ECLI:NL:RBGEL:2026:4982
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning wijziging kantoorpand naar woonfunctie voor statushouders
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het wijzigen van een kantoorpand naar een woonfunctie voor het huisvesten van minderjarige statushouders in een gemeente in Gelderland.
Het college verleende de vergunning op 2 oktober 2025, waarna verzoeker bezwaar maakte. Na een advies van de bezwaarschriftencommissie handhaafde het college de vergunning op 12 februari 2026. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde of het beroep een redelijke kans van slagen had, hetgeen een reden kan zijn om de vergunning te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de wijziging voldoet aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Verzoeker had geen gelijkwaardige alternatieven aangedragen met minder bezwaren. Het college had de sociale veiligheid voldoende gemotiveerd, rekening houdend met permanente begeleiding en communicatie met omwonenden. Ook het aspect soortenbescherming was adequaat beoordeeld in het kader van de uitvoerbaarheid.
Verder was er geen aanleiding om aan te nemen dat overlast door fietsenstalling of het gebruik van de zolder als woonruimte tot weigering zou moeten leiden. Het belang van integratie van statushouders was niet relevant voor verzoeker. De laddertoets was niet vereist omdat het geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betrof. Participatie was vrijwillig en voldoende. De bezwaren tegen de technische bouwactiviteit, zoals brandveiligheid, konden niet inhoudelijk worden beoordeeld vanwege het relativiteitsvereiste.
Gelet op deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft.