ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7218
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. de Vries
- E.W. van Weringh
- J. Smit
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens bodemverontreiniging en mededelingsplicht bij koop woning
Kopers hebben een woning gekocht en later bodemverontreiniging geconstateerd. Zij stelden dat de woning niet voldeed aan de overeenkomst en dat verkopers tekort waren geschoten in hun mededelingsplicht over de verontreiniging en de omgeving.
De rechtbank overwoog dat kopers tijdig en concreet hebben geklaagd binnen de wettelijke klachttermijn van artikel 7:23 BW Pro. Uit bodemonderzoek bleek lichte verontreiniging op het perceel, maar geen ernstige verontreiniging op de aangrenzende percelen die het gebruik zou beperken.
Verkopers waren niet op de hoogte van de vervuiling en hoefden daarover geen mededeling te doen. Wel was sprake van een tekortkoming in de nakoming door verkopers vanwege de verontreiniging op het perceel zelf. De rechtbank besloot de zaak aan te houden voor een comparitie om nadere afspraken te maken over de gevolgen en mogelijke ontbinding.
Ook de voorwaardelijke reconventionele vordering van verkopers tot opheffing van conservatoir beslag werd aangehouden. De rechtbank beval partijen te verschijnen voor een rechter-commissaris voor het beproeven van een minnelijke regeling.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere comparitie en beproeving van een minnelijke regeling.