ECLI:NL:RBGEL:2026:767

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
05/068635-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor oplichting en computervredebreuk met tientallen slachtoffers via phishing

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en computervredebreuk door slachtoffers via Marktplaats en social media te benaderen met valse koop- en winactieberichten. Hij stuurde frauduleuze betaallinks om bank- en adresgegevens te verkrijgen en geld van rekeningen af te schrijven.

De rechtbank baseert zich op aangiften van 31 slachtoffers, telefoongegevens, IMEI-onderzoek en verklaringen van verdachte. Verdachte gebruikte meerdere telefoons en simkaarten om de oplichtingspraktijken uit te voeren. Hij bekende het gebruik van de telefoons en het inloggen op bankrekeningen.

Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen wegens gebrek aan bewijs voor nauwe samenwerking. De rechtbank achtte de feiten ernstig vanwege de geraffineerde werkwijze, het grote aantal slachtoffers en het ondermijnen van vertrouwen in digitale betaalmiddelen.

De straf bestaat uit 10 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden gericht op gedragsverandering, en een taakstraf van 170 uur. Daarnaast moet verdachte schadevergoedingen betalen aan 16 slachtoffers. De rechtbank legde beslag op diverse telefoons, laptops en softdrugs en bepaalde dat een eerder opgelegde taakstraf ten uitvoer wordt gelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf (waarvan 5 voorwaardelijk) en 170 uur taakstraf voor oplichting en computervredebreuk met tientallen slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/068635-25
Datum uitspraak : 9 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 2] , [postcode] in [woonplaats] .
raadsman: mr. C.Y. Kekik, advocaat in Rotterdam .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij op/in of omstreeks de periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en/of Ede, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens te weten:
- [aangever 29] tot de afgifte van 4951,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 28] tot de afgifte van 28.926 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 30] tot de afgifte van 12.500 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 31] tot de afgifte van 5000,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 32] tot de afgifte van 500,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens en/of
een of meer andere personen tot de afgifte van een of meer andere geldbedragen en/of bank- en/of adresgegevens, (vermeld in de verwijstabel aangaande modus operandi bezorgservice Brenger)
door zich voor te doen als potentiële koper en voornoemde personen:
- te benaderen via de website Markplaats, althans via een website, - via voornoemde website een verkoopovereenkomst te sluiten,
- aan te geven gebruik te willen maken van bezorgservice ‘Brenger’, althans een bezorgservice,
- te vragen en/of te stimuleren om het gesprek voort te zetten via WhatsApp,
- via WhatsApp een betaallink te sturen,
- te instrueren om middels de link bank- en/of adresgegevens in te vullen
- daarbij te vermelden dat aangever zo het afgesproken geldbedrag kon ‘claimen’ en een ophaalafspraak kon maken
2.
hij op/in of omstreeks de periode van 23 augustus 2024 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en/of Ede, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens
te weten:
- [aangever 33] tot de afgifte van 597,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 34] tot de afgifte van 240,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 35] tot de afgifte van 560,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 36] tot de afgifte van 450,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 37] tot de afgifte van 1125,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 38] tot de afgifte van 4625,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
- [aangever 39] tot de afgifte van 2250,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens en/of
- [aangever 40] tot de afgifte van 400,00 euro en/of bank- en/of adresgegevens,
door zich voor te doen als Luchtjes Expert:
- op Facebook en/of Marketplace, althans een social media platform, een advertentie en/of winactie en/of giveaway te plaatsen met het verzoek een telefoonnummer op te geven,
- voornoemde personen middels WhatsApp te benaderen en hen mede te delen dat zij de winactie en/of giveaway hebben gewonnen en de verzendkosten moeten betalen,
- via WhatsApp een betaallink te sturen voor die verzendkosten,
- te instrueren om middels de link bank- en/of adresgegevens in te vullen;
3.
hij op/in of omstreeks de periode van 16 december 2022 tot en met 6 juli 2023 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] (Limburg), [plaats] , [plaats] en/of Ede, althans in Nederland,
een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk
verkopen van goederen op een aankoop- en verkoopplatform te weten Marktplaats, 2dehands.be en/of Marketplace, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van
de betaling van die goederen of diensten te verzekeren door
- [aangever 47] uit [plaats] op of omstreeks 16 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €500 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: City Mountain),
- [aangever 49] uit [plaats] op of omstreeks 20 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €100 (ten behoeve van een fiets, merk: Babboe),
- [aangever 45] uit [plaats] op of omstreeks 27 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €500 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: Curve Mountain),
- [aangever 44] uit [plaats] , provincie Limburg op of omstreeks 16 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €350 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: Curve Mountain),
- [aangever 43] uit [plaats] op of omstreeks 22 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €225 (ten behoeve van een naaimachine, merk: Bernina, type: B350),
- [aangever 48] uit [plaats] op of omstreeks 6 juli 2023 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €454,50 (ten behoeve van een naaimachine, merk: Bernina, type: 480),
in elk geval genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een geldbedrag, (telkens) zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 december 2022 tot en met 6 juli 2023 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] (Limburg), [plaats] , [plaats] en/of Ede, althans in Nederland,
een geldbedrag, te weten (ongeveer) 2.129,50 Euro, voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk, middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
4.
hij op/in of omstreeks de periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en/of Ede, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan, te weten (een) server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving waarvan de rekeningen toebehoren aan een of meerdere klanten van de [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of een andere bankinstelling, te weten onder meer aan [aangever 29] , [aangever 28] , [aangever 30] , [aangever 31] en/of [aangever 32] en/of een of meer andere personen, (vermeld in de verwijstabel aangaande modus operandi bezorgservice Brenger en/of Giveaway geurtje) waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de geautomatiseerde werken heeft verworven met behulp van valse sleutels, door onrechtmatig verkregen (inlog)gegevens voor internetbankieren (zoals gebruikersnaam en/of wachtwoord en/of verificatiecode) en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als geautoriseerde klanten van de [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of een andere bankinstelling;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op/in of omstreeks de periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025 te Ede, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede of derde lid Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een van voornoemde misdrijven werd
gepleegd, door middels WhatsApp een betaallink aan aangever te verzenden die hen naar hun online betaalomgeving leidde, met het doel daarmee bank- en/of adresgegevens te verkrijgen en/of online betaalopdrachten goed te laten keuren.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1, 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat er ten aanzien van feit 1 en 2 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, zo ook voor medeplegen en voor zover de tenlastelegging ziet op aangever [aangever 28] .
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Inleidend
Onderzoek Zandvoort werd opgestart naar aanleiding van een melding van een kassamedewerker van de Albert Heijn. De kassamedewerker vertelde aan een wijkagent die in de winkel kwam dat sinds een paar weken vaak steeds dezelfde man prepaid simkaarten kwam kopen. De man betaalde dit altijd met biljetten van 50 euro, waar hij er veel van bij zich had. [2] Op 4 september 2024 kreeg de politie de melding dat deze man een simkaart had gekocht met telefoonnummer: [telefoonnummer 1] . [3] De man die deze simkaarten kocht werd herkend als [verdachte] (hierna: verdachte). [4] Voornoemd telefoonnummer kwam voor in een aangifte van [aangever 1] in verband met oplichting. [5] [aangever 1] verklaarde op 5 september 2024 via WhatsApp te zijn benaderd door een persoon die zich voordeed als ‘ [naam 1] ’. [6] Deze ‘ [naam 1] ’ wilde een kast kopen van aangeefster en gaf aan dat zij de kast wilde ophalen middels een pick-up service. Daartoe stuurde ‘ [naam 1] ’ een link van een zogenaamde pick-up service om de kast op te komen halen. Aangeefster moest op deze link klikken, daar haar gegevens invoeren en vervolgens akkoord geven om het geld te claimen. Vervolgens is er € 260,- van haar rekening afgeschreven. Uit de historische verkeergegevens van het telefoonnummer ( [telefoonnummer 1] ) waarmee [aangever 1] werd benaderd, bleek dat dit telefoonnummer in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] heeft gezeten. [7] Op 5 maart 2025 werd verdachte aangehouden ter zake oplichting. Tijdens zijn aanhouding is een IPhone 14 met IMEI-nummer [IMEI-nummer] in beslag genomen. [8]
Naar aanleiding van deze aangifte is gebleken dat meerdere personen op een soortgelijke wijze slachtoffer zijn geworden van oplichting, zoals hieronder wordt beschreven.
AangiftenIn totaal hebben 31 personen aangifte gedaan van oplichting met voornoemde modus operandi in de periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025. Bij deze personen is een hierna te noemen geldbedrag afhandig gemaakt, bij:
- [aangever 1] uit [plaats] is op 5 september 2024 een bedrag van € 260,- van haar bankrekening afgeschreven; [9]
- [aangever 27] uit [plaats] is op 4 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 460,- van haar bankrekening afgeschreven naar een Litouws bankrekeningnummer op naam van [aangever 30] ; [10]
- [aangever 3] uit [plaats] is op 14 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 2.703,50 van zijn bankrekening afgeschreven naar een Litouws bankrekeningnummer op naam van [aangever 30] ; [11]
- [aangever 4] uit [plaats] is op 20 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 591,- van haar bankrekening afgeschreven naar een bankrekeningnummer op naam van [aangever 30] , de zogenaamde koper deed zich voor als ‘ [naam 2] ’; [12]
- [aangever 5] uit [plaats] is op 30 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 995,- van zijn bankrekening afgeschreven naar een Cypriotisch bankrekeningnummer, de zogenaamde koper deed zich voor als ‘ [naam 2] ’ ; [13]
- [aangever 6] uit [plaats] is op 30 september 2024 middels een tweetal betalingen in totaal een bedrag van € 815,- van zijn bankrekening afgeschreven naar een Litouws bankrekeningnummer, de zogenaamde koper deed zich voor als ‘ [naam 2] ’; [14]
- [aangever 7] uit [plaats] is op 25 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 1.791,- van zijn bankrekening afgeschreven naar een Cypriotisch bankrekeningnummer, de zogenaamde koper deed zich voor als ‘ [naam 2] ’; [15]
- [aangever 28] uit [plaats] is op 26 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 28.926,50 van haar bankrekening afgeschreven; [16]
- [aangever 29] uit [plaats] is op 9 augustus 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 4.951,- van haar bankrekening afgeschreven; [17]
- [aangever 26] uit [plaats] is op 20 augustus 2024 een bedrag van € 2.255,- van haar bankrekening afgeschreven; [18]
- [aangever 9] uit [plaats] is op 17 augustus 2024 middels een tweetal betalingen € 5.000,- van haar bankrekening afgeschreven; [19]
- [aangever 10] uit [plaats] is op 10 september 2024 een bedrag van € 1.787,- van zijn bankrekening afgeschreven; [20]
- [aangever 11] uit [plaats] is op 12 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 1.842,- van zijn bankrekening afgeschreven; [21]
- [aangever 12] uit [plaats] is op 3 september 2024 een bedrag van € 800,- van zijn bankrekening afgeschreven; [22]
- [aangever 13] uit [plaats] is op 4 september 2024 er middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 980,- van zijn bankrekening afgeschreven; [23]
- [aangever 14] uit [plaats] is op 23 augustus 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 2.500,- van haar bankrekening afgeschreven; [24]
- [aangever 15] uit [plaats] is op 3 september 2024 een bedrag € 272,- van zijn bankrekening afgeschreven; [25]
- [aangever 16] uit [plaats] is op 2 september 2024 een bedrag van € 3.750,- van zijn bankrekening afgeschreven; [26]
- [aangever 17] uit [plaats] is op 2 september 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 4.180,78 van zijn bankrekening afgeschreven; [27]
- [aangever 18] uit [plaats] is op 4 oktober 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 5.000,- van haar bankrekening afgeschreven; [28]
- [aangever 19] uit [plaats] is op 8 november 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 1.980,- van haar bankrekening afgeschreven; [29]
- [aangever 20] uit [plaats] is op 7 november 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 995,- van zijn bankrekening afgeschreven; [30]
- [aangever 6] uit [plaats] is op 7 november 2024 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 1.444,- van haar bankrekening afgeschreven; [31]
- [aangever 30] uit [plaats] is op 28 oktober 2024 een bedrag van € 12.500,- van haar bankrekening afgeschreven; [32]
- [aangever 21] uit [plaats] is op 9 januari 2025 een bedrag van € 5.000,- van haar bankrekening afgeschreven; [33]
- [aangever 22] uit [plaats] is op 12 februari 2025 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 295,- van zijn bankrekening afgeschreven; [34]
- [aangever 31] uit [plaats] is op 18 februari 2025 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 5.000,- afgeschreven; [35]
- [aangever 23] uit [plaats] is op 25 februari 2025 er middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 2.750,- afgeschreven; [36]
- [aangever 24] uit [plaats] is op 24 februari 2025 een bedrag van € 97,- van haar bankrekening afgeschreven; [37]
- [aangever 25] uit [plaats] is op 20 februari 2025 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 1.101,- van zijn bankrekening afgeschreven; [38]
- [aangever 32] uit [plaats] is op 4 maart 2025 middels meerdere betalingen in totaal een bedrag van € 500,49 van haar bankrekening afgeschreven. [39]
Modus operandi
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat in voornoemde zaken telkens dezelfde modus operandi wordt gehanteerd. [40] Uit de aangiften blijkt dat deze als volgt is. Aangevers worden naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats via WhatsApp benaderd door iemand die zich voordoet als potentiële koper van de door aangevers aangeboden goederen. De ‘koper’ wil de goederen middels een zogenaamde pick-up service ophalen. Daartoe stuurt de ‘koper’ een link om gebruik te maken van deze pick-up service. Aangevers zouden via deze link ook het betaalde geld kunnen claimen. Zij moeten, wanneer zij op deze link klikken, persoonlijke-, adres,- en bankgegevens invoeren. Vervolgens wordt er geld van de bankrekening van aangevers afgeschreven. De door de “koper” gestuurde link blijkt een
phishinglink te zijn.
Gebruikte telefoonnummers en IMEI-nummers
De aangevers hebben verklaard met welk telefoonnummer zij contact hadden. In een aantal gevallen zijn dezelfde telefoonnummers gebruikt om contact met desbetreffende aangevers te zoeken. De politie heeft de meeste van deze telefoonnummers gekoppeld aan 3 IMEI-nummers. De volgende telefoonnummers kunnen gekoppeld worden aan een iPhone 14 met IMEI-nummer: [IMEI-nummer] [41] :
- [telefoonnummer 2] is gebruikt bij aangever [aangever 1] ; [42]
- [telefoonnummer 3] is gebruikt bij aangever [aangever 29] ; [43]
- [telefoonnummer 4] is gebruikt bij aangevers [aangever 26] en [aangever 9] ; [44]
- [telefoonnummer 5] is gebruikt bij aangevers [aangever 10] en [aangever 11] ; [45]
- [telefoonnummer 6] is gebruikt bij aangevers [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] en [aangever 17] . [46]
De volgende telefoonnummers kunnen gekoppeld worden aan een iPhone 8 met IMEI-nummer: [IMEI-nummer] [47] :
- [telefoonnummer 7] is gebruikt bij aangever [aangever 28] ; [48]
- [telefoonnummer 8] is gebruikt bij aangever [aangever 18] ; [49]
- [telefoonnummer 9] is gebruikt bij aangevers [aangever 19] , [aangever 20] , [aangever 6] en [aangever 30] . [50]
De volgende telefoonnummers kunnen gekoppeld worden aan een iPhone 8 met IMEI-nummer: [IMEI-nummer] : [51]
- [telefoonnummer 10] is gebruikt bij aangever [aangever 21] ; [52]
- [telefoonnummer 11] is gebruikt bij aangever [aangever 22] ; [53]
- [telefoonnummer 12] is gebruikt bij aangever [aangever 31] . [54]
- [telefoonnummer 13] is gebruikt bij aangevers [aangever 23] , [aangever 24] en [aangever 25] ; [55]
IPhone 14 met IMEI-nummer [IMEI-nummer]
Tijdens de aanhouding van verdachte werd een iPhone 14 onder verdachte in beslag genomen. [56]
Aan dit toestel is onderzoek verricht. Uit deze gegevens kwam naar voren dat bij dit toestel het IMEI-nummer [IMEI-nummer] hoort.
IPhone 8 met IMEI-nummer [IMEI-nummer]
Een vordering verstrekking van historische gegevens op IMEI-nummer [IMEI-nummer] geeft weer dat het toestel in de periode van 29 augustus 2024 tot en met 30 november 2024 dagelijks verbinding heeft met 14 verschillende telefoonnummers. Van deze telefoonnummers hebben er 6 telefoonnummers rond dezelfde datum ook in het toestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] gezeten. Dit betreft het toestel dat in ieder geval sinds 13 juni 2024 in gebruik is bij verdachte. De simkaarten tussen deze twee toestellen werden meerdere malen per dag gewisseld. [57]
IPhone 8 met IMEI-nummer [IMEI-nummer]
Tijdens de aanhouding van verdachte werd een iPhone 8 onder verdachte in beslag genomen. Aan dit toestel is onderzoek verricht. Uit deze gegevens kwam naar voren dat bij dit toestel het IMEI-nummer [IMEI-nummer] hoort. Dit toestel maakte voor het eerst verbinding met het telefoonnetwerk op 7 januari 2025. De laatste verbinding was op 4 maart 2024 (de rechtbank begrijpt: 4 maart 2025), de avond voor de aanhouding van verdachte. [58]
Verklaring verdachte
Verdachte heeft verklaard dat de iPhone 14 een oud toestel van hem is geweest en dat hij dit toestel heeft gebruikt voor het sturen van WhatsApp berichten om mensen op te lichten. Ook heeft hij verklaard dat telefoons die onder hem in beslag zijn genomen, onder andere de iPhone 8 met IMEI-nummer [IMEI-nummer] , door zijn gebruik een aandeel hebben gehad in de oplichting van aangevers. [59]
TussenconclusieGelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte de gebruiker is geweest van de iPhone 14, de iPhone 8 met IMEI -nummer [IMEI-nummer] alsook de iPhone 8 met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Dit gelet op de periode waarin het toestel is gebruikt en waarbij dagelijks met meerdere telefoonnummers vanaf dit toestel verbinding wordt gemaakt. Een aantal van die telefoonnummers wordt ook in de iPhone 14 gebruikt, waarbij de simkaarten tussen de twee toestellen meerdere keren per dag worden gewisseld. Dit maakt dat het niet anders kan dan dat verdachte ook de gebruiker van de iPhone met IMEI-nummer [IMEI-nummer] is geweest in de tenlastegelegde periode. Tezamen met de aangiften, de modus operandi en de verklaring van verdachte zelf, is de rechtbank van oordeel dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de oplichting van [aangever 1] , [aangever 28] , [aangever 29] , [aangever 26] , [aangever 9] , [aangever 10] , [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] , [aangever 17] , [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 20] , [aangever 6] , [aangever 30] , [aangever 21] , [aangever 22] , [aangever 31] , [aangever 23] , [aangever 24] en [aangever 25] gepleegd door verdachte zoals ten laste is gelegd onder feit 1.
SchakelbewijsTen aanzien van de zaken [aangever 27] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] , [aangever 7] en [aangever 32] zal de rechtbank, gelet op de modus operandi, gebruikmaken van de schakelbewijsconstructie.
De rechtbank overweegt dat indien de bewezenverklaring leunt op een enkele aangifte de vraag of er voldoende steunbewijs is, afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het concrete geval. Het benodigde steunbewijs kan ook bestaan uit schakelbewijs. Met schakelbewijs wordt bedoeld een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van het feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt.
Alle aangevers werden naar aanleiding van een advertentie op marktplaats benaderd via WhatsApp. De ‘koper’ gaf in alle gevallen aan gebruik te maken van een koeriersdienst (Brenger of PickThisUp) en stuurde daarop een link naar een frauduleuze website. Bij alle aangevers is er zonder toestemming een geldbedrag van hun bankrekening afgeschreven. Bij [aangever 27] , [aangever 3] en [aangever 4] werd een bedrag overgemaakt naar ene R.R. [aangever 30] . Bij [aangever 27] , [aangever 3] en [aangever 6] betrof het een Litouws bankrekeningnummer. Bij [aangever 5] en [aangever 7] werd er geld overgemaakt naar een Cypriotische bankrekening. De ‘koper’ gebruikte bij [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] , en [aangever 7] als accountnaam ‘ [naam 2] ’.
De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop aangevers [aangever 27] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] , [aangever 7] en [aangever 32] zijn benaderd en vervolgens zijn opgelicht op essentiële punten overeenkomt met de andere bovengenoemde aangiften en daarmee met de omschreven modus operandi. Er is dan ook sprake van eenzelfde manier van handelen.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde oplichting.
Ten aanzien van feit 2
Uit onderzoek Zandvoort is gebleken dat meerdere personen slachtoffer zijn geworden van oplichting, zoals hieronder beschreven.
Aangiften
Acht personen hebben aangifte gedaan van oplichting in de periode van 23 augustus 2024 tot en met 29 oktober 2024. Bij deze personen is een hierna te noemen geldbedrag afhandig gemaakt, bij:
- [aangever 33] uit [plaats] is middels meerdere betalingen een bedrag van € 597,- van haar bankrekening afgeschreven; [60]
- [aangever 34] uit [plaats] is een bedrag van € 240,- van haar bankrekening afgeschreven; [61]
- [aangever 35] uit [plaats] is middels meerdere betalingen een bedrag van € 560,- van haar bankrekening afgeschreven; [62]
- [aangever 36] uit [plaats] is een bedrag van € 450,- van zijn bankrekening afgeschreven; [63]
- [aangever 37] uit [plaats] is middels meerdere betalingen een bedrag van € 1.125,- van haar en haar zoon’s bankrekening afgeschreven; [64]
- [aangever 38] uit [plaats] is middels meerdere betalingen een bedrag van € 4.625,- van haar bankrekening afgeschreven; [65]
- [aangever 39] uit [plaats] is een bedrag van € 2.250,- van haar bankrekening afgeschreven; [66]
- [aangever 40] uit [plaats] is middels meerdere betalingen een bedrag van € 400,- van haar bankrekening afgeschreven; [67]
Modus operandi
De rechtbank stelt vast dat in deze zaken een gedeelde modus operandi wordt gehanteerd. [68] Uit de aangiften volgt dat de aangevers op Facebook een advertentie van Luchtjesexpert zien met een winactie van een parfum. Om deel te nemen moeten aangevers hun telefoonnummer achterlaten. Via WhatsApp worden de aangevers vervolgens benaderd met het bericht dat zij de actie gewonnen hebben en dat zij alleen nog de verzendkosten moeten betalen. Daarop krijgen aangevers een link met een betaalverzoek van € 4,50. Deze betaallink blijkt een
phishinglink te zijn. Vervolgens wordt er geld van de bankrekening van aangevers afgeschreven.
Gebruikte telefoonnummers en IMEI-nummer
De aangevers hebben verklaard met welk telefoonnummer zij contact hadden. In een aantal gevallen zijn dezelfde telefoonnummers gebruikt om contact met de desbetreffende aangevers te zoeken.. De volgende telefoonnummers komen terug in voornoemde aangiften.
- [telefoonnummer 14] is gebruikt bij aangevers [aangever 36] , [aangever 37] , [aangever 38] , [aangever 39] en [aangever 40] ; [69]
- [telefoonnummer 5] is gebruikt bij aangevers [aangever 33] , [aangever 34] en [aangever 35] . [70]
Voornoemde telefoonnummers kunnen allemaal gekoppeld worden aan een iPhone 14 met IMEI-nummer: [IMEI-nummer] . [71]
IPhone 14 met IMEI-nummer [IMEI-nummer]
Tijdens de aanhouding van verdachte werd een IPhone 14 onder verdachte in beslag genomen. [72]
Aan dit toestel is onderzoek verricht. Uit deze gegevens kwam naar voren dat bij dit toestel het IMEI-nummer [IMEI-nummer] hoort.
Verklaring verdachte
