Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , h.o.d.n. [bedrijf] , uit [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Nijmegen
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3.1. De burgemeester heeft het spoedeisend belang betwist. Het bedrijf aan de [adres] is al gesloten en staat bovendien alweer te huur.
3.2. Verzoeker heeft op de zitting toegelicht dat hij zijn bedrijf conform het besluit van de burgemeester heeft gesloten in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Omdat de kosten (huur, personeelslasten en andere kosten) gewoon doorlopen heeft hij ervoor gekozen om het pand te huur te zetten. Met de inkomsten kunnen de kosten betaald worden. Bij toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening kan hij zijn bedrijf heropenen. Een andere huurder is nog niet gevonden.
3.3. Gelet op de nadere toelichting van verzoeker is sprake van voldoende spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom inhoudelijk beoordelen.
Oordeel van de voorzieningenrechter
4.1. Op 23 februari 2026 heeft het LBB advies uitgebracht. Het LBB concludeert na onderzoek dat er een ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Bibob). Er is in strijd met de Arbeidstijdenwet, de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet minimum loon gehandeld. Deze strafbare feiten zijn gepleegd bij horecaondernemingen [bedrijf] in [plaats] en [plaats] en de gevraagde vergunning ziet eveneens toe op de exploitatie van een horecaonderneming. De aangevraagde vergunning maakt het mogelijk om dergelijke strafbare feiten te plegen.
Verzoeker heeft bovendien niet op het bibob-formulier vermeld dat de arbeidsinspectie hem een bestuurlijke boete van € 3.000,- heeft opgelegd omdat hij in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen heeft gehandeld. Dat betekent dat het Bibob-formulier valselijk is opgemaakt. Het LBB concludeert daarom dat sprake is van feiten en omstandigheden die redelijkerwijs kunnen doen vermoeden dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd, namelijk valsheid in geschrifte (artikel 3, zesde lid van de Wet Bibob).
4.2. De burgemeester heeft op grond van de uitkomst van het Bibob-onderzoek van het LBB en het door de burgemeester zelf uitgevoerde onderzoek besloten de aanvraag voor een Alcoholwetvergunning voor het adres [adres] in [plaats] te weigeren en daarnaast een last onder bestuursdwang opgelegd en verzoeker gelast de horeca-inrichting te sluiten.
Verzoeker stelt dat de burgemeester onvoldoende heeft onderbouwd waarom de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Het feit dat sprake is van valsheid in geschrifte is volgens verzoeker bovendien onvoldoende feitelijk vastgesteld en onevenredig zwaar meegewogen.