ECLI:NL:RBGEL:2026:5084

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
11955607
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 1 BWArt. 6:233 onder a BWArt. 7:405 BWArt. 141 RvRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van ontransparant en oneerlijk meerwerkbeding in architectenovereenkomst

De zaak betreft een geschil tussen een consument en een architectenbureau over de betaling van meerwerkkosten die niet transparant en oneerlijk zijn vastgesteld. De geopposeerde had een offerte uitgebracht met een uurtarief en een schatting van uren per fase. De opposant betaalde een factuur voor fase 1, maar betwistte later de facturering van meerwerk.

De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als een consumentenovereenkomst en toetste het meerwerkbeding aan het transparantievereiste van de Richtlijn 93/13/EEG en de jurisprudentie van het HvJEU. Het beding voor het basisontwerp was transparant, maar het meerwerkbeding niet, omdat onvoldoende informatie was verstrekt over de omvang en kosten van het meerwerk.

De rechtbank oordeelde dat het meerwerkbeding oneerlijk was en vernietigde het beding, waardoor de overeenkomst voor het meerwerk verviel. De vorderingen van de geopposeerde werden afgewezen, inclusief incassokosten en rente. De rechtbank veroordeelde de geopposeerde in de proceskosten en gaf de geopposeerde in overweging om onrechtmatig geïncasseerde bedragen terug te betalen.

Uitkomst: Het meerwerkbeding wordt vernietigd wegens ontransparantie en oneerlijkheid, waardoor de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11955607 \ CV EXPL 25-8854
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van

1.[naam opposant 1] ,2. [naam opposant 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,
opposanten in verzet,
oorspronkelijk gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [de opposant] ,
gemachtigde: mr. J.C. Noordijk,
tegen
[naam geopposeerd bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geopposeerde in verzet,
oorspronkelijk eisende partij,
hierna te noemen: [de geopposeerde] ,
gemachtigde: Breyta incasso B.V.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding met 13 producties,
- het verstekvonnis van 10 september 2025 met kenmerk 11872252 CV EXPL 25-7204,
- de verzetdagvaarding van 22 oktober 2025, waarbij [de opposant] in verzet is gekomen tegen het op 10 september 2025 uitgesproken verstekvonnis,
- het tussenvonnis van 24 december 2025,
- het bericht van 15 mei 2026 met producties 14 tot en met 17 van [de geopposeerde] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 5 maart 2023 heeft [de geopposeerde] een offerte aan [de opposant] gezonden voor architectenwerkzaamheden ten behoeve van de verbouwing van hun toenmalige woning aan de [adres] te [woonplaats] . In de offerte is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Zoals besproken stuur ik jullie bij deze de offerte met betrekking tot jullie verbouwplannen. De offertes is opgedeeld in fases met de daarbij behorende werkzaamheden.
