Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4885

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
05/049129-25, 05/188959-24 (tul), 05/187907-23 (tul) en 05/366503-24 (tul)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 38v SrArt. 38w Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor moord, poging moord en verboden wapenbezit na beschietingen en explosief

In de nacht van 14 februari 2025 werden drie locaties in Zevenaar en Pannerden beschoten met een automatisch vuurwapen, waarbij een 22-jarig slachtoffer dodelijk werd getroffen. Daarnaast werd een explosief naar een woning gegooid. De rechtbank stelde vast dat verdachte en zijn medeverdachten het wapen gezamenlijk hadden opgehaald, voorbereid en gebruikt bij de aanslagen.

Uit uitgebreid forensisch en digitaal bewijs, waaronder DNA-sporen, chatberichten en camerabeelden, bleek dat de verdachten met voorbedachte raad handelden en medeplegen van moord en poging tot moord bewezen was. De rechtbank oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer en de aanwezigen in de woningen.

De rechtbank veroordeelde de 28-jarige verdachte tot 16 jaar gevangenisstraf, de 23-jarige tot 20 jaar, en de minderjarige tot maximale jeugddetentie met een PIJ-maatregel. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan nabestaanden en bewoners, en een contactverbod opgelegd. De rechtbank wees vrijspraak toe voor niet bewezen verklaarde onderdelen en legde verbeurdverklaring van de gebruikte mobiele telefoon op.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf, een contactverbod en betaling van schadevergoedingen voor moord, poging tot moord en verboden wapenbezit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/049129-25, 05/188959-24 (tul), 05/187907-23 (tul) en 05/366503-24 (tul)
Datum uitspraak : 18 juni 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum ] 2003 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. E.G.S. Roethof, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Pannerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en (al dan niet) met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een automatisch vuurwapen meerdere kogels af te vuren op die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd werd getroffen;
2.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Pannerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en (al dan niet) met voorbedachten rade de in de woning aan de [adres 1] aanwezige personen, te weten [moeder slachtoffer] en/of [vader slachtoffer] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] van het leven te beroven, met een automatisch vuurwapen drie, althans een of meerdere kogels heeft afgevuurd op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of een ruit van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Pannerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan de in de woning aan de [adres 1] aanwezige personen, te weten [moeder slachtoffer] en/of [vader slachtoffer] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] opzettelijk en (al dan niet) met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een automatisch vuurwapen drie, althans een of meerdere kogels heeft afgevuurd op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of een ruit van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Pannerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de in de woning aan de [adres 1] aanwezige personen, te weten [moeder slachtoffer] en/of [vader slachtoffer] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een automatisch vuurwapen drie, althans een of meerdere kogels af te vuren op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of een ruit van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd;
3.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en (al dan niet) met voorbedachten rade de in de woning en/of op het perceel aan de [adres 2] aanwezige personen, te weten [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [getuige 1] van het leven te beroven, met een automatisch vuurwapen negen, althans een of meerdere kogels heeft afgevuurd op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of ruiten van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan de in de woning en/of op het perceel aan de [adres 2] aanwezige personen, te weten [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [getuige 1] opzettelijk en (al dan niet) met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een automatisch vuurwapen negen, althans een of meerdere kogels heeft afgevuurd op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of ruiten van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de in de woning en/of op het perceel aan de [adres 2] aanwezige personen, te weten [naam 9] en/of [naam 10] en/of [naam 11] en/of [getuige 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een automatisch vuurwapen negen, althans een of meerdere kogels af te vuren op voornoemde woning, waarbij /waardoor die woning en/of ruiten van die woning met die kogels is/zijn doorzeefd;
4.
hij op of omstreeks 14 februari 2025 te Zevenaar, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning aan de [adres 2] , een explosief, te weten een cobra 6, voorzien van een fles met benzine en/of een bus deodorant, in elk geval een brandbaar en/of explosief voorwerp, in de richting van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor (delen van) die woning en/of (delen van) (een) omliggende woning(en)/pand(en) en/of voor de in die woning en/of in die/dat omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
- levensgevaar voor de in die woning aanwezige personen en/of voor in (een) omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige persoon/personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige personen, en/of voor in (een) omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige persoon/personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij in of omstreeks de periode 13 februari tot en met 14 februari 2025 te Lieren en/of Didam en/of Pannerden en/of Zevenaar en/of Braamt, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de moord op [slachtoffer] [verder: [slachtoffer] ], de poging tot moord op de aanwezigen op de [adres 1] , de poging tot moord op de aanwezigen op de [adres 2] , de poging tot brandstichting/tot ontploffing brengen van een explosief aan de [adres 2] en verboden wapenbezit, allen in vereniging gepleegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit, primair omdat verdachte niet aanwezig was en subsidiair omdat hij geen substantiële bijdrage heeft geleverd aan de incidenten.
Beoordeling door de rechtbank
1. Vast staat dat in de nacht van 14 februari 2025 binnen korte tijd op drie plekken is geschoten met een vuurwapen. Eerst werd de woning aan de [adres 2] in Zevenaar beschoten en daarbij werd een explosief richting de woning gegooid. [2] Vervolgens werd in Pannerden, op de kruising van de Doornenburgseweg met de Hoogeweg, een Opel Corsa beschoten, waarbij de voorruit en de rechterachterportier van de auto werden doorschoten. [3] In die auto zat op dat moment [slachtoffer] , die door één van de kogels in het hoofd werd geraakt. [4] [slachtoffer] is aan deze schotwond overleden. [5] Kort daarna werd, ongeveer 100 meter verderop, de woning aan de [adres 1] in Pannerden beschoten. [6]
2. De rechtbank dient te beoordelen wat de betrokkenheid van verdachte [verder: [verdachte] ] was en hoe dat handelen moet worden gekwalificeerd.
Conflict
3. Uit onderzoek aan de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] [verder: [medeverdachte 1] ] blijkt dat [slachtoffer] en [medeverdachte 1] vanaf januari 2025 contact hadden via WhatsApp. [slachtoffer] noemt zichzelf in één van de berichten ‘ [alias slachtoffer] ’. [medeverdachte 1] stuurt op 23 januari 2025 een afbeelding met daarop de kop ‘ [dealer] , Snel, discreet & betrouwbaar! 24/7 service cash &tikkie’ met daaronder prijzen van diverse soorten en hoeveelheden drugs. Begin februari 2025 ontstond een ruzieachtige sfeer. De politie ziet dat er tussen 11 en 13 februari 2025 over en weer bedreigingen worden geuit en over wie aan wie zou moeten betalen en over een telefoon(lijn) genaamd ‘ [dealer] ’. Op 13 februari 2025 werd met de telefoon van [medeverdachte 1] het contact [slachtoffer] geblokkeerd en werd het ruziënde gesprek met het contact ‘ [dealer] back UP’ voortgezet. [7]
4. Vanaf de nacht van 13 februari 2025 zijn bij de politie meldingen binnengekomen van diverse incidenten, met kort gezegd een bedreigend karakter, die zouden hebben plaatsgevonden bij woningen van (de families van) [medeverdachte 1] en van [slachtoffer] en/of zijn vrienden.
Regelen en ophalen vuurwapen
5. Op de telefoon van [medeverdachte 1] staat een chatgesprek met contact [alias 1] vanaf 13 februari 2025. Op 13 februari 2025 stuurt [medeverdachte 1] vanaf 16:21:52 uur: ‘Kan je aan automaat komen’, ‘Met snelheid!’, ‘?’. [alias 1] reageert even later met ‘jo bro 5k is die van jou’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Ak?’, waarop [alias 1] dat bevestigt. Op de vraag waar het wapen ligt antwoordt [alias 1] Apeldoorn. [alias 1] zegt dat het zijn pa is. [8]
6. Daarnaast volgt uit onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte 1] dat hij op 13 februari 2025 via Snapchat chatcontact heeft met ‘ [alias medeverdachte 2] ’. [medeverdachte 1] stuurt om 16:52 het bericht ‘heb rijverbod’, waarop [alias medeverdachte 2] antwoordt: ‘ [alias verdachte] wilt ook rijden’, ‘kom ons zo ophalen dan’ en ‘kwart over 5 zijn we ready’. [medeverdachte 1] stuurt vanaf 16:53 uur: ‘Heb ak’, ‘Gefixt’, ‘In Apeldoorn’ en ‘Voor 5k’. [alias medeverdachte 2] reageert daarop met: ‘Siii bro’, ‘Gaan we zo ophalen’. [9] Uit onderzoek aan de mobiele telefoon (Motorola) van medeverdachte [medeverdachte 2] [verder: [medeverdachte 2] ] volgt dat hij gebruik maakt van de accountnaam ‘ [alias medeverdachte 2] ’. [10] [alias verdachte] is de bijnaam van [verdachte] . [11]
7. [medeverdachte 1] was in de nacht van de schietincidenten de bestuurder van een grijze Seat Cupra Formentor met Duitse kenteken waarin hij bij zijn aanhouding op 14 februari 2026 is aangetroffen. [12] Uit DNA-onderzoek aan hulzen die zijn aangetroffen in de Cupra volgt dat op één van de hulzen DNA-materiaal zit en dat de kans dat dit DNA materiaal (mede) afkomstig is van [naam 12] ‘extreem veel waarschijnlijker’ is dan dat dit enkel van andere (onbekende) personen afkomt. [13] Het adres van [naam 12] is [adres 3] in Lieren. [14]
8. De telefoon die onder [verdachte] in beslag is genomen is onderzocht. Met die telefoon is op 13 februari 2025 om 20:06:54 uur die avond voor het eerst contact gemaakt met de Cupra. [15]
9. Op beelden bij de woning van [medeverdachte 2] is te zien dat op 13 februari 2025 omstreeks 20:18 uur een Cupra Formentor voor het adres stopt. Vanuit de bestuurderszijde komt [medeverdachte 2] aanlopen en hij gaat vervolgens de woning in. Omstreeks 20:22 uur verlaat [medeverdachte 2] de woning, loopt richting de Cupra Formentor, die daarna wegrijdt. [16]
10. Om 20:26:06 stuurt [alias 1] het adres [adres 3] naar [medeverdachte 1] . [17]
In de telefoon van [betrokkene 1] staat een bericht dat door [medeverdachte 2] is gestuurd op 13 februari 2025 om 21:05:32 uur: ‘Ga nu een Kalash ophalen’. [18] Uit informatie van de app Flitsmeister op de telefoon van [verdachte] volgt dat die telefoon zich op 13 februari 2025 om 21:09:29 uur op de A50 in Arnhem bevond en vanaf 21:21:16 uur in Beekbergen. [19] Beekbergen ligt ten zuiden van Apeldoorn en grenst aan Lieren.
