ECLI:NL:RBGRO:2001:AB2058
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer wegens ontbreken besturen of voornemen
Verzoeker werd geconfronteerd met een besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat waarin hem werd opgelegd deel te nemen aan een educatieve maatregel alcohol en verkeer (ema) vanwege een ademalcoholgehalte van 760 µg/l vastgesteld op 12 mei 2000. Verzoeker betwistte niet het alcoholgehalte, maar stelde dat hij op het moment van aanhouding de auto niet bestuurde. Zowel de politierechter als het Gerechtshof hadden hem vrijgesproken van de strafrechtelijke overtreding op grond van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994.
De rechtbank overwoog dat het opleggen van een ema moet samenhangen met het besturen van een motorrijtuig of het voornemen daartoe. Hoewel verweerder een zelfstandige beoordelingsbevoegdheid heeft in bestuursrechtelijke zin, is de president niet overtuigd dat verzoeker de auto bestuurde of dat hij het voornemen had dit te doen. De auto stond geparkeerd buiten de openbare weg, de paal was niet neergeklapt en verzoeker zat mogelijk alleen in de auto om te telefoneren.
Daarom kon het vastgestelde ademalcoholgehalte niet leiden tot het opleggen van de ema. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker werd tevens in het gelijk gesteld voor griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt vernietigd wegens ontbreken van besturen of voornemen tot besturen.