Zoals is afgesproken is de opdracht op urenbasis. Als schatting voor de te verwachtte kosten heb ik jullie project vergeleken met enkele vergelijkbare afgeronde projecten. Aan de hand daarvan heb ik een inschatting gemaakt qua uren. Vanzelfsprekend bepaald dit de geschatte prijs.
(…)
VOORWAARDEN
(…)
Uurtarieven en meer-/ minderwerk
Genoemde prijzen zijn op basis van de door ons gehanteerde uurtarieven:
Projectleider / ontwerper€ 90,-€ 70,-
Ingenieur / BIM-modelleur € 70,-
Aanvullende werkzaamheden zullen voor eenzelfde uurloon worden doorberekent. Indien hier ons inziens sprake van is zullen wij dit vooraf melden.
Facturering
Facturering per fase. Deze vindt plaats bij de oplevering van de werkzaamheden.
Voorwaarden
Deze offerte is tot 3 maanden na dagtekening geldig. De opdracht is per fase. Na iedere afgeronde fase kan de overeenkomst vrijblijvend worden ontbonden. Mocht een volgende fase niet opgedragen worden, dan wordt naar de stand van het werk afgerekend. De betaling dient binnen 30 dagen te worden voldaan.
WERKZAAMHEDEN
Fase VO - Voorontwerp € 4.200,00
  • Eerste toetsing vergunningsvrij / vergunningsplichtig;
  • Vooronderzoek bestemmingsplan;
  • Vooronderzoek welstandsnota;
  • Analyse en inmeten bestaande bebouwing / constructie / context;
  • Bestaande situatie (t.b.v. sloopmelding, vergunningsaanvraag en constructieberekening): plattegronden doorsnede en gevels;
  • Voorontwerp in de vorm van een indelingsplan en exterieur-ontwerp: plattegronden, doorsnede(s) en gevels;
  • 3D-presentatie;
  • Kleur- en materiaalstaat, exterieur;
  • Bespreken en verwerken van wijzigingen in het ontwerp;
  • Voorontwerp indienen bij de gemeente.
(…)
OPDRACHTBEVESTIGING OP URENBASIS
Fase 1 – Voorontwerp(schatting uren arbeid: 60)€ 4.200,00
Fase 2 – Definitief ontwerp(schatting uren arbeid: 60)€ 4.200,00
Fase 3 – Technisch ontwerp(schatting uren arbeid 40)€ 2.800,00
Fase 4 – Bouwbegeleiding(optioneel op urenbasis)-
2.2.
Op 5 mei 2023 heeft [de geopposeerde] per e-mail aan [de opposant] , voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“Ik zit inmiddels ook al iets buiten de offerte te kleuren, dus dat zal dan ook toenemen.”
2.3.
Op 22 mei 2023 heeft [de geopposeerde] fase 1 – voorontwerp aan [de opposant] in rekening gebracht. Hierbij zijn 69,5 uren in rekening gebracht, hetgeen neerkomt op
€ 5.886,65 inclusief btw. Deze factuur is op 5 juni 2023 door [de opposant] aan [de geopposeerde] voldaan.
2.4.
Op 15 juni 2023 heeft [de geopposeerde] namens [de opposant] het voorontwerp ingediend bij de gemeente. Dit ontwerp is door de gemeente afgewezen.
2.5.
Op 11 juli 2023 heeft [de geopposeerde] een herzien ontwerp ingediend bij de gemeente. Dat ontwerp is eveneens afgewezen.
2.6.
Op 10 november 2023 heeft [de geopposeerde] aan [de opposant] een factuur gezonden voor een bedrag van € 3.388,00 inclusief btw met daarbij de vermelding
“Ontwerp- aanpassingswerkzaamheden”. Op deze factuur is een korting van 11,75 uur verstrekt.
2.7.
Op 22 januari 2025 heeft [de geopposeerde] aan [de opposant] een factuur gezonden voor
€ 995,00 inclusief btw. Met deze factuur heeft [de geopposeerde] de eerder in mindering gebrachte 11,75 uur alsnog in rekening gebracht bij [de opposant]