11. Om 21:18:15 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [alias 1] dat hij er al is, maar even moet wachten. [20] [medeverdachte 1] stuurt op 13 februari 2025 om 20:27:12 uur aan [vriendin medeverdachte 1] [de vriendin van [medeverdachte 1] , verder: [vriendin medeverdachte 1] ]: ‘Ben ri Apd’ en om 21:38:57 uur: ‘Ben bij die pa binnen’. [21]
12. In de telefoon van [verdachte] staat een chatbericht van 13 februari 2025 om 21:47:43 uur van sem-242 aan [medeverdachte 2] : ‘Jo alles goed?’ [22]
13. De rechtbank leidt uit voornoemde bewijsmiddelen het volgende af: [medeverdachte 1] heeft op 13 februari 2025 via [alias 1] een afspraak gemaakt om het wapen, een “Ak” (Kalasjnikov/AK-47), op te halen. [alias 1] noemt daarbij het adres [adres 3] : het adres van [naam 12] in Lieren, wiens DNA werd aangetroffen op één van de hulzen uit de Cupra. De telefoon van [verdachte] maakt iets na 8 uur ’s avonds contact met de Cupra. De Cupra met daarin [medeverdachte 1] vertrekt tegen half negen met [medeverdachte 2] vanuit diens woning. [verdachte] is dan de bestuurder, omdat [medeverdachte 1] een rijverbod heeft. [medeverdachte 1] stuurt rond half negen naar [vriendin medeverdachte 1] dat hij richting Apeldoorn gaat en [medeverdachte 2] stuurt aan [betrokkene 1] dat hij een ‘Kalash’ (Kalasjnikov/AK-47) gaat ophalen. Vervolgens bevindt de telefoon van [verdachte] zich tegen half 10 in Beekbergen, dat vlakbij Lieren ligt. [verdachte] (die als bestuurder kennelijk niet mee naar binnen is gegaan) appt aan [medeverdachte 2] of het allemaal lukt (21:47:43 uur), dit korte tijd na het tijdstip dat [medeverdachte 1] aan [alias 1] stuurt dat hij even moet wachten (21:18:15 uur) en even later aan [vriendin medeverdachte 1] dat hij binnen staat bij de vader van [alias 1] (21:38:57 uur). Op grond van deze bevindingen, in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] met z’n drieën het wapen met munitie hebben opgehaald bij [naam 12] in Lieren.
Voorbereiden in Didam
14. In de chat tussen [alias 1] en [medeverdachte 1] op 13 februari 2025 vraagt [alias 1] om 22:01:15 uur of het geregeld is met pa. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Sws neef’. Om 22:36:34 uur stuurt [medeverdachte 1] : ‘Ben aan schoonmaken’. [alias 1] reageert: ‘Beste rem en reiniging’, ‘Maar wel alle belangrijke delen vetten’. [medeverdachte 1] : ‘Doe met amo’, ‘En motorolie’, ‘Vnv feest in methen.’ [23] Methen is de wijk in Zevenaar waar de [adres 2] in ligt.
15. In de telefoon van [medeverdachte 1] is een afbeelding aangemaakt op 13 februari 2025 om 23:09:46 uur. Dit is een foto van iemand die een AK-47 vastheeft en een kogelwerend vest draagt met daarbij de tekst: ‘Bazen van Methen’. Vervolgens wordt via Snapchat een foto naar diverse personen gestuurd. [24] De meta-data van deze afbeelding bevat de gps-gegevens van de [straatnaam] ter hoogte van nummer [huisnummer] in Didam. De ouders van [medeverdachte 1] wonen op het adres [adres 4] in Didam. [25]
16. In de telefoon van [medeverdachte 1] vindt vervolgens een gesprek plaats met [vriendin medeverdachte 1] vanaf 23:10 uur:
[…]
23:16 [medeverdachte 1] : Soldaat he
23:16 [medeverdachte 1] : Vest voor z’n lul zelfs
23:16 [medeverdachte 1] : Heb ook med kit
[….]
23:17 [medeverdachte 1] : Fortnite shit
[….]
23:18 [vriendin medeverdachte 1] : Gaan [alias verdachte] en [alias medeverdachte 2] samen
[….]
23:20 [medeverdachte 1] : Die kogels zijn kk groot he
23:20 [medeverdachte 1] : Net je duim
[…]
23:20 [medeverdachte 1] : Hahah kk gang shit
23:20 [medeverdachte 1] : Had dit veel
23:20 [medeverdachte 1] : Eerder moeten
23:20 [medeverdachte 1] : Doen
[…]
23:25 [medeverdachte 1] : Deze ratelt echt he [26]
17. In de telefoon van [medeverdachte 1] staat verder een chat met een account met de naam ‘ [accountnaam 1] ’. [medeverdachte 1] stuurt op 13 februari 2025 rond 23:21 uur dat de buurman ‘een vest’ heeft meegegeven en een medische kit voor als je een schotwond hebt. [27]
18. Op de telefoon van [medeverdachte 1] staat een aantal filmpjes. ‘Filmpje 1’ duurt 8 seconden en is aangemaakt op 14 februari 2025 om 01:28:42 uur. Hierop is te zien dat een man met een (lang) vuurwapen in zijn handen staat en voordoet hoe hij zou gaan schieten. De man zegt onder meer: “Je gaat naar die Ozzo (fon.) zo. Je gaat zo zitten, je doet gewoon zo. Je begint gewoon [niet te verstaan] doef [niet te verstaan]”. Op ‘filmpje 2’ (aangemaakt om 01:30:38 uur) is een magazijn te zien en als het magazijn gedraaid wordt zijn de patronen in het magazijn te zien. Ook zijn van drie personen de schoenen in beeld. [28]
19. Een brigadier van de politie heeft (het hiervoor na randnummer 18 genoemde) ‘filmpje 1’ bekeken en beluisterd. De brigadier heeft de persoon die daarop te zien en te horen is herkend als [verdachte] . De verbalisant had twee keer met [verdachte] in verhoor gezeten. Het viel brigadier op dat de twee moedervlekjes die [verdachte] onder zijn oog heeft ook op het filmpje te zien zijn. De moedervlekjes zijn ook te zien op de foto’s die van [verdachte] gemaakt zijn na zijn aanhouding. [29]
20. Op ‘filmpje’ 1 draagt [verdachte] lichtgrijze schoenen, die grote gelijkenis tonen met de schoenen die [verdachte] droeg bij zijn aanhouding. In (het hiervoor, na randnummer 18 genoemde) ‘filmpje 2’ komen drie paar schoenen in beeld. De lichtgrijze schoenen die gelijkenis tonen met de schoenen die [verdachte] droeg op ‘filmpje 1’ en ten tijde van zijn aanhouding zijn op ‘filmpje 2’ ook te zien. Andere schoenen die te zien zijn op ‘filmpje 2’ tonen grote gelijkenis met de schoenen die [medeverdachte 2] droeg ten tijde van zijn aanhouding. [30]
21. De ruimtes die op filmpjes 1 en 2 te zien zijn, waar ze kennelijk zijn opgenomen, zijn na de doorzoeking van de [adres 4] , het woonadres van de ouders van [medeverdachte 1] , vergeleken met de ruimtes in die woning. Daarbij zijn diverse overeenkomsten vastgesteld. Op het filmpje waarop de patroonhouder te zien is, worden het aanrechtblad met [het] patroon [van dat blad], de handgreep van de keukenkastjes, de vloermat met tekst en de keukenvloer met houtpatroon herkend. Op het filmpje waarop [verdachte] een wapen vasthoudt komen het zwarte kozijn tussen keukendeur en muur, de zwarte plint en de keukenvloer met houtpatroon overeen. [31]
22. De rechtbank stelt op grond van deze bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] , [verdachte] (‘ [alias verdachte] ’) en [medeverdachte 2] (‘ [alias medeverdachte 2] ’) na het ophalen van het wapen naar de woning van de ouders van [medeverdachte 1] zijn gegaan. Uit het chatgesprek van [medeverdachte 1] met [alias 1] blijkt dat ze toen het wapen hebben klaargemaakt door het schoon te maken en in te vetten. Ook hebben ze filmpjes en foto’s gemaakt met het wapen. Er is een kogelwerend vest geregeld dat iemand vervolgens heeft aangetrokken die daarmee wordt gefotografeerd. Ook hebben ze de beschikking gekregen over een medische kit voor als iemand een schotwond zou krijgen.
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] te zien is op ‘filmpje 1’, dat hij het woord ‘ozzo’ gebruikt en zegt dat je moet gaan zitten en gewoon ‘zo doet’. De rechtbank begrijpt dat [verdachte] hier ‘osso’ zegt en daarmee (het straattaalwoord voor:) ‘huis’ bedoelt en dat hij op het filmpje daarmee dus voordoet hoe je met het vuurwapen op een huis moet schieten.
Plannen maken: [slachtoffer] is een doelwit
23. Bij onderzoek aan de telefoon van [verdachte] is een Snapchatgesprek aangetroffen tussen gebruiker van die telefoon ‘ [accountnaam verdachte] ’ en ene ‘ [naam 13] ’. Op 12 februari 2025 vanaf 20:29 uur vraagt ‘ [accountnaam verdachte] ’ of [naam 13] ‘ijzer’ [de rechtbank gaat er vanuit dat hiermee een vuurwapen wordt bedoeld] heeft dat hij snel kan lenen omdat er ‘kk [slachtoffer] aan de deur staan bij Turk’. [32] De rechtbank stelt vast dat accountnaam ‘ [accountnaam verdachte] ’ toebehoort aan [verdachte] , omdat de telefoon waar dit account als gebruiker in staat, onder hem in beslag is genomen. In de contactgegevens op die telefoon is het account met de naam [accountnaam verdachte] gekoppeld aan het emailadres [e-mailadres] . [33]
24. [medeverdachte 2] heeft blijkens onderzoek aan zijn telefoon contact met [betrokkene 1] :
Op 12 februari 2024:
[medeverdachte 2] 02:26:31 Man moet eraf zit nu in marbella
[…]
[medeverdachte 2] 17:50:09 Ik ga binnenkort automaat gun halen
[medeverdachte 2] 17:50:25 Misschien hit ik [naam 14] nog wel in een drive by ride
[…]
[medeverdachte 2] 17:50:58 Ja maar ga geen heads hot
[medeverdachte 2] 17:51:06 Moet eerst iemand anders stretchen
[medeverdachte 2] 17:51:15 Ga aankomende jaren in bajes roken
[…]
[medeverdachte 2] 17:51:28 Meteen redrum
[medeverdachte 2] 17:51:46 Spel die woorden maar eens anders om
[…]
[medeverdachte 2] 22:15:12 Had net nog een baby opgehaald was ready om te drive by
[…]
[medeverdachte 2] 22:15:28 30 kogels in die babyuzi
[medeverdachte 2] 22:15:31 Is een wapen
[…]
[medeverdachte 2] 22:15:52 Zat met ding op schoot reed door de buurt. [34]
25. Op 12 februari 2025 rond 22:47 uur heeft [medeverdachte 2] aan een persoon met de Snapchat-naam ‘ [accountnaam 2] ’ gestuurd: ‘Ben kkr hitman neef’. [35]
26. Op beelden van de nacht van 13 februari 2025, de nacht vóór de incidenten waar de tenlastelegging op ziet, die zijn gemaakt bij de [adres 2] is te zien dat om 02:17:39 uur vier mensen aan de deur staan, waarbij iemand zegt: “[…] Kankerhoertje dat hij is, ik ga morgen dit hele huis beschieten dat je dat weet.” [36] [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat het klopt dat hij dat gezegd heeft. [37] [adres 2] is het adres van de moeder van [naam 15] [verder: [naam 15] ], een vriend van [slachtoffer] die aanwezig was bij het schietincident waarbij [slachtoffer] het leven liet. [38] [naam 15] wordt ook wel ‘(de) [bijnaam] ’ genoemd. [39]
27. [medeverdachte 1] en [alias 1] bespreken in een chat op 13 februari 2025 rond 05:00 uur een eerder incident met een brandbom bij de ouders van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] stuurt om 05:20 uur het bericht ‘als ik vlam gaat hele osso of waggy weg’. [40]
28. In het chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 13 februari 2025 stuurt [medeverdachte 1] vanaf ongeveer 11:45 uur dat hij een cadeautje heeft gekocht. Vervolgens stuurt hij een afbeelding van een Scorpio, een (automatisch) vuurwapen. [medeverdachte 2] ( [alias medeverdachte 2] ) stuurt dat hij twee wijnflessen heeft voor molotov. [medeverdachte 1] : ‘We doen die osso’, ‘Van [bijnaam] wel’, ‘Hij was hoertje die aanbelde’. [medeverdachte 2] : ‘Is goed broer’, ‘Klopjacht vanavond’, ‘Regel man kracht drivers autos’. [medeverdachte 2] stelt voor naast de ‘grote’ ook een revolver te kopen, je moet iets hebben wat je in je jas kan doen, groot is niet handig voor elke situatie. Niet veel later stuurt [medeverdachte 2] : ‘Maar komt goed we Gaan vnv toe slaan’. [41]
29. [verdachte] stuurt op 13 februari 2025 om 11:18 uur middels Snapchat aan [naam 13] : ‘Moet paar sommas dood maken’, ‘Is prioriteit’ en ‘Ja als kon maar die kanker biafrahond [slachtoffer] dreigde met me osso toch ga ik hem achter laten komen’. Daarna stuurt [verdachte] via Snapchat aan [medeverdachte 1] om 14:38:24 uur: ‘Ja heb 2 wijnflessen’, ‘Maken we molotov’, ‘Vind alleen zielig’, ‘Voor die ma’. [42]
30. [medeverdachte 2] vraagt op 13 februari 2025 rond 10:30 uur via Snapchat aan [medeverdachte 1] wat er de avond daarvoor gebeurd was. [medeverdachte 1] antwoordt met ‘bel [alias verdachte] ’ waarop [medeverdachte 2] even later bericht ‘is goed […] hij nog niet wakker’ en ‘maar ready for war’. Vanaf 11:46 stuurt [medeverdachte 2] ‘hijs wakker nu’ en ‘ben met hem even roken halen city daarna neefje van [slachtoffer] proberen te bossen’. [43]
Een getuige heeft zich bij de politie gemeld, omdat zij op 13 februari 2025 in de trein naar Doetinchem een gesprek tussen twee jongens had gehoord. Ze stapte om 11:52 uur uit in Doetinchem. De jongens hadden het over posten in Zevenaar en Pannerden. De ene jongen liet aan de andere jongen een filmpje zien. Ze hoorde dat op dat filmpje meerdere schoten werden gelost. De jongen die het filmpje liet zien, zei tegen de andere jongen dat het wapen getest was, en dat als het geleverd was, het kon beginnen. [44] Toen aan de getuige foto’s werden getoond van de twee jongens op het perron van Station Doetinchem De Huet, herkende ze in elk geval de linker. [45] De politie heeft het uiterlijk van de jongens op de beelden en het uiterlijk van [verdachte] en [medeverdachte 2] ten tijde van de aanhouding met elkaar vergeleken en stelt dat er overeenkomsten zijn in postuur, schoenen en/of kleding en dat de jongens op het perron [verdachte] en [medeverdachte 2] zouden kunnen zijn. [46] Verder heeft financieel onderzoek uitgewezen dat met de bankrekening van [verdachte] een pinbetaling heeft plaatsgevonden bij Kippie in Doetinchem op 13 februari 2025 om 12:17 uur. [47] De rechtbank stelt op grond van deze bevindingen vast dat [medeverdachte 2] en [verdachte] samen in de trein zaten richting de stad Doetinchem kennelijk om iets te roken te halen en het gesprek hebben gevoerd dat door de getuige is gehoord.