Verdachte heeft verklaard dat de iPhone 14 een oud toestel van hem is geweest en dat hij dat toestel heeft gebruikt voor het sturen van WhatsApp berichten om mensen op te lichten. Ook heeft hij verklaard dat telefoons die onder hem in beslag zijn genomen een aandeel hebben gehad in de oplichting van aangevers. [73]
Conclusie
Gelet op al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 2 ten laste gelegde oplichtingen.
Ten aanzien van feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 43] , p. 575-577;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 44] , p. 571-573;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 45] , p. 568-569;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 46] , p. 565-566;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 47] , p. 562-564;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 48] , p. 579-580;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2025.
Ten aanzien van feit 4
Op grond van de onder feit 1 en 2 genoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte aan meerdere aangevers
phishinglinks heeft gestuurd. Middels deze links heeft verdachte onrechtmatig inloggegevens van de bankaccounts van deze aangevers en toegang tot hun digitale bankomgeving verkregen.
Nadere bewijsoverweging [aangever 41] en [aangever 42]
De rechtbank is van oordeel dat naast de onder feit 4 in de tenlastelegging met naam genoemde personen, ook aangevers [aangever 41] en [aangever 42] slachtoffer van computervredebreuk zijn geworden. Bij aangever [aangever 41] uit [plaats] is op 26 augustus 2024 een bedrag van € 511,50 van haar bankrekening afgeschreven. Zij werd via Facebook benaderd door luchtjesexpert met de mededeling dat zij een giveaway voor een parfum had gewonnen. Aangeefster moest slechts de verzendkosten via een link betalen. Deze link bleek een
phishinglink te zijn. Zij werd benaderd door een persoon met telefoonnummer [telefoonnummer 14] . [74] Dit telefoonnummer komt ook terug in eerder genoemde aangifte van [aangever 36] , [aangever 37] , [aangever 38] , [aangever 39] en [aangever 40] .
Bij aangever [aangever 42] uit [plaats] is op 30 oktober 2024 een bedrag van € 5.000,- van haar bankrekening afgeschreven. Zij kwam naar aanleiding van een winactie van een stofzuiger via Facebook in contact met iemand via WhatsApp. Zij kreeg bericht dat zij alleen de verzendkosten hoefde te betalen om mee te doen met de winactie. Deze probeerde zij te betalen via een betaalverzoek. Deze link bleek een
phishinglink te zijn. [75]
De rechtbank is van oordeel dat de wijze waarop en met welke telefoonnummer aangevers zijn benaderd en vervolgens zijn opgelicht op essentiële punten overeenkomt met de andere bovengenoemde aangiften onder feit 2 en daarmee met de omschreven modus operandi. Er is dan ook sprake van eenzelfde manier van handelen.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de inloggegevens ontving en daarmee inderdaad inlogde op de bankrekeningen. [76]
Conclusie
Gelet op al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4 ten laste gelegde computervredebreuk.
Medeplegen ten aanzien van feit 1, 2 en 4.De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft gehandeld zoals het tenlastegelegde onder feit 1, 2 en 4.
Verdachte claimt dat er meerdere mensen betrokken zijn geweest bij het tenlastegelegde onder feit 1, 2 en 4. Anderen zouden ook gebruik hebben gemaakt van zijn telefoon. Er zou een taakverdeling zijn geweest. Verdachte moest mensen zoeken, berichten en de
phishinglink sturen en vervolgens inloggen op de bankrekening. Deze gegevens stuurde hij naar iemand anders die de afschrijvingen deed. Verdachte kreeg daar € 3000 per maand voor betaald. Verdachte heeft geen namen willen noemen van mededaders en is ook niet met een verifieerbare onderbouwing gekomen van zijn verhaal. Ook in het dossier zit geen enkel aanknopingspunt dat verdachte bij het plegen van de feiten met dusdanig bewust en nauw met anderen zou hebben samengewerkt dat hun rol als medeplegen kan worden aangemerkt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het door verdachte aangevoerde scenario niet aannemelijk is geworden.
De rechtbank gaat ten aanzien van feit 1, 2 en 4 niet uit van medeplegen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die contact heeft gehad met de in de tenlastelegging genoemde aangevers, dat hij het geld van hun rekeningen heeft afgeschreven en dat hij heeft ingelogd op de bankaccounts van de in de tenlastelegging genoemde aangevers en niet (met) iemand anders.
De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het onder feit 1, 2 en 4 ten laste gelegde medeplegen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2, 3 primair, en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij
op/in of omstreeks de periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en
/ofEde, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/
ofhet ter beschikking stellen van gegevens te weten:
- [aangever 29] tot de afgifte van 4951,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 28] tot de afgifte van 28.926 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 30] tot de afgifte van 12.500 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 31] tot de afgifte van 5000,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 32] tot de afgifte van 500,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens en
/of
een ofmeer andere personen tot de afgifte van een of meer andere geldbedragen en
/ofbank- en
/ofadresgegevens, (vermeld in de verwijstabel aangaande modus operandi bezorgservice Brenger)
door zich voor te doen als potentiële koper en voornoemde personen:
- te benaderen via de website Markplaats, althans via een website, - via voornoemde website een verkoopovereenkomst te sluiten,
- aan te geven gebruik te willen maken van bezorgservice ‘Brenger’, althans een bezorgservice,
-
te vragen en/of te stimuleren om het gesprek voort te zetten via WhatsApp,
- via WhatsApp een betaallink te sturen,
- te instrueren om middels de link bank- en
/ofadresgegevens in te vullen
- daarbij te vermelden dat aangever zo het afgesproken geldbedrag kon ‘claimen’ en een ophaalafspraak kon maken;
2.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 23 augustus 2024 tot en met 29 oktober 2024 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en
/ofEde, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, een ander heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens
te weten:
- [aangever 33] tot de afgifte van 597,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 34] tot de afgifte van 240,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 35] tot de afgifte van 560,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 36] tot de afgifte van 450,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 37] tot de afgifte van 1125,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 38] tot de afgifte van 4625,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
- [aangever 39] tot de afgifte van 2250,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens en
/of
- [aangever 40] tot de afgifte van 400,00 euro en
/ofbank- en
/ofadresgegevens,
door zich voor te doen als Luchtjes Expert:
- op Facebook
en/of Marketplace, althans een social media platform,een advertentie en
/ofwinactie
en/of giveaway te plaatsen met het verzoek een telefoonnummer op te geven,
- voornoemde personen middels WhatsApp te benaderen en hen mede te delen dat zij de winactie
en/of giveaway hebben gewonnen en de verzendkosten moeten betalen,
- via WhatsApp een betaallink te sturen voor die verzendkosten,
- te instrueren om middels de link bank- en
/ofadresgegevens in te vullen;
3.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 16 december 2022 tot en met 6 juli 2023 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] (Limburg), [plaats] , [plaats] en
/ofEde, althans in Nederland,
een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk
verkopen van goederen op een aankoop- en verkoopplatform te weten Marktplaats, 2dehands.be en
/ofMarketplace, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en
/of een ander van
de betaling van die goederen of diensten te verzekeren door
- [aangever 47] uit [plaats] op
of omstreeks16 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €500 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: City Mountain),
- [aangever 49] uit [plaats] op
of omstreeks20 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €100 (ten behoeve van een fiets, merk: Babboe),
- [aangever 45] uit [plaats] op
of omstreeks27 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €500 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: Curve Mountain),
