ECLI:NL:RBGEL:2026:711

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
C/05/459134 / HA RK 25-157
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 194 RvArt. 195 RvArt. 195a RvArt. 204 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorlopige bewijsverrichting inzake royement lidmaatschap schietsportvereniging

De eiser, voormalig lid van de schietsportvereniging De Steiner Schutters, verzocht de rechtbank om voorlopige bewijsverrichtingen te gelasten, waaronder inzage in een forensisch cybersecurityrapport en andere documenten, om zijn royement aan te vechten en schadevergoeding wegens smaad en laster te onderbouwen.

De vereniging had het lidmaatschap van eiser beëindigd vanwege gedragingen en psychische gesteldheid die niet eerder waren gemeld. Eiser stelde dat het royementsbesluit zijn eer en goede naam aantastte en wilde de gevraagde gegevens gebruiken in mogelijke bestuursrechtelijke en civiele procedures.

De rechtbank oordeelde dat een voorlopige bewijsverrichting alleen toelaatbaar is met het oog op een burgerlijke procedure en dat onvoldoende belang was aangetoond. Daarnaast bleek dat bepaalde gevraagde gegevens niet bestonden of reeds waren verstrekt. Het rapport was niet relevant voor het royementsbesluit en er was geen aantasting van de eer of goede naam bij derden vastgesteld.

Daarom werd het verzoek afgewezen en werden geen proceskosten toegewezen. De beschikking werd op 27 januari 2026 uitgesproken door mr. M.C. van der Mei.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige bewijsverrichting wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en het ontbreken van een procedure bij de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: C/05/459134 / HA RK 25-157
Beschikking van 27 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. H.A. Groeneveld,
tegen