31. Op 13 februari 2025 heeft [medeverdachte 1] tussen 15:34 uur en 17:04 uur aan [vriendin medeverdachte 1] gestuurd dat hij een AK-47 heeft geregeld bij [alias 1] in Apeldoorn. [alias 1] zou ook ruzie hebben gehad met [getuige 2] en [slachtoffer] . [medeverdachte 1] zou iets van de prijs af willen als hij vanavond een aanslag laat plegen op [getuige 2] en [slachtoffer] . [48] In de telefoon van [medeverdachte 1] hoort bij het contact “ [getuige 2] ” het telefoonnummer dat gebruikt wordt door [getuige 2] . [49]
32. In het, hiervoor onder randnummer 5 aangehaalde, chatgesprek tussen [alias 1] en [medeverdachte 1] op 13 februari 2025 rond 16:20 uur stuurt [medeverdachte 1] na de woorden
‘Kan je aan automaat komen; Met snelheid!; ?’:Laat ik heel die Tiguan doorzeven waar ze in zitten’. Later stuurt [medeverdachte 1] vanaf 21:19:41 uur: ‘Wat wil je dat gebeurd’, ‘Is jou feestje vnv’, ‘Ik kan niet kiezen’, ‘Welke osso’. [alias 1] : ‘Bro jij mag kiezen zo die auto doen’. [50]
33. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hijzelf, [betrokkene 2] en [slachtoffer] die dag terugkwamen uit Marbella van vakantie met een Volkswagen Tiguan. [51] Getuige [getuige 3] , eigenaar van een autoverhuurbedrijf, heeft verklaard dat [slachtoffer] op 13 februari 2025 twee Opel Corsa’s kwam ophalen en aankwam in een zwarte Volkswagen Tiguan waarmee twee andere jongens daarna wegreden. [52]
34. [medeverdachte 2] stuurt [betrokkene 1] deze berichten:
Op 13 feb 2025:
[betrokkene 1] 17:41:46 Ben je oké?
[medeverdachte 2] 20:09:30 Ja nog wel hahaha
[…]
Op 14 feb 2025:
[medeverdachte 2] 00:02:21 Ik ben bijna klaar
[medeverdachte 2] 00:02:32 Moet over paar uurtjes mn vest aan
[…]
[medeverdachte 2] 00:03:23 Heb benzine in de kofferbak
[medeverdachte 2] 00:03:26 Samen met explos
[…]
[medeverdachte 2] 00:40:06 Maar heb die Kalashnikov op mn schoot ik spring meteen de auto uit en begin te vuren
[…]
[betrokkene 1] : 00:40:22 Doe voorzichtig
[medeverdachte 2] 00:40:33 Ja komt goed maar als het echt die gene is
[medeverdachte 2] 00:40:39 Ga ik meteen duitsland
[betrokkene 1] 00:40:52 Was dat degene die je al zocht
[medeverdachte 2] 00:41:06 Ja een van de
[…]
[medeverdachte 2] 00:41:26 Ja dit is het hoofd van de youings. [53]
35. In de nacht van 14 februari 2025 (vanaf ongeveer 01:03 uur) heeft [verdachte] chatcontact met ‘ [accountnaam 3] ’ op Snapchat. Hij stuurt een afbeelding waarop onder andere een wapen te zien is en op de afbeelding staat de tekst: ‘Zijn op job pa’. Om 01:05:35 uur wordt een afbeelding gestuurd met daarop hetzelfde wapen met de tekst ‘Victory Royale’ en ‘Weet niet of je beseft mensen moeten oppassen met [alias verdachte] maatje’. [54]
36. In de chat tussen [medeverdachte 1] en [vriendin medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 1] iets na middernacht op 14 februari 2025 dat [alias verdachte] nog spullen moest halen, Cobra en wijnflessen.
Om 01:35:47 uur stuurt hij op de vraag van [vriendin medeverdachte 1] wat het plan is: ‘Zijn 3 snoepjes’ en om 01:36:01 uur: ‘Gaan denk ik alleen die snoepjes poppen’.
Om 02:05:56 uur stuurt [medeverdachte 1] : ‘Ze hebben’, ‘Me auto geprobeerd’. Om 02:22 uur: ‘Heb ook sws brandbommen’. [55]
37. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ze met een cobra, een flesje benzine en een deodorant iets in elkaar hadden geknutseld. [56]
38. Het explosief dat is aangetroffen in de voortuin van de [adres 2] bestond uit een flesje gevuld met vloeistof, een cobra en een deodorantbus. [57] Het explosief is onderzocht op DNA-materiaal. Hierbij is in de bemonstering van de gehele buitenzijde van het flesje en de dop (AASS5786NL#01) DNA aangetroffen waarvan het profiel overeenkomt met dat van [medeverdachte 1] en [verdachte] en in de bemonstering van de buitenzijde van de deodorantbus (AASS5801NL#01) DNA waarvan het profiel overeenkomt met dat van [verdachte] en [medeverdachte 2] (beide met een ‘bewijskracht’ van meer dan 1 miljard). [58]
39. Om 02:01:57 uur heeft [medeverdachte 1] aan ‘ [dealer] back UP’ gestuurd: ‘Kk mislukte aanslag weer’, ‘Ik rij al in die Cupra’, ‘Opzoek na je’. Waarop [dealer] back UP antwoord: ‘Bro methen Pannerden. [59] Om 02:35:52 uur heeft [dealer] back UP een foto gestuurd van een groot mes dat door de bijrijder van een auto wordt vastgehouden. De foto lijkt te zijn gemaakt door de bestuurder van het voertuig. Het dashboard aan de bijrijderskant van de later beschoten Corsa heeft grote overeenkomsten met het dashboard dat te zien is op deze foto. [60] Om 02:38:10 uur heeft een telefoongesprek van 5 seconden plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [dealer] back UP. Hierna (02:38:39 uur) stuurt [medeverdachte 1] de berichten: ‘Live locatie a.u.b.’ en ‘Poeperds’. [61]
40. De rechtbank stelt vast dat in diverse chatgesprekken wordt gerefereerd aan geweldgebruik tegen [slachtoffer] . [slachtoffer] kwam in een Volkswagen Tiguan terug uit Marbella. [medeverdachte 2] bericht aan [betrokkene 1] dat de man die in Marbella zit ‘eraf moet’. [medeverdachte 1] heeft het tegen [alias 1] over het doorzeven van een Tiguan. Later die avond zegt [alias 1] op de vraag van [medeverdachte 1] dat hij de auto zou doen. [verdachte] chat over ‘somma’s doodmaken’ als prioriteit en [medeverdachte 1] schrijft naar [vriendin medeverdachte 1] dat hij korting wil als hij een aanslag laat plegen op [getuige 2] en [slachtoffer] .
Verder wordt in algemene zin vooruitgelopen op het gebruik van (vuurwapen)geweld en het gebruik van explosieven. Zo benoemt [medeverdachte 2] dat hij flessen voor molotovcocktails heeft, evenals [verdachte] . Uit het feit dat op het explosief dat naar de [adres 2] is gegooid DNA van alle drie de verdachten is aangetroffen in combinatie met de verklaring van [medeverdachte 1] concludeert de rechtbank dat zij het explosief ook daadwerkelijk hebben gefabriceerd.
[medeverdachte 2] stuurt verder aan iemand dat hij een ‘hitman’ is en dat hij de komende jaren in de bajes gaat roken vanwege ‘meteen redrum’ (andersom gespeld:
murder). Er zou die avond een klopjacht plaatsvinden. Ze zijn op zoek naar het ‘hoofd van de youings’. [verdachte] is ook op zoek naar een vuurwapen en heeft het die nacht over ‘op job zijn’ en ‘Victory Royale’, een term uit het spel ‘Fortnite’ die betekent dat alle tegenstanders zijn uitgeschakeld. [medeverdachte 2] en [verdachte] spreken eerder die dag over het testen van het wapen en dat het na het leveren ‘kan beginnen’. Iets na twee uur ’s nachts laat [medeverdachte 1] aan [dealer] Back UP weten dat hij in de Cupra zit en op zoek is naar hem, waarop [dealer] Back UP reageert met de tekst ‘Bro methen Pannerden’, alwaar respectievelijk het eerste en het tweede, dodelijke, schietincident plaatsvindt.
