ECLI:NL:RBGRO:2006:AX4137
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding door doorsteken dijken Tussenklappenpolder
In oktober 1998 ontstond door extreme regenval ernstige wateroverlast in Groningen. Het crisis-managementteam, met bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers waaronder de Provincie Groningen, besloot de dijken rond de Tussenklappenpolder door te steken om overstromingen elders te voorkomen. Hierdoor kwam het perceel van eiser onder water, wat aanzienlijke schade veroorzaakte.
Eiser ontving deels schadevergoeding via de WTS-2 regeling en een aanvullende regeling van de Provincie, maar vordert nu vergoeding van het nog niet vergoede deel. De Provincie betwist aansprakelijkheid en stelt dat de vordering is verjaard. De rechtbank oordeelt dat de verjaring door een schriftelijke aanmaning is gestuit en dat de Provincie mede aansprakelijk is omdat zij het bevoegde gezag was over een van de doorgestoken dijken en het voortouw nam in schadeafhandeling.
Hoewel het doorsteken van de dijken op zich niet onrechtmatig was vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen, is toepassing gegeven aan het gelijkheidsbeginsel (égalité devant les charges publiques). Dit houdt in dat onevenredige schade door een rechtmatige overheidshandeling gelijkelijk over de gemeenschap moet worden verdeeld. De rechtbank acht volledige schadevergoeding in dit geval redelijk.
De omvang van de schade staat echter nog niet vast. Er zijn tegenstrijdige rapporten over de schade aan tuin, weiland en manegebak. Daarom wordt een deskundigenonderzoek gelast. Eiser mag ook bewijs leveren voor gederfde inkomsten. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De Provincie Groningen is aansprakelijk voor de volledige schade van eiser door het doorsteken van de dijken en de zaak wordt verwezen voor nader deskundigenonderzoek naar de schadeomvang.