1.[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verweerder 1] ,
2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
SCHIETSPORTVERENIGING DE STEINER SCHUTTERS,
gevestigd te Urmond, gemeente Stein,
hierna: de Steiner Schutters,
verweerders,
advocaat: mr. A.M. Thomas.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 28 oktober 2025, met 6 producties,
- producties 1 tot en met 4 van [verweerder 1] en de Steiner Schutters,
- productie 5 van [verweerder 1] en de Steiner Schutters,
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Verschenen zijn [verzoeker] , bijgestaan door mr. Groeneveld, en [verweerder 1] , namens zichzelf en in zijn hoedanigheid van bestuurder van de Steiner Schutters, bijgestaan door mr. Thomas.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De Steiner Schutters is een schietsportvereniging. [verzoeker] is lid geweest van De Steiner Schutters. [verweerder 1] is lid en statutair bestuurder van De Steiner Schutters.
2.2.
Bij Whatsapp bericht van 20 mei 2025 heeft [verweerder 1] aan [verzoeker] het volgende geschreven:
(…)
Tussen 13 en 14 april zijn er via het contactformulier op onze website (…) meerdere dreigende berichten verstuurd zonder vermelding van de werkelijke afzender.
Na een grondig onderzoek door een forensisch cybersecurity bureau is op 19 mei het eindrapport opgesteld, waaruit blijkt dat [verzoeker] verantwoordelijk is voor deze berichten.
Dit onderzoeksrapport hebben wij uiteraard overgedragen aan de politie.
Gezien de aard van jouw handelingen en gedragingen, waarbij wij in redelijkheid je lidmaatschap van de Steiner Schutters niet kunnen handhaven, ontzeggen wij jou hierbij met onmiddellijke ingang het lidmaatschap op basis van artikel 6.3 van het huishoudelijk reglement. De KNSA en ESS zullen hiervan op de hoogte worden gebracht.
(…)
2.3.
Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft [verzoeker] aan [verweerder 1] en de heer [naam 1] geschreven dat hij bezwaar maakt tegen het besluit om zijn lidmaatschap te royeren.
2.4.
Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft [verweerder 1] aan [verzoeker] in antwoord op het bericht van [verzoeker] van eerder die dag het volgende geschreven:
(…)
je hebt mij recentelijk medegedeeld dat je sinds lange tijd forse psychische problemen ervaart waarvan je nooit eerder bij ons melding hebt gemaakt. Dit betreft o.a. intense haatgevoelens die hebt naar je oud werkgever (en kennelijk ook naar mijn persoon waarvan ik aangifte heb gedaan bij de politie).
Ook gaf je aan dat je al circa 10 jaar bij een (bevriende) psycholoog loopt met deze problematiek, maar dat je maatregelen hebt genomen om dit te maskeren.
Beide zaken zijn voor mij voldoende grond om je lidmaatschap van onze schietvereniging te beëindigen, aangezien je hierover nooit eerder transparant bent geweest, niet naar mij en niet naar het bestuur van de vereniging.
De zaak omtrent de door mij ontvangen bedreigingen zullen via politie/justitie worden afgehandeld en staan buiten onze vereniging.
(…)
2.5.
Op 10 juni 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] beroep ingesteld tegen het besluit zijn lidmaatschap te royeren. De Steiner Schutters heeft daarop geantwoord dat zij het besluit in stand laat en heeft [verzoeker] verwezen naar de beroepscommissie.
2.6.
Op een speciaal daarvoor bijeengeroepen algemene ledenvergadering van de Steiner Schutters van 27 juni 2025 (hierna: de ALV) is het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het bestuur tot royement van zijn lidmaatschap door de algemene vergadering behandeld. De algemene vergadering heeft het besluit van het bestuur bekrachtigd.
2.7.
Bij brief van 1 juli 2025 heeft de Steiner Schutters aan [verzoeker] geschreven dat de algemene vergadering op de ALV heeft beslist om het besluit van het bestuur om [verzoeker] als lid van De Steiner Schutters te royeren te bekrachtigen.
2.8.
Bij brieven van 19 september 2025 aan [verweerder 1] en de Steiner Schutters heeft de advocaat van [verzoeker] afgifte verzocht van het onderzoeksrapport van het forensisch cybersecuritybureau van 19 mei 2025, de aangifte van [verweerder 1] tegen [verzoeker] , de agenda en notulen van de ALV en de berichten aan de politie, de KNSA en de ESS met betrekking tot het royement van [verzoeker] .
2.9.
[verweerder 1] en de Steiner Schutters hebben niet voldaan aan het verzoek uit de voornoemde brieven van 19 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank, bij zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, [verweerder 1] te bevelen om binnen twee weken na betekening van deze beschikking, primair, afschrift en/of uittreksel te verstrekken van en subsidiair inzage te geven in het onderzoeksrapport van het forensisch cybersecuritybureau van 19 mei 2025 en de aangifte van [verweerder 1] tegen [verzoeker] op straffe van een dwangsom en de Steiner Schutters te bevelen om binnen twee weken na betekening van deze beschikking, primair, aan [verzoeker] afschrift en/of uittreksel te verstrekken van en subsidiair inzage te geven in de agenda en notulen van de ALV van 27 juni 2025, het bericht aan de politie, de KNSA en de ESS naar aanleiding van het royement van [verzoeker] , op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [verweerder 1] en de Steiner Schutters in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker] stelt dat de impact op zijn leven van het besluit om hem als lid te royeren groot is. Volgens hem is de reden voor het royement, door hemzelf samengevat getypeerd als: “ [verzoeker] is een gevaarlijke gek”, een verzinsel van [verweerder 1] die de Steiner Schutters heeft overgenomen. Dit tast de eer en goede naam van [verzoeker] aan, in ieder geval bij de andere leden van de Steiner Schutters en mogelijk ook bij de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA), het Schietsport Centrum Stein (ESS) en de politie, afhankelijk van de inhoud van de berichten die aan hen zijn gestuurd. Het kan ook tot gevolg hebben dat [verweerder 1] zijn wapenvergunning verliest. [verzoeker] wil de gegevens gebruiken om een vordering te onderbouwen tot nietig verklaring, danwel vernietiging van het royementsbesluit, om een vordering tot vergoeding van schade op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b en Pro c BW te onderbouwen en in eventueel met de politie en/of de KNSA te voeren discussies die betrekking hebben op de verlenging van zijn wapenvergunning en zijn bevoegdheid om de schietsport te mogen beoefenen. Dat maakt dat hij voldoende belang heeft bij het verkrijgen van de gegevens.