Op drie plekken schieten, rolverdeling
41. De politie heeft de camerabeelden van de [adres 2] als volgt beschreven. Vanaf omstreeks 02:35:08 uur [
14 februari 2025] komt een voertuig, vermoedelijk een Cupra Formentor, aan bij [adres 2] . Twee personen aan de bijrijderszijde stappen uit om 02:35:11 uur. Omstreeks 02:35:13 uur rent de persoon afkomstig van de achterbank richting de tuin. Als hij bij de tuin is, gooit hij een object in de richting van de woning. De bijrijder heeft een vuurwapen vast en vanaf 02:35:14 uur komen er vijf lichtflitsen uit de loop van het wapen en vallen er meerdere objecten vanuit het vuurwapen op de grond. Gelijktijdig gooit de persoon afkomstig van de achterbank een tweede voorwerp richting de woning. Omstreeks 02:35:19 uur stapten beide personen weer in. Terwijl ze instappen, is de arm van een derde persoon aan het stuur van de personenauto te zien.
De twee personen die uitstapten zijn als volgt omschreven. De bijrijder: “[…] droeg een lange jas met de capuchon op. Op de capuchon zag ik aan beide zijkanten een zwartkleurige ronde vorm. Ook zag ik dat boven de opening van de capuchon een donkere verkleuring was en dat de opening van de capuchon erg klein was. Ik kon het gezicht […] niet zien. Het viel mij op dat de jas onder de heupen van de persoon viel. Ik zag dat de schoenen zwartkleurig waren en een witkleurig patroon hadden. Dit patroon zat niet aan de achterzijde van de schoenen.”
De persoon die bij de achterbank uitstapte: “[…] droeg bovenkleding met een capuchon en daaroverheen een zwartkleurige bodywarmer. Ik zag door de opening van de capuchon dat deze persoon een vorm van mond en neusbedekking had. De schoenen waren effen van kleur en hadden een anders gekleurde rand rond de zool.” [62]
De persoon die iets in de richting van de woning had gegooid stapte weer in de rechter achterzijde in en de persoon die in de richting van de woning had geschoten, stapte aan de bijrijderszijde in. De auto rijdt om 02:35:22 uur weg. [63] Omstreeks 02:44:04 uur veranderde het zichtveld van de camera, waardoor op de stoep in de tuin twee objecten, gelijkend op een deodorantspuitbus en een flesje, te zien waren. [64]
42. Uit de beschrijving van de camerabeelden van de [adres 5] in Pannerden (met zicht op de Hoogeweg en de kruising Hoogeweg met de Doornenburgseweg) volgt dat om 02:40:28 uur een donkerkleurige auto met achterlichten die kenmerkend zijn voor een Cupra Formentor naar het kruispunt rijdt, waar twee Opel Corsa’s staan. Om 02:40:34 uur zijn vier knallen te horen, die klinken als schoten. [65]
43. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij in de grijze Opel Corsa naast [slachtoffer] zat. [slachtoffer] zat achter het stuur. [getuige 2] hoorde harde knallen, voelde een ontploffing en allemaal glas. [getuige 2] keek naar links en zag toen dat [slachtoffer] door zijn hoofd was geschoten. [66]
44. In het (achter)hoofd van [slachtoffer] zijn projectieldelen aangetroffen. Er was geen uitschot. [67] Een ander projectiel is aangetroffen in de bijrijderstoel van de Opel Corsa, in lijn met het doorschot in het achterportier van de Corsa. [68] Daarnaast is in het gebouw Hoogeweg 21 waar de Corsa voor stond een gat in het kozijn/ruit en daarnaast op enige afstand boven de ruit een beschadiging aan de bakstenen muur aangetroffen. [69] De rechtbank concludeert hieruit, in combinatie met de vier knallen zoals te horen op de camerabeelden, dat er (ten minste) vier keer is geschoten in de richting van de Corsa.
45. Op het vervolg van de beelden van de [adres 5] zijn om 02:40:53 uur twee knallen te horen. [70] Op de ook door de politie uitgekeken camerabeelden van [adres 6] te Pannerden is na de twee knallen, nog een knal te horen. [71] Op de beelden van de [adres 1] is te zien dat om 02:41:54 uur een auto, met achterlichten die kenmerkend zijn voor een Cupra Formentor, wegrijdt. [72]
46. De tijd tussen het eerste en laatste schietincident is ongeveer 6 minuten. De afstand tussen de [adres 2] en de [adres 1] is ongeveer 5,7 kilometer. De rit duurt volgens Google Maps 9 minuten.
47. Op de telefoon van [medeverdachte 1] stond een derde filmpje (aangemaakt om 02:56:22 uur dus ongeveer een kwartier na het laatste schietincident; verder aangeduid als ‘filmpje 3’) dat als volgt is beschreven. De bestuurder van het voertuig filmt al rijdend de bijrijder en daarna de persoon die achter de bijrijder zit. Bij de bijrijder is tussen de benen een vuurwapen te zien. Dit vuurwapen lijkt overeen te komen met het vuurwapen uit het hiervoor in randnummer 18 omschreven ‘filmpje 1’ [waarop te zien is dat [verdachte] die bij [medeverdachte 1] ouders thuis voordoet hoe op een huis te schieten]. [73] Op ‘filmpje 3’ is te zien dat de persoon op de achterbank een bodywarmer draagt en een sjaal omheeft. Deze bodywarmer vertoont overeenkomsten met de bodywarmer die [verdachte] droeg toen hij werd aangehouden. De bijrijder draagt een bivakmuts onder de capuchon van zijn jas. [74]
Er is verder te zien dat er drie personen in de auto zaten, de achterbank achter de bestuurder is leeg. [75]
48. Bij de doorzoeking van de Cupra werd in het vak van het rechter voorportier een bivakmuts aangetroffen (AAPK1053NL) [76] . Op die bivakmuts is DNA aangetroffen waarvan het DNA-profiel overeenkomt met dat van het DNA van [medeverdachte 2] , met een ‘bewijskracht’ van meer dan 1 miljard. [77] De rechtbank concludeert op grond van dit rapport dat [medeverdachte 2] de donor was van dit celmateriaal.
In de kofferbak werd een groene sjaal aangetroffen (AANH8795NL). Op die sjaal is DNA aangetroffen waarvan het DNA-profiel overeenkomt met dat van het DNA van [verdachte] , met een ‘bewijskracht’ van meer dan 1 miljard. [78] De rechtbank concludeert op grond van dit rapport dat [verdachte] de donor was van dit celmateriaal.
49. Uit een verdere beschrijving van filmpje 3 volgt dat op het scherm van de Cupra te zien is dat het nummer ‘Je kan ’t krijgen’ wordt afgespeeld. Er zijn drie personen zichtbaar in de auto. Een witte usb-kabel die verbonden was met de auto loopt over het middenconsole naar de achterbank. [79] Uit onderzoek aan de telefoons die verbonden waren geweest met de Apple Carplay van de Cupra volgt dat op de telefoon van [verdachte] op 14 februari 2026 om 02:54:33 uur en om 02:57:34 uur het nummer ‘Je kan ’t krijgen’ is afgespeeld. De telefoon van [verdachte] was verbonden met de Apple Carplay van 02:49:54 tot 03:05:47 uur. [80] Om 02:49:42 uur werd het toestel van [verdachte] middels Face ID biometrisch ontgrendeld. [81]
50. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de bestuurder van de Cupra Formentor was en dat zij waren gaan rijden om de twee woningen te beschieten. [82] [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de avond in de periode van de drie schietincidenten in de Cupra heeft gezeten. [83]
51. Reeds vastgesteld is dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] de avond voorafgaand aan de schietincidenten samen het vuurwapen hebben opgehaald en samen voorbereidingen hebben getroffen in Didam.
De rechtbank stelt op basis van die conclusie en voornoemde bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] iets na twee uur ’s nachts samen in de Cupra zijn gaan rijden en dat zij in de periode waarbinnen de drie schietincidenten plaatsvonden (enkel) met zijn drieën in de Cupra zaten.
52. De bijrijder stapte uit en stapte na het schieten aan de [adres 2] weer voorin in, aan de bijrijderskant. Op het, een kwartier na de schietincidenten gemaakte, ‘filmpje 3’ zit de bijrijder met het vuurwapen tussen zijn benen. De persoon die van de achterbank uitstapte, gooide het explosief naar de woning en stapte vervolgens weer in op de achterbank. Ongeveer 5 minuten later (terwijl het volgens Google Maps een rit zou zijn van 9 minuten) is door één van de inzittenden geschoten in Pannerden. Deze beperkte tijd laat redelijkerwijs geen ruimte voor een wissel van inzittenden, zitplaats én/of kleding, nog daargelaten dat daarvoor geen plausibele reden voorhanden is of is aangevoerd en verdachten over (een) dergelijke wisseling(en) niet of niet aannemelijk of verifieerbaar hebben verklaard.
53. Verder is op ‘filmpje 3’ te zien dat een usb-kabeltje naar de achterbank liep terwijl op dat moment het nummer dat te horen was, afgespeeld werd op de telefoon van [verdachte] . Op ‘filmpje 3’ is ook te zien dat de persoon op de achterbank een zwarte bodywarmer draagt, net als [verdachte] aanhad bij zijn aanhouding enkele uren later. Ook draagt de persoon op de achterbank een groene sjaal: op een groene sjaal die gevonden is in de Cupra is DNA van [verdachte] aangetroffen.
De schutter bij de [adres 2] stapte in aan de bijrijderszijde. Deze persoon droeg een (langere) jas, evenals de persoon die later op ‘filmpje 3’ op de bijrijdersstoel zat. Deze persoon op ‘filmpje 3’ had ook een bivakmuts op en in de portier van de bijrijder een bivakmuts aangetroffen met daarop het DNA van [medeverdachte 2] .
54. De rechtbank stelt op grond van de combinatie van de kleding, de positie in de auto, de DNA-resultaten en de technische informatie uit de telefoons vast dat [medeverdachte 2] steeds op de bijrijderspositie zat en in ieder geval bij het schietincident aan de [adres 2] de schutter was en dat [verdachte] degene was die op de achterbank heeft gezeten en bij de [adres 2] het voorwerp gooide. [medeverdachte 1] bestuurde de auto.
Communicatie na de schietincidenten
55. Na de schietincidenten, op 14 februari 2025 vanaf 02:59 uur, heeft [medeverdachte 1] contact met account ‘ [accountnaam 3] ’. [medeverdachte 1] schrijft dat hij op drie plekken heeft ‘gesprayt met deo’. Dat de boy waar [accountnaam 2] beef mee had een soldaat is. ‘Hij lost kk hard, op auto ook’, ‘Man schiet om niet te missen’. [medeverdachte 1] vraagt aan [accountnaam 3] om te checken of [getuige 2] nog leeft. ‘Als die niet reageert is die faya gegaan’. ‘Ik hoop niet dat die faya is gegaan door z’n kk gedrag’. [medeverdachte 1] schrijft: ‘Vandaag gooien ze’, Baksteen met molotov’, ‘In me auto, ‘Terwijl die voor zijn ouders stond’, ‘Geparkeerd’ en ‘Toen gelijk’, ‘In de cap’, ‘Gestapt’, ‘Met kapotte ruit’, ‘Dekentje over stoel’, ‘3 adressen geneukt’. [84]
56. [medeverdachte 1] chat na de schietincidenten verder met ‘ [accountnaam 1] ’. [medeverdachte 1] vraagt aan [accountnaam 1] op 14 februari 2025 om 05:22:46 uur of hij gekeken heeft, waarop [accountnaam 1] antwoordt ‘Ja staat duidelijk’, ‘Wel geraakt’. [medeverdachte 1] antwoordt daarop: ‘Weet niet’ ‘Boeit me ook niet’. [85]
Opzet op de dood van [slachtoffer] en voorbedachte raad (feit 1)
57. De hierboven beschreven manier en mate van voorbereiding duidt er naar het oordeel van de rechtbank op dat dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] voorbereid waren op een gewelddadige confrontatie en die confrontatie ook bewust hebben opgezocht. [medeverdachte 1] was degene met een conflict met [slachtoffer] . Hij heeft het automatische vuurwapen geregeld en was de bestuurder. Hij bepaalde wat er gebeurde en waarnaartoe werd gereden. Hij liet op voorhand nog enigszins in het midden wat er ging gebeuren: schieten, explosieven gooien of beide. Verdachten hebben zich gezamenlijk voorbereid op beide mogelijkheden en uiteindelijk zijn zowel het vuurwapen als een explosief gebruikt.
58. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachten uiteindelijk vol opzet hadden op de dood van [slachtoffer] . Daarvoor is onvoldoende bekend geworden over bijvoorbeeld de schootsafstand, de snelheid waarmee de Cupra reed op het moment van schieten, het zicht op het doelwit en de geoefendheid van de schutter.
59. Wel volgt uit de bewijsmiddelen wettig en overtuigend dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer] . Daaruit blijkt dat verdachten alle drie op het moment dat [slachtoffer] in beeld zou komen, zonder meer bereid waren om op hem te schieten. Dit volgt uit de uitlatingen van de verdachten, met woorden als
‘Kan je aan automaat komen; Met snelheid!; ? […] Laat ik heel die Tiguan doorzeven waar ze in zitten’( [medeverdachte 1] );
‘Ga aankomende jaren in bajes roken; Meteen redrum; spel die woorden maar eens andersom; […]‘Ben kkr hitman neef’; heb die Kalashnikov op mn schoot ik spring meteen de auto uit en begin te vuren […] als het echt die gene is Ga ik meteen duitsland( [medeverdachte 2] ) en ‘
Moet paar sommas dood maken’, ‘Is prioriteit’( [verdachte] ).
Dat het geen loze woorden zijn blijkt uit de uitgebreide voorbereidingen die ze samen treffen, het samen ophalen van de AK-47, het schoonmaken en bijvoorbeeld het oefenen dan wel voordoen hoe je met de AK-47 moet schieten door [verdachte] . Bewapend met dit zware automatisch wapen zijn zij met zijn drieën in de nacht/vroege ochtend van 14 februari 2025 gaan rijden om daarmee op de woningen te schieten. Dat dit daadwerkelijk de bedoeling was blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] . Dat zij daarbij van tevoren er rekening mee hielden en erop waren voorbereid dat het dan ook nog tot een directe confrontatie met [slachtoffer] en/of zijn vrienden zou komen, waarbij de AK-47 zou worden gebruikt blijkt onder meer uit de omstandigheid dat zij niet alleen AK-47 hebben aangeschaft, maar ook spraken over het daarnaast aanschaffen van een kleiner handvuurwapen, dat zij voor de schutter ook nog een kogelwerend vest hebben aangeschaft en zelfs een ‘medische kit’ voor schotwonden. Zij hielden niet alleen rekening met een confrontatie, maar kennelijk zelfs met een vuurgevecht waarbij zou worden teruggeschoten. Dat zij niet alleen rekening hielden met een dergelijke confrontatie, maar daar ook op uit waren blijkt, naast uit de genoemde uitlatingen in de chatgesprekken van te voren, uit de omstandigheid dat kort voor de fatale beschieting, nadat vanuit [dealer] back UP een foto met een mes was gestuurd en er om 02:38:10 uur een telefoongesprek van 5 seconden plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [dealer] back UP, om 02:38:39 uur door [medeverdachte 1] de berichten: ‘Live locatie a.u.b.’ en ‘Poeperds’ aan [dealer] back UP zijn gestuurd.
Toen de Opel Corsa in beeld kwam en één van de drie verdachten [medeverdachte 2] , [verdachte] dan wel [medeverdachte 1] , de trekker overhaalde, is er met een automatisch vuurwapen meerdere keren op een auto geschoten terwijl daar [slachtoffer] en [getuige 2] in zaten. De kogel die de rugleuning van de bijrijdersstoel waarop [getuige 2] zat heeft doorboord heeft hem maar net gemist. Zeker gezien de plaatsen waar de auto en de omgeving daarvan door de kogels zijn getroffen is dit gedrag naar de uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het doden van de inzittenden van de auto dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat verdachten de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust hebben aanvaard. Van genoemde contra-indicaties is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de verdachten (tenminste) voorwaardelijk opzet hebben gehad op de dood van [slachtoffer] (en overigens ook op die van [getuige 2] , maar dat is niet ten laste gelegd).
60. De rechtbank concludeert in navolging van hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen in de (conclusies onder de) paragrafen:
Regelen en ophalen vuurwapen,
Voorbereiden Didam,
Plannen maken: [slachtoffer] is een doelwiten
Communicatie na de schietincidentendat de verdachte en zijn mededaders al enige tijd het vooropgezette plan hadden de confrontatie met [slachtoffer] aan te gaan en hem te beschieten als zij hem zouden treffen. De rechtbank neemt op grond hiervan als vaststaand aan dat de verdachten vóór de uitvoering van hun daad, hebben nagedacht over de betekenis en de mogelijke gevolgen van hun voorgenomen daad en zich daarvan daadwerkelijk rekenschap hebben gegeven. Van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachte zou hebben gehandeld is niet gebleken. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan. De enkele opmerking van [medeverdachte 1] dat ze een terugtrekkende beweging maakten tot het moment dat een brandbom bij zijn auto werd gelegd, vindt geen enkele steun in het dossier. Integendeel, het afspelen na afloop van het nummer ‘Je kan het krijgen’ in de Cupra en de chats van [medeverdachte 1] later die nacht wijzen er juist op dat verdachten tevreden zijn dat hun plan van ‘kkhard lossen op de auto’ en het ‘schieten om niet te missen’, gelukt is.
61. De rechtbank overweegt dat er aanwijzingen zijn dat [medeverdachte 2] , nadat hij had geschoten op de woning aan [adres 2] ook nadien degene was die de AK-47 hanteerde en daarmee bij de twee andere aanslagen opnieuw heeft geschoten, maar dat dit gezien het tijdsverloop niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Het wapen kan al rijdende op enig moment zijn overgedragen aan één van de twee andere inzittenden. Dat niet met zekerheid is vast te stellen wie van de drie verdachten heeft geschoten op [slachtoffer] en op zijn ouderlijke woning, is niet van belang voor de voornoemde conclusies over de opzet en de voorbedachte rade. Vast staat dat de daadwerkelijke schutter één van de drie inzittenden was van de Cupra en dus één van de verdachten. Zij waren alle drie op weg om woningen te beschieten en hielden nadrukkelijk rekening met een directe confrontatie waarbij dan op [slachtoffer] zou worden geschoten. Zelfs in het geval dat de daadwerkelijke schutter de fatale salvo’s met het automatisch wapen heeft afgevuurd zonder op dat moment nog te overleggen met de twee andere inzittenden past die handeling zodanig in het gezamenlijke plan en de gezamenlijke opzet dat geldt dat de opzet en voorbedachte rade bij alle drie aanwezig was. De opzet en voorbedachte rade wordt bevestigd door de omstandigheid dat verdachten na het daarna fataal gebleken schieten op de auto van [slachtoffer] nog verder zijn gegaan met hun plan en op de woning van diens ouders hebben geschoten, terwijl ook uit de aangehaalde uitlatingen na afloop geen contra-indicatie volgt van dat dit binnen het bereik van hun opzet viel.
In vereniging
62. Op grond van hetgeen hierboven (conclusies onder de) paragrafen:
Regelen en ophalen vuurwapen,
Voorbereiden Didam,
Plannen maken: [slachtoffer] is een doelwit, Op drie plekken schieten, rolverdelingen
Communicatie na de schietincidentenis vastgesteld, oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
63. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht moord, in vereniging gepleegd, bewezen.
Beschietingen woningen (feiten 2 en 3)
[adres 1]
64. [moeder slachtoffer] deed aangifte van het beschieten op haar woning. Rond half 3 hoorde ze een knal. Ze was boven op de slaapkamer. Iedereen kwam de kamer uit. Normaal gaan ze rond 10 of 11 uur ’s avonds naar bed en loopt er niemand meer beneden. Soms kijkt haar zoon ’s avonds beneden films. [86]
65. In de woning bevonden zich op dat moment [moeder slachtoffer] , [vader slachtoffer] , [naam 8] , [naam 3] , [naam 5] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] . [87]
66. Bij forensisch onderzoek aan de [adres 1] constateerde de politie aan de buitenzijde van de voorgevel een schotbeschadiging in de voordeur met daarachter een doorschot in de meterkast, op enkele centimeters van de gasbuis. In de meterkast lag een gedeformeerd projectiel. Aan de buitenzijde van de gevel zat een schotbeschadiging in een voeg boven het vaste raam van de woonkamer op de begane grond met daarin een gedeformeerd projectiel. Boven dit raam bevond zich een slaapkamer met twee bedden en een matras. In de ruit van de woonkamer en de zich daarachter bevindende vitrage en gordijn, op ongeveer 120 centimeter hoogte, zaten ook schotbeschadigingen. Als er een persoon van ongeveer 180 centimeter lengte op de bank voor de schotbeschadiging(en) zit, bevinden deze zich ter hoogte van het hoofd. Een projectiel heeft waarschijnlijk de baan vervolgd naar de muur van de trapopgang: daar zat een beschadiging in een baksteen met daarbij gruis op de vloer. Op de trap, op de tweede en vierde traptrede van onderen, lagen fragmenten van een projectiel. [88]
67. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij twee woningen wilden beschieten en bij de [adres 1] werd geschoten tot de kogels op waren. [89]
[adres 2]
68. [naam 9] deed aangifte van het beschieten van haar woning. Ze was op dat moment thuis en [getuige 1] was bij haar. Ze keken beneden op de bank televisie. Die staat aan de voorkant bij het raam. Er kwam op enig moment nog een meisje en toen zijn ze samen gaan roken. Ze stonden met z’n drieën bij de muur tussen de keukendeur en de ramen van de woonkamer in. Ze stonden daar een paar minuten. Toen hoorde ze heel snel achter elkaar kabaal, een knallend geluid. Ze hoorde dingen kapot gaan en glas breken. Ze zag ook direct glas liggen in de woonkamer. Er zaten gaten in de muur en in het raam aan de voorkant. Er was een kogel door een fotolijstje gegaan, dat hing in de muur die tussen de gang en de keuken staat, ongeveer vier meter van het raam af. Haar zoontje [naam 10] lag boven te slapen. [90] In een aanvullend verhoor heeft [naam 9] verklaard dat ze die nacht de lampen aan had. Je kunt dan van buiten bij de randen van het rolgordijn zien dat er licht aan is in de woonkamer. [91]
69. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat ze op het moment van schieten met z’n drieën (zij, [naam 9] en [naam 11] ) bij de achterdeur stonden. Op enig moment hoorde ze heel veel schoten achter elkaar. Ze hoorde glas kapot springen. [92]
70. Bij het forensisch onderzoek aan de [adres 2] heeft de politie vastgesteld dat de in totaal 9 schotbeschadigingen aan de gevel zich op een hoogte van tussen de 0,69 meter en 1,96 vanaf de grond bevonden. Deze schotbeschadigingen bestaan 7 keer uit een perforatie van een ruit en 2 keer een beschadiging van respectievelijk 5 x 5 en 1,5 x 1,5 centimeter in de bakstenen van de muur. In de woning zijn meerdere perforaties in wanden en spullen geconstateerd die gezien de hoogtes vermoedelijk afkomstig waren van de projectielen die door de gevel waren gegaan. Zo bevonden zich perforaties in een kast naast de voordeur, in de meterkast, in een houten plaat achter de gasmeter, in de gordijnen en in de muur naast de toegang tot de keuken. Er werden onder meer metaalfragmenten aangetroffen in de meterkast, onder de eettafel, op de vloer bij de keuken/hal, in de muur tussen de ingang van de muur naast de keuken, op de grond in de achtertuin direct na de achterdeur en op de mat die voor de achterdeur op de grond lag. [93]
71. Op de locatie [adres 2] in Zevenaar werden door de politie 9 hulzen aangetroffen. Op de locatie van het beschoten voertuig werden 3 hulzen aangetroffen. Op de [adres 1] werden 3 hulzen aangetroffen. In de Seat Cupra werden twee hulzen aangetroffen. Van de hulzen zijn afbeeldingen gestuurd naar het NFI. Het NFI concludeerde dat de hulzen van het kaliber 7.62x39mm waren en dat de dwarse deuk op een hulswand erop zou wijzen dat een vuurwapen van type AK-47 of daarvan afgeleid zou zijn gebruikt bij de schietincidenten. De politie heeft foto’s bekeken van de hulzen op de drie plaats delicten, in en op het voertuig waarin de verdachten werden aangehouden en van de patroon die werd aangetroffen in de jaszak van [medeverdachte 2] . De grootte en het type van deze munitie(delen) kwamen visueel overeen. [94]
Opzet op de dood van de aanwezigen [adres 2] en [adres 1] en voorbedachte raad
72. Er zaten, blijkens de beelden van de [adres 2] , slechts drie seconden tussen uit de auto stappen en schieten, terwijl tussen het schieten op de Opel Corsa en op de [adres 1] nog geen 20 seconden zaten. Hieruit volgt dat verdachten zich er bij beide woningen helemaal niet van hebben vergewist of er mensen thuis waren en of zij dan mogelijk beneden zaten. Verdachten hebben ook niet verklaard dat, dan wel hoe, zij dit hebben gedaan. Daarbij dient opgemerkt dat aan de buitenkant van de woning aan de [adres 2] te zien zou moeten zijn dat het licht in de woonkamer aan was en verdachten er dus op bedacht hadden moeten zijn dat er mensen in de woonkamer aanwezig waren.
