Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Inleiding
de rechtbank begrijpt) het bezwaar van eiser tegen het besluit van 20 april 2023 gegrond verklaard en het volgende besloten:
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Beoordeling door de rechtbank
alléénin de periode van 22 september 1999 tot 1 april 2003 verzekerd is geweest voor de AOW en in dat verband recht op ouderdomspensioen heeft opgebouwd. Uit de beroepsgronden van eiser volgt dat hij van mening is dat hij, vanwege rechtmatig verblijf, in de gehele periode tussen 22 september 1999 en zijn pensioengerechtigde leeftijd recht op ouderdomspensioen heeft opgebouwd. Dat eiser per jaar dat hij niet verzekerd is geweest 2% minder aan ouderdomspensioen ontvangt zal de rechtbank gezien de inhoud van de aanvullende beroepsgronden eveneens onbesproken laten.
alléénin de periode van 22 september 1999 tot 1 april 2003 verzekerd is geweest voor de AOW. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen bestreden besluit 2 ongegrond;
- draagt de SVB op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de SVB in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.401.