- [aangever 44] uit [plaats] , provincie Limburg op
of omstreeks16 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €350 (ten behoeve van een elektrische bakfiets, merk: Babboe, type: Curve Mountain),
- [aangever 43] uit [plaats] op
of omstreeks22 december 2022 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €225 (ten behoeve van een naaimachine, merk: Bernina, type: B350),
- [aangever 48] uit [plaats] op
of omstreeks6 juli 2023 heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van €454,50 (ten behoeve van een naaimachine, merk: Bernina, type: 480),
in elk geval genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een geldbedrag, (telkens
)zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen;
4.
hij
op/in
of omstreeksde periode van 9 augustus 2024 tot en met 1 maart 2025 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en
/ofEde, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen
)opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan, te weten
(een)server
(s
)van de
(beveiligde
)internetbankieren omgeving waarvan de rekeningen toebehoren aan een of meerdere klanten van de [bedrijf 1] en
/of[bedrijf 2] en
/of[bedrijf 3]
en/of een andere bankinstelling, te weten onder meer aan [aangever 29] , [aangever 28] , [aangever 30] , [aangever 31] en
/of[aangever 32] en
/of een of meerandere personen, (vermeld in de verwijstabel aangaande modus operandi bezorgservice Brenger en
/ofGiveaway geurtje) waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de geautomatiseerde werken heeft verworven met behulp van valse sleutels, door onrechtmatig verkregen
(inlog
)gegevens voor internetbankieren (zoals gebruikersnaam en
/ofwachtwoord en
/ofverificatiecode) en
/ofdoor het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als geautoriseerde klanten van de [bedrijf 1] en
/of[bedrijf 2] en
/of[bedrijf 3]
en/of een andere bankinstelling.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
oplichting, meermalen gepleegd;
feit 2:
oplichting, meermalen gepleegd;
feit 3:
een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren;
feit 4:
computervredebreuk.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 25 maanden gevangenisstraf met aftrek, waarvan 20 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, een eventuele onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer moet zijn dan de voorlopige hechtenis.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan internetoplichting, computervredebreuk en online handelsfraude. De verdachte is daarbij zeer geraffineerd te werk gegaan en heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van zijn slachtoffers. De rechtbank merkt op dat er een opbouw zit in het handelen van verdachte. Waar hij begint met het ‘enkel’ niet leveren van betaalde goederen eindigt hij met geraffineerdere vormen van oplichting waarbij hij zijn nietsvermoedende slachtoffers
phishinglinks stuurt. Het handelen van de verdachte is enkel gericht geweest op geldelijk gewin, zonder rekening te houden met de eigendommen en privacy van zijn slachtoffers. Verdachte heeft in die periode veel mensen gedupeerd en een zeer groot geldbedrag afhandig gemaakt. Dergelijk handelen tast het vertrouwen in het digitale betalingsverkeer en verkoopwebsites als Marktplaats aan en ondermijnt het bankwezen.
De rechtbank rekent de verdachte al deze feiten aan, zeker ook omdat hieraan slechts door ingrijpen van politie en justitie een einde is gekomen en verdachte (ter terechtzitting) geen openheid van zaken wilde geven.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van 3 november 2025 van verdachte blijkt dat hij niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie voor soortgelijke feiten.
Op 18 juli 2025 heeft de Reclassering Limburg een adviesrapportage over verdachte uitgebracht. Hieruit blijkt dat het gebrek aan dagbesteding, inkomen, middelengebruik, gokverslaving en houding van verdachte risicofactoren zijn. Verdachte werkt al geruime tijd niet terwijl er sprake is van een schuldenlast die maar blijft opstapelen. Dit is een motief geweest voor zijn delict gedrag. De coping vaardigheden van verdachte schieten te kort, hij zoekt oplossingen die niet maatschappelijk aanvaard zijn en anderen schaden. Verdachte lijkt hierbij vooral te denken aan eigengewin en weinig empathisch te reflecteren op zijn handelen. Hij bagatelliseert de feiten. Er zijn momenteel weinig beschermende factoren, afgezien van het feit dat verdachte een motiverende houding aanneemt en openstaat voor interventies en voorwaarden gericht op gedragsverandering. Anderzijds stelt de reclassering vast dat verdachte tegenstrijdige signalen geeft voor wat betreft motivatie. Verdachte wil erg graag terug buiten komen maar de vraag is of hij het gaat kunnen opbrengen om zich langdurig te conformeren aan voorwaarden. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een ambulante behandeling gericht op verdachtes middelengebruik. Dit lijkt de reclassering noodzakelijk, aangezien er een link lijkt te zijn met delictgedrag. Daarnaast wordt diagnostisch onderzoek geadviseerd om meer zicht te krijgen op de persoon van verdachte en eventuele persoonlijkheidsproblematiek samenhangende met delict gedrag. De reclassering adviseert een kortdurende opname indien blijkt dat ambulante behandeling ontoereikend is om abstinent te worden. Daarnaast acht de reclassering begeleid wonen aangewezen aangezien verdachte geen huisvesting heeft en er door middel van begeleid wonen bekeken kan worden wat verdachte nodig heeft om door te stromen naar zelfstandig wonen.
Het verrichten van dagbesteding stelt de reclassering als voorwaarde zodat verdachte een legaal inkomen kan vergaren en zijn schulden kan afbetalen. Tevens kan het hebben van dagbesteding ervoor zorgen dat verdachte minder snel terugvalt in middelengebruik. Medewerking aan middelencontrole fungeert als stok achter de deur om verdachte te motiveren om niet terug te vallen in middelengebruik en zicht te krijgen op zijn gebruik. Medewerking aan bewindvoering acht de reclassering noodzakelijk zodat verdachte zijn financiën op orde krijgt en er voorkomen wordt dat hij opnieuw delict gedrag gaat stellen.
Conclusie
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de uitgangspunten voor straffen die de rechtbanken onderling hebben afgesproken (de LOVS-oriëntatiepunten). Voor fraude, van een geldbedrag tussen de € 70.000,- en € 125.000, wordt daarin als uitgangspunt genoemd een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 tot 9 maanden en een taakstraf. Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het delict. De periode waarin verdachte de feiten heeft gepleegd, de hoeveelheid slachtoffers, de opbouw in de feiten, de geraffineerdheid en of verdachte de gedraging uit eigen beweging heeft beëindigd kan hierbij een rol spelen.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf verdient, maar dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het voorarrest in de weg zou staan aan de ontwikkeling van verdachte. De rechtbank acht daarnaast een flinke stok achter de deur nodig, om een traject met hulp en begeleiding in gang te zetten en op de rit te houden om het recidiverisico in te perken. Bij de strafbepaling wijkt de rechtbank af van de strafeis van de officier van justitie en legt aan verdachte een kortere voorwaardelijke gevangenisstraf op, maar acht zij daarnaast een taakstraf passend.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht passend is. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals geadviseerd door de reclassering in het advies van 18 juli 2025, te weten een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, schuldhulpverlening en middelencontrole. Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 170 uren passend en geboden.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Feit 1
Dertien benadeelde partijen hebben in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De opgevoerde schadeposten betreffen materiële en/of immateriële schade. Zij vorderen nader te noemen bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De volgende benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend:
  • [aangever 27] vordert € 1.000,- aan immateriële schade;
  • [aangever 5] vordert € 995,- aan materiële schade;
  • [aangever 6] vordert € 750,- aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade;
  • [aangever 28] vordert € 1.176,50 aan materiële schade;
  • [aangever 26] vordert € 2.255,- aan materiële schade;
  • [aangever 9] vordert € 4.640,- aan materiële schade;