73. De aanwezigen op de [adres 2] (buiten het jonge zoontje) bevonden zich toen er geschoten werd net bij de achtertuin. Er zijn kogelinslagen en -fragmenten aangetroffen door het hele huis, ook bij de achterdeur. In de [adres 1] is een kogel terechtgekomen boven het raam van de woonkamer, onder het slaapkamerraam en zijn er ook kogels de woning binnengedrongen en tot stilstand gekomen in de meterkast net naast een gasbuis en op de trap naar boven.
74. De rechtbank stelt vast dat verdachten lukraak op deze woningen hebben geschoten met een automatisch wapen van een zwaar kaliber, zonder zich ervan te hebben vergewist of er mensen beneden waren en of het licht aan was. Uit de spreiding van de inslagen volgt dat niet gericht maar ‘uit de losse pols’ salvo’s op de woningen zijn afgeschoten. Bij de [adres 2] zijn er 7 kogels de woning ingeschoten en 2 ingeslagen in de (buiten)muur. Er zijn kogelinslagen en kogelfragmenten aangetroffen tot (ver) in de woningen. Aan de [adres 1] is geschoten tot de kogels op waren.
Het met een automatisch vuurwapen als een AK-47 meerdere keren zonder duidelijk te richten (salvo’s) kogels afvuren op een woning waar zich meerdere mensen bevinden brengt de aanmerkelijke kans met zich dat die aanwezige personen dodelijk worden geraakt. Gelet op enerzijds de spreiding van de inslagen en anderzijds de omstandigheid dat in beide woningen een groot aantal personen in verschillende ruimtes aanwezig waren, was de kans dat er daadwerkelijk iemand (dodelijk) zou worden getroffen aanmerkelijk. Dat is het meest duidelijk bij de woning aan de [adres 2] , waar vaststaat dat drie mensen wakker waren, op de bank vóór het doorschoten raam aan de voorzijde van de woonkamer televisie zaten te kijken en alleen voor een rookpauze even bij de achtertuin stonden, terwijl zelfs daar inslagen waren. Echter ook ten aanzien van de [adres 1] geldt dat gelet op de weinig precieze gerichtheid van het schieten, de omstandigheid dat er ook kogels in de buurt van de gasleiding, op de trap en onder het slaapkamerraam zijn ingeslagen dat de kans dat een van de 8 aanwezigen direct of indirect zou worden getroffen aanmerkelijk was. Dat het ’s nachts gebeurde maakt wat de rechtbank betreft niet dat die aanmerkelijk kans niet aanwezig was. Ook dan moet er, zeker gelet op het grote aantal aanwezigen in die woning, rekening mee gehouden worden dat mensen beneden in de woonkamer aanwezig kunnen zijn, nog niet naar bed zijn gegaan of bijvoorbeeld even wakker zijn om wat te drinken of naar het toilet te gaan.
Het op deze wijze schieten zonder zich ervan te vergewissen of er mensen beneden waren, is, zeker gezien de plaatsen waar huizen door de kogels zijn getroffen, naar de uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het mogelijk dodelijk treffen van aanwezigen in die woningen dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat verdachten de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust hebben aanvaard. Van genoemde contra-indicaties is de rechtbank niet gebleken. In tegendeel, de omstandigheid dat respectievelijk kort na en kort voor het schieten op de huizen gericht op een auto met inzittenden is geschoten waarbij een dodelijk slachtoffer, [slachtoffer] , is gevallen en de wijze waarop daarover na afloop is gecommuniceerd getuigt er juist van dat de kans op het maken van dodelijke slachtoffers voor lief werd genomen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de verdachte (tenminste) voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van de personen die in de woningen aanwezig waren. Dat per individueel persoon niet kan worden vastgesteld hoe groot de kans was dat hij of zij als gevolg van de salvo’s met de AK-47 dodelijk zou worden getroffen, doet er in de geschetste omstandigheden niet aan af dat de opzet op de dood zich uitstrekt over al die daarin of bij de twee woningen aanwezige personen.
75. De rechtbank is van oordeel dat de voorbedachte raad zoals geconcludeerd met betrekking tot feit 1 zich ook uitstrekt over het beschieten van de woningen. Ook ten aanzien van die delicten was sprake van een vooropgezet plan. [medeverdachte 1] heeft dit zelf bevestigd door te verklaren dat verdachten twee woningen wilden beschieten en dit de nacht daarvoor nota bene staande voor de woning aan de [adres 2] aan te kondigen, zoals beschreven bij de bespreking van feit 1. Daarbij komt dat verdachten bij de [adres 2] vrijwel tegelijkertijd een explosief hebben gegooid, waarvoor ook voorbereiding en planning is gemoeid. Hierover zal verderop in dit vonnis nog nader worden overwogen. De rechtbank neemt op grond hiervan als vaststaand aan dat verdachten vóór de uitvoering van hun daad hebben nagedacht over de betekenis en de gevolgen van hun voorgenomen daad en zich hiervan daadwerkelijk rekenschap hebben gegeven. Van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachten zouden hebben gehandeld, is niet gebleken. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan.
In vereniging
76. Conform hetgeen hierboven (onder) ten aanzien van het medeplegen is geconcludeerd is ook ten aanzien van de feiten 2 en 3 sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
77. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht de meervoudige poging tot moord, in vereniging gepleegd, zoals tenlastegelegd onder de feiten 2 en 3, bewezen.
Poging brandstichting/tot ontploffing brengen bij de [adres 2] (feit 4)
78. Het explosief dat naar de [adres 2] is gegooid en later in de voortuin werd aangetroffen is door het NFI onderzocht. Het betrof een kunststof flesje dat gevuld was met ongeveer 250 milliliter motorbenzine, een spuitbus deodorant die voor ongeveer de helft gevuld was met vloeistof en een Super Cobra 6 (zwaar vuurwerk). Het flesje, de spuitbus en de Super Cobra 6 waren aan elkaar bevestigd met transparante tape. Een dergelijke geïmproviseerde explosieve constructie wordt ook wel vuurwerkbrandstofcombinatie (VBC) genoemd. Het NFI heeft over de gevaarzetting van de VBC het volgende opgemerkt: “De ontploffing van een ‘Super Cobra 6’ is sterk genoeg om tot verminkingen of zelfs dodelijk letsel te leiden bij direct lichaamscontact. Daarbij wordt door de toevoeging van het flesje met motorbenzine en de ‘deodorant’ spuitbus de kans op brandschade en letsel door brand ten gevolge van de ontploffing van de geïmproviseerde explosieve constructie sterk vergroot. Door de ontploffing zal de metalen spuitbus fragmenteren en worden (scherpe) delen weggeslingerd, ook kunnen omgevingsmaterialen schade oplopen en/of verscherven. Door eventuele scherfwerking kan er voor personen binnen meerdere meters tot de ontploffende constructie gevaar voor ernstig lichamelijk letsel tot dodelijk letsel ontstaan. Ook kan door de knal van de ontploffing tot op een afstand van tientallen meters (al dan niet permanente) gehoorschade optreden.” [95]
79. De explosievenopruimingsdienst (EOD) heeft op basis van een foto van de VBC desgevraagd geantwoord dat het lont niet zou hebben gebrand.
80. Voor een strafbare poging tot het plegen van een misdrijf is het nodig dat het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Volgens de Hoge Raad is sprake van een begin van uitvoering indien de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate waren gericht op de voltooiing van het misdrijf. Een belangrijke beoordelingsfactor is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats en hoe concreet de gedragingen daarop waren gericht.
81. Vast staat dat [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] zich hebben voorbereid op gebruik van een of meerdere explosieven. In diverse chats hebben ze gesproken over molotovcocktails, brandbommen en aanslagen plegen. Bij de voorbereiding in Didam hebben ze het explosief, de later aangetroffen VBC, gefabriceerd door een flesje te vullen met motorbenzine en dit vast te tapen aan een cobra 6 en een deodorantbus, zoals eerder genoemd. Ze hebben het gemaakt, ze namen het mee en ze gooiden het vervolgens naar de woning. Het dossier bevat, anders dan dat het lont niet heeft gebrand, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank ook een ongeluk of vergissing van [verdachte] kan zijn geweest, geen indicaties dat verdachten het explosief bewust niet hebben doen ontploffen, te meer nu immers gelijktijdig diezelfde woning met een automatisch vuurwapen werd beschoten en dus voor geweld met behulp van zware middelen niet werd teruggedeinsd.
82. Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate gericht op de voltooiing van het misdrijf. De rechtbank is daarmee van oordeel dat sprake is van een begin van uitvoering.
In vereniging
83. Conform hetgeen hierboven (onder) ten aanzien van het medeplegen is geconcludeerd is ook ten aanzien van feit 4 sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Daarbij komt dat de rechtbank hierboven heeft vastgesteld dat verdachte zelf degene is geweest die het voorwerp heeft gegooid.
84. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, in vereniging, heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel (door scherfwerking) en gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
85. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van het onderdeel ‘levensgevaar’ zoals in de tenlastelegging staat opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is de genoemde rapportage van het NFI onvoldoende duidelijk over potentieel levensgevaar voor anderen gezien in de concrete situatie waarbij het explosief richting de gevel van een woning is gegooid.
