Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
3.
[naam eiser 3],
1.[naam gedaagde 1] ,
2.
[naam gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusies van antwoord na mondelinge behandeling.
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil over de nalatenschap van een erflater met een beperking, waarbij eiser vorderingen instelt tegen gedaagde sub. 1 en sub. 2 wegens vermeende paulianeuze rechtshandelingen rondom de ontbinding van een vennootschap onder firma en de overdracht van een campingbedrijf.
Eiser vordert onder meer vernietiging van kwijtscheldingen en overdracht van registergoederen, met betaling van bedragen en wettelijke rente. Gedaagde voert verweer dat de vorderingen verjaard zijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser al sinds het vonnis van 15 december 2021 schuldeiser is en dat de verjaringstermijn van drie jaar voor vernietiging van paulianeuze rechtshandelingen op die datum is gaan lopen. Omdat geen tijdige stuiting is gesteld, zijn de vorderingen verjaard. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt.
De rechtbank wijst de vorderingen af, veroordeelt eiser hoofdelijk in de proceskosten van €12.219,50 en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vernietiging van paulianeuze rechtshandelingen af wegens verjaring en veroordeelt eiser in de proceskosten.