Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
“hij heeft dat ook bij mij gedaan”.[minderjarige 3] vertelde dat verdachte het in Doesburg op de camping had gedaan. [getuige] weet nog dat zij dat weekend een appje had gekregen van de partner van verdachte dat zij zelf niet kon oppassen, maar dat verdachte met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op de camping bleef en zij daar konden blijven slapen. [minderjarige 3] vertelde dat hij die zondagavond met verdachte in de caravan in bed lag en dat [minderjarige 2] in een tentje lag. [minderjarige 3] vertelde dat verdachte achter hem kwam liggen in bed en dat hij [minderjarige 3] vasthield. [minderjarige 3] deed op dat moment alsof hij sliep.
“jeetje ook bij [minderjarige 3] , hij heeft het ook bij mij gedaan”.Volgens [getuige] stond [minderjarige 1] erbij alsof hij wel kon kotsen en hij rende vervolgens weg naar buiten, omdat het hem te veel werd.
de auditu-verklaring levert op zichzelf niet voldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de
de auditu-getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Ook kunnen eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt, bijvoorbeeld de verweten seksuele handelingen, bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend zijn om als objectief gegeven in combinatie met andere omstandigheden een rol van betekenis te spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer. Niet is vereist dat het steunbewijs betrekking dient te hebben op de ten laste gelegde gedragingen. Ook is niet vereist dat het steunbewijs rechtstreeks de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit bevestigt.
3.De bewezenverklaring
een ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 24 oktober 2012 tot en met 23 oktober 2016 te [woonplaats] , gemeente Lochem, met [minderjarige 1] (geboren op [geboortedag] 2000), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
/ofhet betasten van de penis van die [minderjarige 1] en
/of
of omstreeksde periode van 1 oktober 2017 tot en met 31 oktober 2017 te Deventer, met [minderjarige 2] (geboren op [geboortedag] 2005), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een
of meerontuchtige handeling
enheeft gepleegd, te weten het betasten van de penis van die [minderjarige 2] ;
of omstreeksde periode van 1 juli 2017 tot en met 31 juli 2017 te Doesburg, met [minderjarige 3] (geboren op [geboortedag] 2007), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
/ofhet betasten van de penis van die [minderjarige 3] en
/of
/ofbetasten van zijn, verdachtes, penis in het bijzijn van die [minderjarige 3] .
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;
- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 1] van € 3.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2016 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 1] , een bedrag te betalen van € 3.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2016 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 35 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 2] van € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2017 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 2] , een bedrag te betalen van € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2017 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige 3] van € 2.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2017 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige 3] , een bedrag te betalen van € 2.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2017 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.