Bezit vuurwapen, feit 5
86. De rechtbank concludeert in navolging van hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen in de (conclusies onder de) paragrafen:
Regelen en ophalen vuurwapen,
Voorbereiden Didam,
Plannen maken: [slachtoffer] is een doelwit, Op drie plekken schieten, rolverdelingen
Communicatie na de schietincidentenen over het gezamenlijk uitvoeren van de aanslagen, dat verdachten het vuurwapen in vereniging voorhanden hebben gehad in de in de tenlastelegging genoemde plaatsen, met uitzondering van Braamt nu voor dat laatste geen aanknopingspunten zijn in het dossier.
87. Het vuurwapen betreft een AK-47, wat staat voor ‘automatic Kalasjnikov-47’. Een vuurwapen dat geschikt is om automatisch mee te vuren is een vuurwapen van categorie II onder 2 van de Wet Wapens en Munitie.
88. De rechtbank acht zodoende het onder feit 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks14 februari 2025 te Pannerden,
in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,[slachtoffer] opzettelijk en
(al dan niet)met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een automatisch vuurwapen meerdere kogels af te vuren op die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] door een kogel in het hoofd werd getroffen;
2.
hij op
of omstreeks14 februari 2025 te Pannerden,
in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en
(al dan niet)met voorbedachten rade de in de woning aan de [adres 1] aanwezige personen, te weten [moeder slachtoffer] en
/of[vader slachtoffer] en
/of[naam 3] en
/of[naam 4] en
/of[naam 5] en
/of[naam 6] en
/of[naam 7] en
/of[naam 8] van het leven te beroven, met een automatisch vuurwapen drie
, althans een of meerderekogels heeft afgevuurd op voornoemde woning,
waarbij/waardoor die woning en
/ofeen ruit van die woning met die kogels
is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op
of omstreeks14 februari 2025 te Zevenaar,
in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en
(al dan niet)met voorbedachten rade de in de woning en/of op het perceel aan de [adres 2] aanwezige personen, te weten [naam 9] en
/of[naam 10] en
/of[naam 11] en
/of[getuige 1] van het leven te beroven, met een automatisch vuurwapen negen
, althans een of meerderekogels heeft afgevuurd op voornoemde woning,
waarbij/waardoor die woning en
/ofruiten van die woning met die kogels
is/zijn doorzeefd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op
of omstreeks14 februari 2025 te Zevenaar,
in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
opzettelijk brand te stichten en/ofopzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning aan de [adres 2] , een explosief, te weten een cobra 6, voorzien van een fles met benzine en
/ofeen bus deodorant,
in elk geval een brandbaar en/of explosief voorwerp,in de richting van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor (delen van) die woning en
/of(delen van) (een) omliggende woning(en)
/pand(en)en
/ofvoor de in die woning
en/of in die/dat omliggende woning(en)/pand(en)aanwezige goederen
, in elk geval gemeen gevaar voor goederenen
/of
- levensgevaar voor de in die woning aanwezige personen en/of voor in (een) omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige persoon/personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige personen
, en/of voor in (een) omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige persoon/personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderente duchten was,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij in
of omstreeksde periode 13 februari tot en met 14 februari 2025 te Lieren en/of Didam en/of Pannerden en/of Zevenaar en/of Braamt, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van moord;
Ten aanzien van feiten 2 en 3, telkens:
medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd;
Ten aanzien van feit 4:
medeplegen van poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
Ten aanzien van feit 5:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht gevorderd, bestaande uit een contactverbod met de slachtoffers en locatieverboden voor Pannerden en Zevenaar voor de duur van 5 jaren met vaststelling van de duur van de hechtenis per overtreding op 2 weken, met een maximum van 6 maanden. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, in geval van bewezenverklaring, toepassing van het adolescenten-strafrecht bepleit. Verdachte was ten tijde van de feiten 22 jaar en de persoonlijkheid van verdachte geeft hiertoe aanleiding. Indien de rechtbank geen toepassing aan geeft aan artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, heeft de verdediging verzocht aansluiting te zoeken bij strafzaken waarbij sprake was van moord of doodslag en een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren niet te overstijgen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft in de nacht van 14 februari 2025 samen met anderen [slachtoffer] vermoord door met AK-47 (Kalasjnikov), een automatisch geweer van een zwaar kaliber, op hem te schieten. Het was een voorbereide, doelgerichte actie. Verdachte heeft met zijn handelen het leven van de nog maar 22-jarige [slachtoffer] beëindigd en daarmee een vreselijke en onomkeerbare daad begaan. De dood van [slachtoffer] heeft bij zijn nabestaanden veel verdriet, pijn en onbegrip veroorzaakt, zo is indringend naar voren gekomen in de verschillende afgelegde slachtofferverklaringen.
Daarnaast heeft verdachte met anderen door met datzelfde geweer twee huizen te beschieten meerdere pogingen tot moord gepleegd op een groot aantal op dat moment aanwezige mensen, waaronder kinderen. Zij hadden geen enkele betrokkenheid bij het conflict dat kennelijk voor verdachte en zijn mededaders de aanleiding was voor deze aanslagen. De kogels kwamen tot (ver) in de woningen, met alle potentiële gevaren van dien. Deze gebeurtenissen hebben op de aanwezigen grote impact gehad. Naast dat hun leven in gevaar is geweest, betekende dit voor de bewoners dat zij langere tijd hun huizen niet in konden. In de slachtofferverklaringen hebben ook zij indringend tot uitdrukking gebracht hoeveel impact deze gebeurtenissen op hen hebben gehad.
De bewoners van één van de huizen waren daarbij familie van de vermoorde [slachtoffer] . Naast het genoemde verdriet vanwege diens dood, maakte deze omstandigheid dat ook de impact van beschieting met dezelfde AK-47 door dezelfde daders op het huis waarin zij toen aanwezig waren des te groter was. Een en ander vond direct aansluitend op elkaar plaats.
Verdachte heeft zich op geen enkel moment rekenschap gegeven van wat de gevolgen zouden kunnen zijn van zijn handelen. Er hadden die nacht veel meer doden kunnen vallen : zowel de andere inzittende in de auto en de aanwezigen in de woningen hebben ernstig gevaar gelopen. Dat dit niet is gebeurd is niet aan het handelen van verdachte te danken. Het plegen van de drie (moord)aanslagen, dan wel pogingen daartoe met het automatisch wapen in het kader van een kennelijk drugsgerelateerd conflict gaat sowieso alle perken te buiten. De rechtbank rekent het verdachte des te meer aan dat hij en zijn mededaders er niet voor terugdeinsden om dan ook nog een groot aantal in dat verband volstrekt onschuldige familieleden en andere in die woningen aanwezige personen te betrekken op deze agressieve en potentieel dodelijke wijze. Ook hebben verdachte en zijn mededaders een explosief naar één van de huizen gegooid en hebben ze het automatisch vuurwapen voorhanden gehad. Dergelijke gebeurtenissen schokken de betrokkenen en de maatschappij in ernstige mate.
Het handelen van verdachten geeft blijk van het ontbreken van ieder respect voor het leven of de veiligheid van degenen die zij als ‘vijand’ hadden bestempeld en hun nabije omgeving, de families. De chatberichten die door verdachte en mededaders zijn verstuurd laten zien dat het toepassen van grof en dodelijk geweld voor hen geen beperkingen kent. Dat hun berichten stoerdoenerij of bluf zouden zijn, wordt weersproken door het simpele feit dat waarover van tevoren is gechat, ook daadwerkelijk is uitgevoerd: het doorzeven van een auto, ‘somma’s doodmaken’, ‘
murder’.
Verdachte is betrokken geraakt in een conflict dat ging om drugs en geld en heeft daarin een wezenlijke rol gespeeld in de voorbereiding en uitvoering van de feiten. Verdachte heeft gezien zijn proceshouding hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid genomen. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.
Uit het uittreksel justitiële documentatie (strafblad) van 28 april 2026 blijkt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaande aan het bewezenverklaarde, naast geldboetes die hij opgelegd heeft gekregen voor onder meer wapenbezit en rijden onder invloed, eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor onder andere drugsdelicten, waarvoor hij een voorwaardelijke gevangenisstraf en een (deels) voorwaardelijk taakstraf opgelegd heeft gekregen en waarvoor hij in een tweetal proeftijden liep. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de rapportage van het Pieter Baan Centrum (PBC) van 22 oktober 2025, opgesteld door GZ-psycholoog A.W.B. Haas en psychiater M.F. de Vries. Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan onderzoek in het PBC naar zijn persoonlijkheid. In het rapport wordt geschreven dat (daardoor) onvoldoende zicht is verkregen op zijn empathische vermogens en gewetensontwikkeling. Het is niet mogelijk geweest een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens vast te stellen of uit te sluiten. Daardoor kunnen de deskundigen geen gedragskundige onderbouwing leveren voor een eventuele doorwerking van pathologie in de gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. De deskundigen hebben gedurende de observatie in het PBC waargenomen dat verdachte goed meedraait in de groep, maar ook gemakkelijk kan worden geraakt, met name wanneer anderen iets over zijn moeder zeggen. Verdachtes justitiële voorgeschiedenis laat een patroon zien van antisociale gedragingen, alsmede verbaal agressieve impulsdoorbraken. Zijn emotie- en agressieregulatie lijken dan ook beperkt. Door de weigering van betrokkene heeft geen intelligentieonderzoek plaatsgevonden. Op basis van de zeer beperkte gesprekscontacten en de observatie op de afdeling schatten rapporteurs, voor zover te beoordelen, betrokkenes intelligentie als laaggemiddeld tot gemiddeld. Door het gebrek aan informatie zien de deskundigen ook geen mogelijkheden een advies uit te brengen voor wat betreft een eventuele toepassing van het adolescentenstrafrecht. Zij merken daarbij op dat verdachte weinig bereidwilligheid getoond heeft in een eerder toezichtskader en weinig profijt lijkt te kunnen hebben van een pedagogische aanpak.
Uit het rapport van Reclassering Nederland van 7 mei 2026 komt naar voren dat, hoewel verdachte niet heeft meegewerkt aan onderzoek waardoor geen diagnoses konden worden gesteld, zorgen bestaan op het gebied van het sociale netwerk en op het gebied van psychosociaal functioneren. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld-hoog. Verdachte is eerder veroordeeld voor verschillende delicten, heeft een zorgelijk netwerk, gebruikt drugs, heeft geen startkwalificatie of dagbesteding en er is sprake van schuldenproblematiek. Verder zijn er vermoedens van emotie- en agressieregulatie-problematiek, asociale tendensen en werd in het verleden is bij hem ADHD en een autismespectrumstoornis gediagnosticeerd.
De reclassering heeft een aantal indicaties genoemd die zouden pleiten voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Verdachte is makkelijk beïnvloedbaar, voortzetting van scholing is gewenst en hij neemt actief deel aan het gezin. Over de daadwerkelijke mogelijke pedagogische beïnvloeding kunnen geen stellige uitspraken worden gedaan vanwege het langdurig weigeren van medewerken aan hulpverlening en omdat, vanwege het gebrek aan medewerking door verdachte, geen contact is geweest met zijn ouders.
Contra-indicaties voor toepassing van het jeugdrecht zijn dat verdachte zich mogelijk in een crimineel milieu begeeft, meermaals werd veroordeeld en antisociale gedragingen vertoont. Om die redenen ziet de reclassering onvoldoende aanleiding af te wijken van het commune strafrecht.
Verdachte was ten tijde van de strafbare feiten 22 jaar oud. Dat betekent dat in beginsel het sanctierecht voor volwassenen van toepassing is. De rechtbank kan, ex artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, het sanctierecht voor jeugdigen van toepassing verklaren. De redenen hiervoor kunnen zijn gelegen in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan.
