Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] en [eiseres], uit [plaats], eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [plaats]
Samenvatting
Procesverloop
“de voormalige bestaande agrarische functie mag tot een maximale oppervlakte van 200 m2 worden voortgezet ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren”. Volgens eisers is 200 m2 aan bijbehorende bouwwerken op het perceel onder het overgangsrecht gebracht, toen de woningen op nummer 23 en 23a werden omgezet naar een woonbestemming. Het college heeft volgens eisers verzuimd om rekening te houden met de beschermende werking van het overgangsrecht.
“al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden”.Als een bestemmingsregeling gepaard gaat met belemmeringen om een perceel of delen van een perceel te gebruiken en feitelijk in te richten ten dienste van het hoofdgebouw (in dit geval de woning), is er geen sprake van een erf. [8]
“Nu onvoldoende duidelijk is welke activiteiten ter plaatse plaatsvinden kan tevens niet worden vastgesteld dat de parkeerplaatsen ten dienste van woondoeleinden worden gebruikt. Reeds daarom is het bestreden besluit op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.”Deze overweging ontslaat het college niet van de verplichting om de relevante feiten vast te stellen die nodig zijn om tot een constatering te kunnen komen dat de parkeerplaatsen in strijd met het bestemmingsplan worden gebruikt. De beroepsgrond slaagt.