ECLI:NL:RVS:2024:732
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving omgevingsvergunningplicht voor bouwwerken in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe legde op 29 juli 2020 een last onder dwangsom op aan appellant wegens het bouwen en gebruiken van bouwwerken zonder omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan. Belanghebbenden hadden handhaving verzocht vanwege overlast en illegale bouwactiviteiten op het perceel aan de locatie te Wesepe.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bouwwerken vergunningvrij waren omdat zij in een achtererfgebied stonden en dat overgangsrecht van toepassing was omdat de bouwwerken al vóór 1989 aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat het perceel een agrarische bestemming heeft die het gebruik als erf verbiedt, waardoor geen sprake is van een achtererfgebied. Tevens was appellant niet geslaagd in het aannemelijk maken van het overgangsrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze beoordeling. Het feit dat het perceel feitelijk als erf wordt gebruikt, is niet relevant voor de uitleg van het bestemmingsplan. Ook een geslaagd beroep op overgangsrecht legaliseert de bouwwerken niet en ontslaat niet van de omgevingsvergunningplicht. Het college had een beginselplicht tot handhaving en mocht de last onder dwangsom opleggen. Het hogere beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.