ECLI:NL:RBGRO:2007:BB3040
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging boete wegens arbeid laten verrichten door vreemdeling zonder vergunning
Eiser, handelend onder een eenmanszaak, kreeg een boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De arbeidsinspectie trof op 7 september 2005 een vreemdeling aan die las- en slijpwerkzaamheden verrichtte binnen het bedrijf van eiser. De vreemdeling verklaarde dat hij sinds 5 september 2005 bij eiser werkte en was aangenomen. Eiser stelde dat de werkzaamheden zonder zijn opdracht en op eigen initiatief waren verricht en dat hij de vreemdeling had verboden werk te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat eiser als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, omdat hij feitelijk arbeid heeft laten verrichten. De boete werd als proportioneel beschouwd, mede omdat eiser geen bewijs leverde dat de boete zijn bedrijfscontinuïteit bedreigde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €4.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning en verklaart het beroep ongegrond.