3.3.
[verweerder 1] en de Steiner Schutters verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek. Hun verweer wordt, voor zover relevant, hierna bij de beoordeling behandeld.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] afwijzen.
De notulen van de ALV, het bericht aan de politie waarbij het rapport is toegezonden en het bericht aan ESS zijn door [verweerder 1] en de Steiner Schutters in deze procedure overgelegd, zodat het belang bij afschrift, uittreksel of inzage is komen te ontvallen, wat [verzoeker] overigens heeft erkend op de mondelinge behandeling.
Afschrift en uittreksel van of inzage in de aangifte van [verweerder 1] tegen [verzoeker] en het bericht aan de KNSA is niet mogelijk, omdat deze gegevens niet bestaan. Bij afschrift, uittreksel of inzage in de overige gegevens heeft [verzoeker] geen belang. De rechtbank licht in het hiernavolgende toe hoe zij tot de laatste twee beslissingen komt.
4.2.
Het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens voorafgaande aan een procedure is geregeld de artikelen 196 - 204 Rv. Op grond van artikel 196 Rv Pro kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de rechter het verzoek toewijst, tenzij hij van oordeel is dat: a. de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is, b. onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat, c. het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde, d. er misbruik van bevoegdheid wordt gemaakt; of e. andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens zijn op grond van artikel 204 Rv Pro de artikelen 194, 195 en 195a Rv van overeenkomstige toepassing. In deze artikelen is geregeld dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Degene die over de gegevens beschikt, ook als dit een derde is die geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop de gegevens betrekking hebben, is verplicht daarvan inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij hem een verschoningsrecht toekomt of gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
4.3.
[verweerder 1] heeft in een schriftelijke verklaring, door hem overgelegd als productie 1, geschreven dat van de bedreigingen op de website van zijn bedrijf geen aangifte bij de politie is gedaan en dat er geen bericht aan de KNSA is verzonden. [verzoeker] heeft op de mondelinge behandeling gewezen op de tegenstrijdigheid van deze verklaring met hetgeen [verweerder 1] in zijn e-mails aan [verzoeker] heeft geschreven, zijnde dat hij aangifte heeft gedaan bij de politie tegen [verzoeker] en dat hij de KNSA op de hoogte zal gaan brengen van zijn royement als lid. [verzoeker] vraagt zich af wat er nu waar is. In antwoord hierop hebben [verweerder 1] en de Steiner Schutters toegelicht dat [verweerder 1] uiteindelijk heeft besloten om af te zien van het doen van aangifte bij de politie. Ook is er geen bericht aan de KNSA verzonden; er is slechts op de website van de KNSA een online formulier ingevuld door de secretaris van het bestuur van de Steiner Schutters, waarmee [verzoeker] als lid van de vereniging is afgemeld. Er is door de Steiner Schutters geen kopie van het ingevulde formulier ontvangen en daarom kan er niets worden verstrekt.
4.4.
[verzoeker] heeft de nadere toelichting van [verweerder 1] en de Steiner Schutters niet meer weersproken, zodat daarvan dient te worden uitgegaan. Daarmee komt vast te staan dat [verweerder 1] en de Steiner Schutters niet beschikken over een aangifte bij de politie of een bericht aan de KNSA, zodat het verzoek moet worden afgewezen voor zover het op deze gegevens betrekking heeft.
4.5.
Op de mondelinge behandeling is door de rechtbank met partijen gesproken over de notulen van de ALV, waarin ook de agenda van die vergadering is opgenomen. [verweerder 1] en de Steiner Schutters hebben toegelicht dat de agenda voor de ALV bij Whatsapp-bericht is verzonden aan de leden, maar dat [verweerder 1] dit bericht niet meer heeft kunnen terugvinden. [verzoeker] betoogt nog steeds belang te hebben bij afschrift of uittreksel van en inzage in de agenda, omdat hij verwacht dat bij een dergelijk informeel bericht een begeleidende tekst is opgenomen. [verweerder 1] en de Steiner Schutters betwisten dat er een begeleidende tekst is opgenomen in het Whatsapp-bericht. In het bericht staat volgens hen alleen de agenda zoals deze ook in de notulen van de ALV te vinden is, om welke reden [verzoeker] geen belang meer heeft bij afschrift of uittreksel van of inzage in dit bericht. In het Whatsapp-bericht is volgens [verweerder 1] en de Steiner Schutters slechts aangekondigd dat, waar en wanneer een algemene ledenvergadering zal plaatsvinden en dat daar het beroepsschrift van [verzoeker] zal worden besproken.
4.6.
