ECLI:NL:RBGRO:2007:BA0430
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vermissing eiser en ontbreken mandaat gemachtigde
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder waarin een verzoek om vrijstelling voor afwijkend gebruik van een pand werd afgewezen. Tijdens de procedure bleek dat eiser sinds juli 2004 vermist is en dat geen mandaat is overgelegd waarmee de gemachtigden namens hem konden optreden. De gemachtigden konden niet aantonen dat het beroep met toestemming van eiser was ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat onder deze omstandigheden het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Bovendien heeft eiser op het moment dat hij 65 jaar werd, in januari 2006, geen procesbelang meer bij het beroep omdat hij zich had gebonden het afwijkend gebruik te staken. Ook het argument van een waardevermeerdering van het pand door de vrijstelling wordt onvoldoende aannemelijk geacht.
De rechtbank concludeert dat het beroep niet ontvankelijk is en wijst het af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege vermissing eiser, ontbreken mandaat gemachtigde en ontbreken procesbelang.