ECLI:NL:RBGRO:2008:BC5945
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek en schorsing recht op omgang wegens verstoorde ouderrelatie
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind [A.]. De ouders hebben gezamenlijk gezag, maar de onderlinge relatie is ernstig verstoord, met wederzijdse beschuldigingen van psychiatrische problematiek en communicatieproblemen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het verzoek omdat omgang het kind in een machtsstrijd tussen de ouders zou brengen en de gezondheid van het kind in gevaar kan komen door niet opvolgen van voedselaanwijzingen.
De vader betwistte de rapportage en stelde dat de moeder niet wilde meewerken aan omgang, terwijl de moeder het advies van de Raad steunde. De rechtbank volgde het advies van de Raad en concludeerde dat de omgang niet in het belang van het kind is gezien de huidige omstandigheden en de leeftijd van het kind.
De rechtbank schorst het recht op omgang voor de duur van één jaar, met de mogelijkheid voor de vader om eenmaal per drie maanden schriftelijk vragen te stellen aan de moeder over het kind, waaronder het verzoek om een recente foto. De moeder dient binnen twee weken te reageren. De beslissing is genomen met het oog op het herstel van de onderlinge verstandhouding en het toekomstige belang van het kind.
Uitkomst: Het verzoek tot omgang wordt afgewezen en het recht op omgang wordt voor één jaar geschorst wegens verstoorde relatie en belangen van het jonge kind.