De rechtbank oordeelt dat er geen belang is bij een afschrift van het Whatsappbericht. De agenda is integraal opgenomen in de notulen van de ALV, dus die kent [verzoeker] . Dat het Whatsappbericht slechts een kort bericht is met een inhoud zoals [verweerder 1] en de Steiner Schutters stellen, acht de rechtbank aannemelijk nu de Steiner Schutters slechts een kleine vereniging is, met minder dan 15 leden, zonder professionele bestuurders. Enig belang bij afschrift of inzage in dit bericht of in andere (Whatsapp)gegevens die betrekking hebben op de agenda is er dus niet.
4.7.
[verweerder 1] en de Steiner Schutters hebben als productie 2 overgelegd het onderzoeksrapport van het forensisch cybersecuritybureau van 19 mei 2025, welk rapport [verweerder 1] dus eerder naar de politie heeft gezonden. Een deel van de tekst uit het rapport is zwartgelakt. [verzoeker] wil over het rapport zonder zwartgelakte passages beschikken om de volgende redenen. Allereerst stelt [verzoeker] dat hij het rapport mogelijk nodig zal hebben om zich te verdedigen in een (bestuursrechtelijke) procedure die betrekking heeft op de verlenging van zijn vrijstelling of ontheffing voor het bezit van een vuurwapen. Daarnaast wil hij de inhoud van het rapport gebruiken om een vordering te onderbouwen tot nietig verklaring, danwel vernietiging van het royementsbesluit. Ten slotte wil [verzoeker] met het rapport een vordering onderbouwen die strekt tot vergoeding van schade als gevolg van de aantasting in zijn eer of goede naam als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW Pro. Ter onderbouwing van die laatste vordering stelt [verzoeker] dat het rapport door [verweerder 1] met in ieder geval één ander bestuurslid van de Steiner Schutters is besproken, zodat deze persoon ook weet van de door [verweerder 1] gestelde bedreiging. Dan gaat een dergelijke beschuldiging binnen de vereniging een eigen leven leiden, terwijl het dus niet waar is, aldus [verzoeker] .
4.8.
Voor zover [verzoeker] het rapport wil gebruiken in een bestuursrechtelijke procedure die betrekking heeft op het verkrijgen of het verlengen van een vrijstelling of ontheffing voor het dragen van in de Wet Wapens en Munitie verboden vuurwapens geldt dat dit geen grond kan opleveren voor toewijzing van het verzoek, omdat een voorlopige bewijsverrichting uitsluitend toelaatbaar is met het oog op een geding voor de burgerlijke rechter. [1] Ten overvloede merkt de rechtbank op dat naar aanleiding van de stellingen van [verzoeker] op de mondelinge behandeling dit gestelde belang inmiddels niet meer aanwezig is. [verzoeker] heeft namelijk verklaard dat de politie hem zijn wapen na korte tijd heeft teruggegeven en dat vervolgens in december 2025 de ontheffing van het verbod om een wapen te bezitten met een jaar is verlengd, zonder dat het onderzoeksrapport op deze beslissing van invloed is geweest. Daarom valt - ten overvloede - niet in te zien dat [verzoeker] het rapport nodig heeft om zich in een bestuursrechtelijke procedure te kunnen verweren die op dit onderwerp betrekking heeft.
4.9.
Voor zover [verzoeker] stelt het rapport nodig te hebben om het besluit tot royement van zijn lidmaatschap aan te tasten, geldt dat uit hetgeen door partijen over en weer naar voren is gebracht blijkt dat de bedreigingen die [verzoeker] richting [verweerder 1] zou hebben geuit, wat [verzoeker] overigens betwist, niet ten grondslag zijn gelegd aan het besluit van de Steiner Schutters om [verzoeker] te royeren als lid van de vereniging. Dat is geweest, kort gezegd, de psychische gesteldheid van [verzoeker] en het niet-melden daarvan. Daarom geeft dit geen belang bij afschrift of uittreksel van of inzage in het rapport.
4.10.
Ten slotte kan het belang ook niet worden gevonden in de gestelde aantasting in de eer of goede naam van [verzoeker] . In relatie tot de politie is in ieder geval niet gebleken dat die eer of goede naam is aangetast, nu de politie, zoals hiervoor reeds overwogen, nadien de wapenvergunning heeft verlengd en [verzoeker] naar zijn zeggen niet heeft opgeroepen voor verhoor. [verzoeker] heeft zelfs verklaard dat hij een strafrechtelijke vervolging niet meer verwacht. Verder is het enkele feit dat het rapport door [verweerder 1] met een andere bestuurder is besproken onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat de eer of goede naam van [verzoeker] is geschaad, nu het enkele bespreken van het rapport daar nog niet voor zorgt, laat staan als dat slechts met één persoon is gebeurd. Dat de leden van de Steiner Schutters ook, op welke manier dan ook, kennis van de gestelde bedreigingen en/of van het bestaan en de inhoud van het rapport hebben gekregen, betekent evenmin dat de eer of goede naam van [verzoeker] is aangetast.
4.11.
Nu het verzoek van [verzoeker] zal worden afgewezen, is er geen grond om [verweerder 1] en de Steiner Schutters in de proceskosten te veroordelen. [verzoeker] zal ook niet worden veroordeeld in de proceskosten, omdat daarom niet is verzocht door [verweerder 1] en de Steiner Schutters en er bovendien geen aanleiding toe bestaat. De rechtbank is namelijk van oordeel dat [verzoeker] recht op inzage, afschrift of uittreksel van de notulen van de ALV, het bericht aan de politie waarbij het rapport is toegezonden en het bericht aan ESS zou hebben gehad en het verzoek dus zou zijn toegewezen voor zover het betrekking heeft op deze gegevens, ware het niet dat [verweerder 1] en de Steiner Schutters deze gegevens één dag voor de mondelinge behandeling hebben overgelegd. Over de proceskosten zou dan zijn beslist dat [verzoeker] slechts gedeeltelijk, en niet overwegend, in het ongelijk zou zijn gesteld. De rechtbank zou dan de proceskosten hebben gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op
27 januari 2026.
954 / 1496

Voetnoten

1.HR 7 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1433.