3.Het geschil

3.1.
[de geopposeerde] heeft in de oorspronkelijke dagvaarding gevorderd [de opposant] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.324,45, bestaande uit een hoofdsom van € 4.383,23, buitengerechtelijke incassokosten van € 463,80 en wettelijke rente over de hoofdsom tot 27 augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 27 augustus 2025 totdat alles is betaald, met veroordeling van [de opposant] in de proceskosten.
3.2.
De vorderingen van [de geopposeerde] zijn bij verstekvonnis van 10 september 2025 toegewezen.
3.3.
Bij verzetdagvaarding, die op 22 oktober 2025 aan [de geopposeerde] is betekend, heeft [de opposant] verzet ingesteld tegen voornoemd verstekvonnis.
3.4.
[de geopposeerde] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [de opposant] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot het verrichten van architectenwerkzaamheden, omdat [de opposant] een bedrag van € 4.383,23 onbetaald heeft gelaten. Hierdoor is [de opposant] in verzuim en is hij eveneens de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente verschuldigd.
3.5.
[de opposant] concludeert tot vernietiging van het verstekvonnis en afwijzing van de vorderingen van [de geopposeerde] , met veroordeling van [de geopposeerde] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld zodat [de opposant] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen. Tussen partijen is dit ook niet in geschil.
4.2.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht dient te worden gekwalificeerd als een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 6:230h lid 1 BW. [de opposant] heeft gehandeld als consument en [de geopposeerde] als handelaar. Geen van partijen heeft in de processtukken enige aandacht besteed aan deze materie. Daarom heeft de kantonrechter partijen voorafgaand aan de mondelinge behandeling bericht dat zij de nodige informatie ter zitting zullen moeten verstrekken.
4.3.
Op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) moet de kantonrechter kernbedingen (zo nodig ambtshalve) in consumentenovereenkomsten toetsen op oneerlijkheid indien het kernbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd (het transparantievereiste).
4.4.
De bepaling dat [de geopposeerde] voor haar (meer)werkzaamheden een uurtarief van
€ 70,00 in rekening brengt is een kernbeding. Dit is expliciet opgenomen in de offerte. Niet gesteld of gebleken is dat er over dit kostenbeding afzonderlijk is onderhandeld. De kantonrechter moet daarom beoordelen of het kostenbeding in de tussen partijen gesloten overeenkomst voldoet aan het hiervoor genoemde transparantievereiste. Daarvoor moet aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) van 12 januari 2023 (zaak C-395/21, ECLI:EU:C:2023:14).
4.5.
In dat arrest heeft het HvJEU overwogen dat een kostenbeding tussen een advocaat en een consument waarin de kosten voor juridische diensten worden vastgelegd op basis van een uurtarief, niet voldoet aan het transparantievereiste, indien de consument voordat de overeenkomst wordt gesloten geen informatie ontvangt die hem in staat stelt om met de nodige voorzichtigheid en met volledige kennis van de financiële consequenties die het sluiten van deze overeenkomst met zich brengt zijn beslissing te nemen. Het enkel noemen van een uurtarief stelt de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument niet in staat om alle financiële consequenties in te schatten die voor hem uit het beding voortvloeien. De advocaat moet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de consument informatie verstrekken die aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen de totale kosten bij benadering te ramen, zoals een raming van het minimaal aantal uren of een verbintenis om met redelijke tussenpozen tussentijdse facturen of verslagen te bezorgen waarin het reeds genoemde aantal gepresteerde werkuren wordt vermeld.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat het kostenbeding van [de geopposeerde] (60 uur voor fase 1: voorontwerp) voldoende duidelijk en transparant is. De kosten voor het voorontwerp waren bij het sluiten van de overeenkomst duidelijk. Hiervoor is immers een uitdrukkelijke schatting van de uren gemaakt. Met de factuur van 22 mei 2023 is weliswaar 9,5 uur meer dan de geschatte 60 uur door [de geopposeerde] bij [de opposant] in rekening gebracht, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter binnen de marge.
4.7.
Ten aanzien van de werkzaamheden die [de geopposeerde]
naindiening van het voorontwerp bij de gemeente bij [de opposant] in rekening heeft gebracht, is de kantonrechter van oordeel dat het kostenbeding ten aanzien van deze uren niet voldoet aan het transparantievereiste. De enkele vermelding in de offerte dat [de geopposeerde] een uurtarief van € 70,00 voor meerwerk hanteert en op 5 mei 2023 heeft aangegeven
“iets buiten de offerte te kleuren”, maken niet dat [de geopposeerde] [de opposant] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst in staat heeft gesteld om met de nodige voorzichtigheid zijn beslissing te nemen en om de totale kosten van de dienstverlening te ramen. Het had op de weg van [de geopposeerde] gelegen om voor aanvang van het meerwerk in fase 1 een indicatie te geven van de te verrichte werkzaamheden en een onderbouwde verwachting van de tijdsbesteding die gepaard gaat met die werkzaamheden. De e-mail van 5 mei 2023 kan niet bijdragen aan de verwachting van [de opposant] nu deze e-mail dateert van voor de factuur voor fase 1 (22 mei 2023).
4.8.
