Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
€ 77.833,00. De netto rentelasten, rekening houdend met het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek, zijn € 62.582,00. Bij oversluiten in februari 2022 moest [gezamenlijke eisers] een boeterente voor het oversluiten (€ 36.831,00), bemiddelingskosten aan [gedaagde] (€ 2.995,00), taxatiekosten (€ 850,00) notariskosten (€ 1.000,00) betalen. De som van de rente, boeterente en overige kosten is € 119.509,00. Netto is dit € 87.588,00.
(€ 78.454,00 minus € 62.582,00 en € 25.006,00) en dus nog geen schade lijdt.
(€ 26.856,00) dient volgens [gezamenlijke eisers] in de schadebegroting vanaf juni 2026 respectievelijk juni 2027 te worden meegenomen. In deze tweede berekening bedragen de netto boeterente en overige kosten € 9.120,00. Een vergelijking van de feitelijke situatie met hypothetische situatie leidt in deze berekening tot de conclusie dat [gezamenlijke eisers] in de voormelde periode een schade lijdt van € 6.752,00 (€ 78.454,00 minus € 62.582,00 en € 9.120,00).
werkelijkgeleden schade moet worden vergoed. Met andere factoren, zoals bijvoorbeeld de financiële draagkracht van partijen, waarop [gezamenlijke eisers] wijst, behoort bij de vaststelling van de schadevergoeding in beginsel geen rekening te worden gehouden.
3.De beslissing
woensdag 7 oktober 2026,
4 februari 2026.