  • [aangever 13] vordert € 980,- aan materiële schade;
  • [aangever 17] vordert € 2.555,- aan materiële schade;
  • [aangever 19] vordert € 1.855,- aan materiële schade;
  • [aangever 21] vordert € 6.400,- aan materiële schade;
  • [aangever 31] vordert € 4.000,- aan materiële schade;
  • [aangever 23] vordert € 2.750,- aan materiële schade;
  • [aangever 32] vordert € 147,66 aan materiële schade.
Feit 2
Eén benadeelde partij heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De opgevoerde schadeposten betreffen materiële en immateriële schade. Zij vordert nader te noemen bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De volgende benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend:
- [aangever 39] vordert € 724,89 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade.
Feit 3
Drie benadeelde partijen hebben in verband met feit 3 een vordering tot materiële schade ingediend. Zij vorderen nader te noemen bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De volgende benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend:
  • [aangever 43] vordert € 225,- aan materiële schade;
  • [aangever 44] vordert € 350,- aan materiële schade;
  • [aangever 47] vordert € 500,- aan materiële schade.
Feit 4
Eén benadeelde partij heeft in verband met feit 4 een vordering tot materiële schade ingediend. Zij vorderen nader te noemen bedragen telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De volgende benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend:
- [aangever 41] vordert € 511,50 aan materiële schade.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen op nader te noemen wijze kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige moeten de benadeelde partij (gedeeltelijk) niet-ontvankelijk in hun vordering worden verklaard dan wel de vorderingen worden afgewezen.
Feit 1
  • [aangever 5] aan € 995,- aan materiële schade;
  • [aangever 6] aan € 750,- aan materiële schade;
  • [aangever 28] aan € 1.176,50 aan materiële schade;
  • [aangever 26] aan € 2.255,- aan materiële schade;
  • [aangever 9] aan € 4.640,- aan materiële schade;
  • [aangever 13] aan € 980,- aan materiële schade;
  • [aangever 17] aan € 2.555,- aan materiële schade;
  • [aangever 19] aan € 1.855,- aan materiële schade;
  • [aangever 21] aan € 6.400,- aan materiële schade;
  • [aangever 31] aan € 4.000,- aan materiële schade;
  • [aangever 23] aan € 2.750,- aan materiële schade;
  • [aangever 32] aan € 147,66 aan materiële schade.
Feit 2
- [aangever 39] aan € 724,89 aan materiële schade.
Feit 3
  • [aangever 43] aan € 225,- aan materiële schade;
  • [aangever 47] aan € 500,- aan materiële schade.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen tot immateriële schade primair op het standpunt gesteld dat deze afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk moeten worden verklaard nu de schade onvoldoende is onderbouwd. Verder heeft de raadsman bepleit dat de vordering van [aangever 44] moet worden afgewezen nu de onderbouwing onderbreekt. Daarnaast dient de vordering van [aangever 32] gedeeltelijk te worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Voor het overige zal de verdediging zich niet verzetten tegen toewijzing van de schadebedragen die volgen uit het dossier.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen die dat hebben gevorderd, als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Deze schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk en zal de rechtbank toewijzen. De rechtbank zal, waar zij anders oordeelt dan de officier van justitie of waar de raadsman verweer op heeft gevoerd hieronder per benadeelde partij een nadere overweging opnemen.
Benadeelde partij [aangever 21]
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de ingevulde en ondertekende vordering blijkt dat de benadeelde partij stelt € 6.400,- schade te hebben geleden en dat de benadeelde partij een schadevergoeding wenst. Uit de aangifte blijkt dat benadeelde partij schade ter hoogte van € 5.000,- heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De overige gevorderde schade is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [aangever 32]
Met betrekking tot de reis- en parkeerkosten overweegt de rechtbank als volgt. Reiskosten gemaakt voor het bevorderen van het herstel van de door verdachte toegebrachte schade (bijv. voor medische behandelingen) zijn toewijsbaar als materiële schade mits in redelijkheid gemaakt en redelijk van hoogte (ex art. 6:96, tweede lid, aanhef en onder a BW). Gevorderde reis- en parkeerkosten voor het bezoek aan de politie, slachtofferhulp en/of advocaat betreffen geen schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit (HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2338). Gelet op het bepaalde in art. 238 Rv Pro komen zij ook niet voor vergoeding in aanmerking als proceskosten. De vordering ten aanzien van de reiskosten naar het politiebureau (€ 35,70) en naar slachtofferhulp (€ 14,52) wordt dan, net als de parkeerkosten bij slachtofferhulp (2,10), ook afgewezen. Dit betekent dat de materiële schade toewijsbaar is voor een bedrag van € 95,34.
Benadeelde partij [aangever 44]Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de ingevulde en ondertekende vordering blijkt dat de benadeelde partij stelt € 350,- te hebben betaald voor een niet geleverde fiets en dat de benadeelde partij een schadevergoeding wenst.
Uit het dossier blijkt dat benadeelde partij schade ter hoogte van € 350,- heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Immateriële schade
Voor de beoordeling van de gevorderde immateriële schade stelt de rechtbank het volgende voorop. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2019 (ECLI:NL:HR:2019:376) als uitgangspunt voorop gesteld dat van de in artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze in ieder geval sprake is, indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.
Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van in de artikel 6:106, eerst lid, onder b BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. De benadeelde partij die zich hierop beroept zal in beginsel moeten stellen en met concrete gegevens moeten onderbouwen dat de ernstige normschending dermate ingrijpende gevolgen voor haar heeft gehad, dat zij in haar persoon is aangetast. In sommige gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de daaruit voor betrokkene voortvloeiende nadelige gevolgen zozeer voor de hand liggen dat aantasting in de persoon (zonder meer) kan worden aangenomen.
Verder heeft de Hoge Raad overwogen dat van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b BW niet reeds sprake is bij de enkele schending van een fundamenteel recht.
De benadeelde partijen [aangever 27] , [aangever 6] en [aangever 39] hebben hun vordering niet voldoende met stukken onderbouwd waaruit blijkt dat bij hen sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. De rechtbank zal deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering om immateriële schade.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De rechtbank zal daarbij telkens bepalen dat bij niet betalen, gijzeling kan worden toegepast.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen voor zover zij in onderstaand schema zijn weergegeven, kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals in onderstaand schema is genoemd. De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nihil.
Feit 1
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Totaal
Rente
[aangever 5]
€ 995,-
€ 995,-
30 september 2024
[aangever 6]
€ 750,-
€ 750,-
30 september 2024
[aangever 28]
€ 1.176,50
€ 1.176,50
26 september 2024
[aangever 26]
€ 2.255,-
€ 2.255,-
20 augustus 2024
[aangever 9]
€ 4.640,-
€ 4.640,-
17 augustus 2024
[aangever 13]
€ 980,-
€ 980,-
4 september 2024
[aangever 17]
€ 2.555,-
€ 2.555,-
2 september 2024
[aangever 19]
€ 1.855
€ 1.855
8 november 2024
[aangever 21]
€ 5.000,-
€ 5.000,-
9 januari 2025
[aangever 31]
€ 4.000,-
€ 4.000,-
18 februari 2025
[aangever 23]
€ 2.750,-
€ 2.750,-
25 februari 2025
[aangever 32]
€ 95,34
€ 95,34
4 maart 2025
Feit 2
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Totaal
Rente
[aangever 39]
€ 724,89
€ 724,89
25 augustus 2024
Feit 3
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Totaal
Rente
[aangever 43]
€ 225,-
€ 225,-
22 december 2022
[aangever 44]
€ 350,-
€ 350,-
16 december 2022
[aangever 47]
€ 500,-
€ 500,-
16 december 2022
Feit 4
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Totaal
Rente
[aangever 41]
€ 511,50
€ 511,50
26 augustus 2024