Nu het kostenbeding voor het meerwerk niet transparant wordt bevonden, moet worden beoordeeld of het beding ook oneerlijk is. Op grond van artikel 6:233 onder Pro a BW is een beding onredelijk bezwarend (oneerlijk) wanneer het gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, de wederzijdse kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (de consument). Dit is de implementatie van artikel 3 lid 1 van Pro de Richtlijn waarin is bepaald dat een beding als oneerlijk wordt beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Artikel 6:233 onder Pro a BW moet richtlijnconform worden uitgelegd. De kantonrechter overweegt dat in de recente rechtspraak verschillende opvattingen worden gehuldigd inzake de vraag of een niet-transparant kostenbeding gehanteerd door een advocaat ook oneerlijk is en onder welke omstandigheden daarvan sprake kan zijn. Deze kantonrechter sluit zich aan bij de overwegingen van het Gerechtshof Amsterdam zoals opgenomen in zijn arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3269). Kort en goed geldt het volgende. Om te bepalen of een beding een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit een overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen veroorzaakt ten nadele van de consument, moet met name rekening worden gehouden, zo overweegt de kantonrechter, met de regels van nationaal recht die van toepassing zijn wanneer partijen op dit punt geen regeling hebben getroffen. Met betrekking tot de vraag in welke omstandigheden een dergelijke verstoring van het evenwicht strijd met de goede trouw oplevert, moet gelet op de zestiende overweging van de considerans van de Richtlijn, na worden gegaan of de handelaar door op eerlijke en billijke wijze te onderhandelen met de consument redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat de consument een dergelijk beding zou aanvaarden indien daarover afzonderlijk was onderhandeld. Volgens artikel 4 lid 1 van Pro de Richtlijn moet de rechter bij de beoordeling van de (on)eerlijkheid van een beding toetsen naar het moment van de sluiting van de overeenkomst en moet hij onder meer alle omstandigheden rond de sluiting ervan in aanmerking nemen. Daarbij dient ook met de schending van het transparantievereiste rekening gehouden te worden.
4.9.
Niet is gebleken dat [de geopposeerde] op andere wijze vooraf informatie heeft verstrekt over het totaal aan (meerwerk)kosten en [de opposant] duidelijk heeft gemaakt wat de financiële gevolgen van de overeenkomst zouden zijn. Ook is niet gebleken dat [de geopposeerde] andere maatregelen heeft genomen om een overschrijding van kosten te voorkomen, teneinde het evenwicht tussen partijen te herstellen. Aldus is door [de geopposeerde] het vereiste van goede trouw niet nageleefd en is sprake van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen ten nadele van [de opposant] Het kostenbeding is dan ook oneerlijk.
4.10.
Gevolg is dat het kostenbeding voor wat betreft het meerwerk wordt vernietigd en het [de opposant] niet bindt. Dit heeft als gevolg dat het kostenbeding geacht wordt nooit te hebben bestaan. Omdat het kostenbeding bij een overeenkomst van opdracht met een opdrachtnemer in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf op grond van het bepaalde in artikel 7:405 BW Pro niet kan bestaan zonder loon, betekent dit dat de overeenkomst vervalt voor zover deze ziet op het meerwerk. [de geopposeerde] heeft om deze reden geen recht op betaling van haar factuur.
4.11.
Gelet op het voorgaande wordt de vordering van [de geopposeerde] tot betaling van een bedrag van € 4.383,23 afgewezen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente zullen worden afgewezen.
4.12.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat tijdens de mondelinge behandeling is geconstateerd dat [de geopposeerde] meerdere wettelijke informatieverplichtingen heeft geschonden. Ook heeft (de gemachtigde van) [de geopposeerde] nagelaten om bij inleidende dagvaarding alle noodzakelijke gegevens te overleggen, teneinde de kantonrechter in staat te stellen om tot ambtshalve toetsing over te kunnen gaan. Gelet op de afwijzing van de vorderingen van [de geopposeerde] zal de kantonrechter echter geen consequentie verbinden aan deze schendingen.
4.13.
Tot slot overweegt de kantonrechter dat tijdens de mondelinge behandeling door [de opposant] naar voren is gebracht dat hij daags na het uitbrengen van de verzetdagvaarding is geconfronteerd met de executie van het verstekvonnis. Er is beslag gelegd op de zakelijke bankrekening van [de opposant] en de bij verstek toegewezen bedragen zijn reeds geïncasseerd. Omdat [de opposant] hiermee pas werd geconfronteerd na het uitbrengen van de verzetdagvaarding, had hij niet meer de mogelijkheid om een vordering in reconventie in te stellen. De kantonrechter constateert verder dat [de opposant] in het petitum van de verzetdagvaarding niet concludeert tot terugbetaling van al hetgeen [de opposant] heeft voldaan op basis van het verstekvonnis. De kantonrechter kan [de geopposeerde] aldus niet tot dit laatste veroordelen. De kantonrechter geeft [de geopposeerde] daarom in overweging tot terugbetaling van al hetgeen op basis van het verstekvonnis is geïncasseerd. Aangezien het verstekvonnis zal worden vernietigd, heeft de executie van dat vonnis onrechtmatig plaatsgevonden.
4.14.
[de geopposeerde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Op grond van artikel 141 Rv Pro blijven de explootkosten voor het uitbrengen van de verzetdagvaarding voor rekening van [de opposant] Met inachtneming hiervan worden de proceskosten van [de opposant] begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart het verzet gegrond,
5.2.
vernietigt het verstekvonnis van 10 september 2025 met kenmerk 11872252 CV EXPL 25-7204,
opnieuw rechtdoende
5.3.
wijst de vorderingen van [de geopposeerde] af,
5.4.
veroordeelt [de geopposeerde] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de geopposeerde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
44356 \ 51588