en de feitelijke situatie waarin de verzoekers als gezin samenleven met [de minderjarige 1]. De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is dat de verzoekers gezamenlijk worden belast met het gezag, en dat aan de wettelijke vereisten is voldaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om in hoger beroep te gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden binnen drie maanden na de uitspraak.

De rechtbank heeft de beschikking uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, en benadrukt dat de verzoekers goed voor [de minderjarige 1] zorgen. De beslissing is genomen met het oog op de toekomstige situatie van de vader in het buitenland, en de noodzaak om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 100538 / FA RK 08-574
beschikking d.d. 17 juni 2008
in de zaak van:
[de vrouw] en [de stiefvader],
wonende te [adres],
verzoekers,
procureur mr. U. Van Ophoven,
en
[verweerder],
wonende te [adres],
verweerder,
in persoon verschenen.
PROCESVERLOOP
Verzoekers hebben op 5 maart 2008 ter griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingediend waarin zij verzoeken [de stiefvader] met het gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] te belasten zodat het gezag door verzoekers gezamenlijk wordt uitgeoefend.
De rechtbank heeft de zaak behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 15 mei 2008. Daarbij zijn verzoekers, bijgestaan door mr. Van Ophoven, verweerder alsmede mevrouw I. van Dijk namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (hierna: de Raad), verschenen en gehoord.
RECHTSOVERWEGINGEN
Vaststaande feiten
- [de vrouw] en verweerder hebben een affectieve relatie gehad uit welke relatie is geboren het thans nog minderjarige kind:
* [de minderjarige 1], geboren [in 1999] in de gemeente [***], door verweerder erkend [in 1999];
- [de vrouw] is alleen belast met het gezag over voornoemde minderjarige;
- medio 2002 zijn verzoekers gaan samenwonen;
- uit de affectieve relatie van verzoekers is geboren het thans nog minderjarige kind:
* [de minderjarige 2], geboren [in 2003] in de gemeente [***];
- [in 2005] zijn verzoekers in het huwelijk getreden.
Standpunt van verzoekers
Vanaf het begin van de samenwoning, medio 2002, hebben verzoekers met [de minderjarige 1] als een gezin met elkaar samengeleefd. Tussen [de minderjarige 1] en verweerder is geen omgangsregeling vastgesteld, wel heeft hij regelmatig contact; gemiddeld één dag per maand. De omgang gaat in goed onderling overleg en naar behoefte van verweerder en [de minderjarige 1] aan omgang.
Onlangs is verweerder gehuwd met een Bulgaarse vrouw. Verweerder heeft aan verzoekers kenbaar gemaakt dat hij binnenkort gaat emigreren naar Bulgarije. Vanwege dit feit wensen verzoekers gezamenlijk belast te worden met het gezag over [de minderjarige 1]. Tevens vinden verzoekers het van belang dat de juridische situatie overeenstemt met de feitelijke situatie.
Standpunt van verweerder
Verweerder stemt in met het verzoek gelet op zijn eventuele emigratie naar Bulgarije. Zijn huidige vrouw en hun minderjarige dochter wonen al in Bulgarije. Verweerder is van mening dat verzoekers goed voor [de minderjarige 1] zorgen en dat het in haar belang is dat er geen wijzigingen in de huidige situatie plaatsvinden en dat verzoekers tezamen worden belast met het gezag over haar. Als dan tijdens zijn verblijf in Bulgarije iets met één van beide verzoekers zou gebeuren heeft in ieder geval de ander nog het gezag over [de minderjarige 1].
Beoordeling
Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en op hetgeen door en namens partijen naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel, dat aan verzoekers het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] dient toe te komen. Voldoende aannemelijk is geworden dat het in het belang van het kind is dat verzoekers gezamenlijk worden belast met het gezag en dat aan alle in artikel 1:253t BW gestelde vereisten is voldaan. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder, als zijnde de vader van [de minderjarige 1], betrokken is bij dit verzoek en daarmee instemt.
BESLISSING
bepaalt dat [de vrouw] en [de stiefvader] gezamenlijk worden belast met het gezag over het minderjarige kind:
- [de minderjarige 1], geboren [in 1999] in de gemeente [***];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.J. Klijn in tegenwoordigheid van mr. L.J. van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2008.
De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daaromtrent nader informeren.