9.De beoordeling van het beslag

Ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 1, 2, 3, en 4 is beslag gelegd op de volgende voorwerpen:
  • Personenauto (kenteken [kenteken] ) (G3405950);
  • 1 STK Telefoontoestel, Iphone 16 pro (G3405862);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405864);
  • 1 STK USB-stick (memorykaart) (G3405918);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon (G3405904);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405894);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone SE, grijs (G3405899);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone 6, grijs (G3405899);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone, zwart (G3405892);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone 14, wit (G3405886);
  • 1 STK Computer, PEAQ Laptop (G3405875);
  • 1 STK Computer, Dell Laptop (G3405873);
  • 1 STK gebruikershoeveelheid softdrugs en grinder (G3405955).
De officier van justitie heeft verzocht om de inbeslaggenomen personenauto terug te geven aan de rechthebbende, de gebruikershoeveelheid hennep te onttrekken aan het verkeer en de overige in beslag genomen goederen zoals hiervoor opgesomd, verbeurd te verklaren, nu de strafbare feiten daarmee zijn begaan.
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
De rechtbank zal de teruggave van de personenauto (kenteken [kenteken] , G3405950) aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
De rechtbank zal het 1 STK Telefoontoestel, Iphone 16 pro (G3405862), 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405864), 1 STK USB-stick (memorykaart) (G3405918), 1 STK Simkaart van zaktelefoon (G3405904), 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405894), 1 STK Telefoontoestel, IPhone SE, grijs (G3405899), 1 STK Telefoontoestel, IPhone 6, grijs (G3405899), 1 STK Telefoontoestel, IPhone, zwart (G3405892), 1 STK Telefoontoestel, IPhone 14, wit (G3405886), 1 STK Computer, PEAQ Laptop (G3405875)en 1 STK Computer, Dell Laptop (G3405873) die tot het begaan van het misdrijf onder feit 1 en 2 zijn begaan dan wel bestemd verbeurd verklaren.
Omdat de in beslag genomen gebruikershoeveelheid softdrugs en grinder (G3405955) een middel is als bedoeld in artikel 2 en Pro 3 van de Opiumwet, zal de rechtbank bevelen dat dit op grond van artikel 13a van de Opiumwet worden onttrokken aan het verkeer.

10.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/347369-21)

De politierechter heeft verdachte op 7 mei 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 70 uur.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
toewijzing
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

11.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 60a, 138ab, 326 en 326e van het Wetboek van Strafrecht.

12.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 5 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- Meldplicht bij reclassering
Verdachte zich meldt binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd bij SVG Reclassering Mondriaan op het nummer 088 506 88 88. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hij houdt zich aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft;
- Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
Verdachte zich laat zich behandelen door Mondriaan Forensische Zorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra er plek is. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
- Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Verdachte verblijft bij de beschermde woonvorm van het Leger des Heils te [plaats] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend op detentie. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- Dagbesteding
Verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- Meewerken aan schuldhulpverlening
Verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, door middel van het aangaan van bewindvoering. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn/haar financiën en schulden;
- Meewerken aan middelencontrole
Verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt op
een taakstraf van 170 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 dagen;
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 7 mei 2024 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een taakstraf van 70 uur (parketnummer 05/347369-21);
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1, 2, 3 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen en bedragen aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente (indien gevorderd)
1. [aangever 5]september 2024
2. [aangever 6]september 2024
3. [aangever 28]september 2024
4. [aangever 26]augustus 2024
5. [aangever 9]augustus 2024
6. [aangever 13]september 2024
7. [aangever 17]september 2024
8. [aangever 19]november 2024
9. [aangever 21]€ 5.000,- 9 januari 2025
10. [aangever 31]€ 4.000,- 18 februari 2025
11. [aangever 23]€ 2.750,- 25 februari 2025
12. [aangever 32]€ 95,34 4 maart 2025

13.[aangever 39] € 724,89 25 augustus 2024

14.[aangever 43] € 225,- 22 december 2022

15. [aangever 44]december 2022
16. [aangever 47]december 2022

17.[aangever 41] € 511,50 26 augustus 2024

 verklaart de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/immateriële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [aangever 5]€ 995,- 19 dagen
2. [aangever 6]€ 750,- 15 dagen
3. [aangever 28]€ 1.176,50 21 dagen
4. [aangever 26]€ 2.255,- 32 dagen
5. [aangever 9]€ 4.640,- 56 dagen
6. [aangever 13]€ 980,- 19 dagen
7. [aangever 17]€ 2.555,- 35 dagen
8. [aangever 19]€ 1.855 28 dagen
9. [aangever 21]€ 5.000,- 60 dagen
10. [aangever 31]€ 4.000,- 50 dagen
11. [aangever 23]€ 2.750,- 37 dagen
12. [aangever 32]€ 95,34 1 dag

13.[aangever 39] € 724,89 14 dagen

14.[aangever 43] € 225,- 4 dagen

15. [aangever 44]€ 350,- 7 dagen
16. [aangever 47]€ 500,- 10 dagen

17.[aangever 41] € 511,50 10 dagen

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Beslag
 gelast de teruggave van de personenauto (kenteken [kenteken] ) (G3405950) aan de rechthebbende;
 verklaart verbeurd de voorwerpen;
  • 1 STK Telefoontoestel, Iphone 16 pro (G3405862);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405864);
  • 1 STK USB-stick (memorykaart) (G3405918);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon (G3405904);
  • 1 STK Simkaart van zaktelefoon, Lebara (G3405894);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone SE, grijs (G3405899);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone 6, grijs (G3405899);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone, zwart (G3405892);
  • 1 STK Telefoontoestel, IPhone 14, wit (G3405886);
  • 1 STK Computer, PEAQ Laptop (G3405875);
  • 1 STK Computer, Dell Laptop (G3405873);
 beveelt de onttrekking aan het verkeer van 1 STK gebruikershoeveelheid softdrugs en grinder (G3405955).
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Sno (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 januari 2026.
Mr. P. Verkroost en mr. G.L.C. van den Bosch zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20250407.1320, onderzoek ZANDVOORT/ ON4R024100 gesloten op 22 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, melding verkoop simkaarten, p. 61.
3.Proces-verbaal van bevindingen, verkoop [telefoonnummer 1] , p .69.
4.Proces-verbaal van bevindingen, herkenning, p. 63.
5.Proces-verbaal van bevindingen, controle [telefoonnummer 1] , p. 71.
6.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p. 470-471.
7.Proces-verbaal van bevindingen, analyse [telefoonnummer 15], p. 89.
8.Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek, p. 153-156.
9.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p. 470-471.
10.Proces-verbaal van aangifte [aangever 27] , p. 528-530.
11.Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] , p. 532-533.
12.Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] , p. 546-547.
13.Proces-verbaal van aangifte [aangever 5] , p. 555-556.
14.Proces-verbaal van aangifte [aangever 6] , p. 559-560.
15.Proces-verbaal van aangifte [aangever 7] , p. 549-553.
16.Proces-verbaal van aangifte [aangever 28] , p. 483-485.
17.Proces-verbaal van aangifte [aangever 29] , p. 382-385.
18.Proces-verbaal van aangifte [aangever 26] , p. 387-388.
19.Proces-verbaal van aangifte [aangever 9] , p. 391-393.
20.Proces-verbaal van aangifte [aangever 10] , p. 408-409.
21.Proces-verbaal van aangifte [aangever 11] , p. 417-420.
22.Proces-verbaal van aangifte [aangever 12] , p. 422-423.
23.Proces-verbaal van aangifte [aangever 13] , p. 429-431.
24.Proces-verbaal van aangifte [aangever 14] , p. 433-435.
25.Proces-verbaal van aangifte [aangever 15] , p. 438-439.
26.Proces-verbaal van aangifte [aangever 16] , p. 441-442.
27.Proces-verbaal van aangifte [aangever 17] , p. 444-448.
28.Proces-verbaal van aangifte [aangever 18] , p. 511-512.
29.Proces-verbaal van aangifte [aangever 19] , p. 514.
30.Proces-verbaal van aangifte [aangever 20] , p. 517-518.
31.Proces-verbaal van aangifte [aangever 6] , p. 520-522.
32.Proces-verbaal van aangifte [aangever 30] , p. 525-526.
33.Proces-verbaal van aangifte [aangever 21] , p. 582-583.
34.Proces-verbaal van aangifte [aangever 22] , p. 585.
35.Proces-verbaal van aangifte [aangever 31] , p. 589- 590.
36.Proces-verbaal van aangifte [aangever 23] , p. 592-593.
37.Proces-verbaal van aangifte [aangever 24] , p. 595-596.
38.Proces-verbaal van aangifte [aangever 25] , p. 598-600.
39.Proces-verbaal van aangifte [aangever 32] , p. 605-607.
40.Proces verbaal van bevindingen, overeenkomende modus operandi, p. 180-182.
41.Proces-verbaal van bevindingen, analyse [telefoonnummer 15], p. 91.
42.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p. 470-471.
43.Proces-verbaal van aangifte [aangever 29] , p. 382-385.
44.Proces-verbaal van aangifte [aangever 26] , p. 387-388; Proces-verbaal van aangifte [aangever 9] , p. 391-393.
45.Proces-verbaal van aangifte [aangever 10] , p. 408-409; Proces-verbaal van aangifte [aangever 11] , p. 417-420.
46.Proces-verbaal van aangifte [aangever 12] , p. 422-423; Proces-verbaal van aangifte [aangever 13] , p. 429-431; Proces-verbaal van aangifte [aangever 14] , p. 433-435; Proces-verbaal van aangifte [aangever 15] , p. 438-439; Proces-verbaal van aangifte [aangever 16] , p. 441-442; Proces-verbaal van aangifte [aangever 17] , p. 444-448.
47.Proces-verbaal van bevindingen, analyse [telefoonnummer 15], p. 94.
48.Proces-verbaal van aangifte [aangever 28] , p. 483-485.
49.Proces-verbaal van aangifte [aangever 18] , p. 511-512.
50.Proces-verbaal van aangifte [aangever 19] , p. 514; Proces-verbaal van aangifte [aangever 20] , p. 517-518; Proces-verbaal van aangifte [aangever 6] , p. 520-522; Proces-verbaal van aangifte [aangever 30] , p. 525-526.
51.Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek IMEI’s inbeslaggenomen telefoons [adres 1] , p. 100.
52.Proces-verbaal van aangifte [aangever 21] , p. 582-583.
53.Proces-verbaal van aangifte [aangever 22] , p. 585.
54.Proces-verbaal van aangifte [aangever 31] , p. 589- 590.
55.Proces-verbaal van aangifte [aangever 23] , p. 592-593; Proces-verbaal van aangifte [aangever 24] , p. 595-596; Proces-verbaal van aangifte [aangever 25] , p. 598-600.
56.Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek, p. 153-156.
57.Proces-verbaal van bevindingen, analyse + 316 124 703 50, p. 94-95.
58.Proces-verbaal van bevindingen, Analyse iPhone 8, p. 149-152.
59.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2025.
60.Proces-verbaal van aangifte [aangever 33] , p. 401-403.
61.Proces-verbaal van aangifte [aangever 34] , p. 405-406.
62.Proces-verbaal van aangifte [aangever 35] , p. 413-414.
63.Proces-verbaal van aangifte [aangever 36] , p. 450-452.
64.Proces-verbaal van aangifte [aangever 37] , p. 454-455.
65.Proces-verbaal van aangifte [aangever 38] , p. 458-459.
66.Proces-verbaal van aangifte [aangever 39] , p. 462-464.
67.Proces-verbaal van aangifte [aangever 40] , p. 466-468.
68.Proces-verbaal van bevindingen, overeenkomende modus operandi, p. 182.
69.Proces-verbaal van aangifte [aangever 36] , p. 454-455; Proces-verbaal van aangifte [aangever 37] , p. 454-455; Proces-verbaal van aangifte [aangever 38] , p. 458-459; Proces-verbaal van aangifte [aangever 39] , p. 462-464; Proces-verbaal van aangifte [aangever 40] , p. 466-468.
70.Proces-verbaal van aangifte [aangever 33] , p. 401-403; Proces-verbaal van aangifte [aangever 34] , p.405-406; Proces-verbaal van aangifte [aangever 35] , p. 413-414.
71.Proces-verbaal van bevindingen, analyse [telefoonnummer 15], p. 91.
72.Proces-verbaal van bevindingen, onderzoek, p. 153-156.
73.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2025.
74.Proces-verbaal van aangifte [aangever 41] , p. 453-455.
75.Proces-verbaal van aangifte [aangever 42] , p. 478-479.
76.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 december 2025.