De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan geen enkele aanleiding geven om artikel 77c toe te passen. Blijft over de persoonlijkheid van de dader. Over verdachte is, op verzoek van de verdediging, een rapport opgesteld door psycholoog R.A. Sterk, gedateerd op 12 mei 2026. Verdachte zou volgens de psycholoog onrijp en jeugdig overkomen en actief deelnemen aan het gezin van herkomst. Dit zijn volgens de psycholoog redenen om het jeugdsanctierecht toe te passen.
De rechtbank overweegt ter zake als volgt. Psycholoog Sterk heeft enkele indicaties genoemd die voor toepassing van jeugdsanctierecht pleiten, die buiten de klinische indruk van deze psycholoog, er in de kern op neer komen op dat verdachte nog bij zijn ouders woont en op enig moment graag weer naar school zou willen. Deze argumenten zijn niet zodanig zwaarwegend dat deze reden geven om af te wijken van het bij verdachtes leeftijd passende sanctierecht. Bovendien heeft Sterk, in tegenstelling tot het PBC en de reclassering, geen aandacht besteed aan de contra-indicaties voor toepassing van jeugdsanctierecht. Gezien de bewezenverklaarde feiten staat vast dat verdachte zich in een crimineel milieu begeeft. Ook de eerdere veroordelingen, het antisociaal gedrag, het eerder mislukken van interventies en het feit dat verdachte kennelijk weinig profijt heeft gehad en nog heeft van pedagogische beïnvloeding, maken dat de persoonlijkheid van verdachte onvoldoende aanleiding geeft om het jeugdsanctierecht van toepassing te verklaren. Nog daargelaten dat de rapportage van de psycholoog slechts een mono-rapportage betreft terwijl volgens het eerdere NIFP-consult een multidisciplinair onderzoek was geïndiceerd.
Het opzettelijk met voorbedachten rade benemen van het leven alleen al behoort tot de meest ernstige misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent en is naar zijn aard een misdrijf dat oplegging van een gevangenisstraf van zeer [bijnaam] duur rechtvaardigt. Daarnaast is bewezen dat verdachte met zijn mededaders met voorbedachte rade op huizen heeft geschoten met een automatisch vuurwapen, waarbij hij de kans dat de bewoners/aanwezigen daarbij dodelijk zouden worden geraakt voor lief nam, heeft hij een explosief gegooid en een automatisch vuurwapen in bezit gehad.
De rechtbank weegt in strafmatigende zin verdachtes jonge leeftijd mee en het feit dat er, ondanks dat diagnoses stellen niet mogelijk was, aanwijzingen zijn voor psychische problematiek. Daarnaast geldt dat [medeverdachte 1] degene was met het conflict en dat de aansturing vanuit hem kwam. De rol van verdachte was, hoe kwalijk ook, kleiner dan die van [medeverdachte 1] .
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren passend. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering worden gebracht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Artikel 38v Sr
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van 5 jaren geen contact mag hebben met de nabestaanden/slachtoffers die daarom hebben verzocht, te weten de familie [familienaam] , [naam 10] en [naam 9] en [naam 11] . Gelet op de [bijnaam] gevangenisstraf die verdachte moet ondergaan, ziet de rechtbank geen meerwaarde in de gevraagde locatieverboden.
De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
Omdat er, gelet op het hoge recidiverisico en de aard van de delicten, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

8.1
De vorderingen van de nabestaanden van [slachtoffer] en bewoners van de [adres 1]
De vorderingen van de ouders van [slachtoffer]
[vader slachtoffer] (vader) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 27.909,13. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ter hoogte van € 25.000,00, waarvan € 17.500,00 affectieschade en € 7.500,00 (overige) immateriële schade, en materiële schade ter hoogte van € 2.909,13 bestaande uit huurkosten (ad € 2.489,60), gemeentelijke belastingen (ad € 96,89), internet en televisie (ad € 204,75) voor de periode dat de woning gesloten was en de kosten voor de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon (ad € 117,89).
Verder is om hoofdelijke veroordeling in de hoofdsom, toekenning van de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
[moeder slachtoffer] (moeder) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 25.000,00 aan immateriële schade, waarvan € 17.500,00 affectieschade en € 7.500,00 (overige) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is hoofdelijke veroordeling en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De vorderingen van de broers en zussen van [slachtoffer]
[naam 8] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 27.542,49, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade van € 25.000,00, bestaande uit € 17.500,00 aan affectieschade en € 7.500,00 aan (overige) immateriële schade, en een materiële schadevergoeding van € 2.542,49 bestaande uit kosten van de huur van een AirBnB (ad € 1.705,50), de kosten voor de eigen bijdrage rechtsbijstand in de procedure tegen de woningsluiting (ad € 762,00) en de kosten voor de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon (ad 74,99).
[naam 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 25.191,88, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade van € 25.000,00, bestaande uit € 17.500,00 aan affectieschade en € 7.500,00 aan (overige) immateriële schade, en een materiële schadevergoeding van € 191,88, bestaande uit de kosten voor de aanschaf van een nieuwe mobiele telefoon.
[naam 16] , [naam 5] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces en vorderen een schadevergoeding van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade van € 25.000,00, bestaande uit € 17.500,00 aan affectieschade en € 7.500,00 aan (overige) immateriële schade.
Verder is door broers en zussen (steeds) om hoofdelijke veroordeling en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Uitzondering vormen hier de vorderingen die zien op affectieschade van de broers en zussen van [slachtoffer] . De officier van justitie refereert zich op dit punt aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in geval van een veroordeling de vorderingen tot vergoeding van affectieschade van de ouders van [slachtoffer] kunnen worden toegewezen. De vorderingen tot vergoeding van affectieschade van de broers en zussen dienen te worden afgewezen, omdat de wettelijke grondslag hiertoe ontbreekt.
Verder heeft de verdediging gesteld dat de vorderingen tot vergoeding van immateriële schade niet kunnen worden toegewezen omdat er geen geestelijk letsel is vastgesteld, althans de behandeling van deze vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding zou betekenen. Voor wat de materiele schadeposten betreft wordt verzocht deze te matigen, of af te wijzen omdat onvoldoende is onderbouwd dat het noodzakelijk was deze kosten te maken, dan wel wordt betwist dat deze zijn gemaakt.
Overweging van de rechtbank
Materiële schadevordering [vader slachtoffer] , [naam 8] en [naam 3]
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden.
De schadeposten van de aanschaf van mobiele telefoons zijn niet, dan wel onvoldoende inhoudelijk betwist. De schadeposten zijn (verder) voldoende onderbouwd, ook waar het betreft het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade, en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De schadepost voor de huur van een AirBnB is voldoende onderbouwd. Deze kosten heeft [naam 8] gemaakt naar aanleiding van de woningsluiting, die het directe gevolg was van het onder feit 2 bewezenverklaarde. De rechtbank zal deze schadepost toewijzen tot een hoogte van € 1.692,00, omdat dat blijkens de overgelegde factuur de kosten waren. Dat de incassokosten à € 13,50 ook voor toewijzing vatbaar zouden zijn, is onvoldoende onderbouwd.
De schadeposten die zien op de periode dat de woning was gesloten (totaal € 2.791,24 bestaande uit huurkosten, gemeentebelasting en kosten voor internet en televisie), komen naar het oordeel van de rechtbank niet voor toewijzing in aanmerking. Immers, vast is komen te staan dat de kosten voor vervangende woonruimte - buiten de hierboven al toegewezen post voor een AirBnB - zijn voldaan door de gemeente. Op het punt van de kosten voor een woning heeft de benadeelde partij dus geen schade geleden. De rechtbank zal deze vordering afwijzen.
Voor de kosten voor de eigen bijdrage voor de rechtsbijstand geldt dat thans onvoldoende is gebleken dat dit rechtstreeks verband houdt met het bewezenverklaarde. Een nadere onderbouwing van en standpuntenuitwisseling over deze schadepost levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan deze vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De conclusie is dat de vorderingen tot materiële schadevergoeding voor wat betreft de kosten voor nieuwe telefoons (tot een hoogte van respectievelijk € 117,89, € 74,99 en € 191,88) en voor wat betreft de huur van de AirBnB (tot een hoogte van € 1.692,00) worden toegewezen, dat het deel dat ziet op de incassokosten voor de huur van de AirBnB en op de kosten voor de woning wordt afgewezen en dat de vordering voor de rechtsbijstand niet-ontvankelijk is.
Affectieschade
Het vorderen van affectieschade vanaf 1 januari 2019 is mogelijk voor de in artikel 6:108 lid 4 BW Pro limitatief opgesomde naasten van het door het misdrijf overleden slachtoffer. De aanspraak op affectieschade is een vergoeding, die vooral beoogt het leed van de naasten en nabestaanden te erkennen. Het onder feit 1 bewezenverklaarde is gepleegd na 1 januari 2019 en betreft een misdrijf. Het slachtoffer is als gevolg hiervan overleden. [vader slachtoffer] en [moeder slachtoffer] zijn als ouders van het slachtoffer gerechtigd tot deze vergoeding, die voor wat betreft de hoogte is gevorderd conform het Besluit vergoeding affectieschade. De vordering is niet inhoudelijk betwist. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering toewijzen.
Beroep op hardheidsclausule [naam 8] , [naam 3] , [naam 16] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] vergt nader onderzoek
Indien een benadeelde partij niet valt onder één van de categorieën ‘naasten’ zoals opgesomd in 6:108 lid 4 sub a tot en met f, kan het zijn dat de benadeelde partij ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 3 als ‘naaste’ wordt aangemerkt (de zogenaamde hardheidsclausule, categorie g van artikel 6:108 lid 4 BW Pro). Daarvoor zal die benadeelde partij moeten aantonen dat sprake was van een hechte, affectieve relatie met de persoon die is overleden.
[naam 8] , [naam 3] , [naam 16] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] vallen niet onder (een van) de in 6:108 lid 4 sub a tot en met f genoemde categorieën ‘naasten’ uit de wet. Alleen in heel bijzondere gevallen, waarin sprake is van een hechte affectieve relatie, die (zeer) uitgaat boven de ‘gewone’ hechte relatie die broers en zussen kunnen hebben, is dan toch ruimte voor vergoeding van affectieschade op grond van genoemde categorie g, de hardheidsclausule. Een voorbeeld daarvan dat in de parlementaire geschiedenis is genoemd, ziet op broers en zussen die lange tijd hebben samengewoond en voor elkaar hebben gezorgd. Dat van een dergelijk bijzonder geval bij [naam 8] , [naam 3] , [naam 16] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] sprake was is door de verdediging betwist en mede gelet daarop door de nabestaanden onvoldoende concreet onderbouwd.
Zonder af te doen aan de waardevolle band die de nabestaanden met hun broer hadden en hoe invoelbaar hun leed ook is, is de rechtbank van oordeel dat op basis van de aangevoerde omstandigheden zonder nadere onderbouwing en zo nodig bewijslevering niet kan worden vastgesteld dat een beroep op de wettelijke hardheidsclausule gerechtvaardigd is. De rechtbank zal ook niet, zoals door de advocaat van de benadeelden is voorgesteld, vooruitlopen op de momenteel voorliggende wetswijziging, zeker omdat op dit moment nog niet zeker is in welke vorm en op welke termijn deze wijziging zal worden ingevoerd. Er kan thans niet worden vastgesteld dat de verhouding tussen de nabestaanden en hun overleden broer sterk afweek van wat in het algemeen gebruikelijk is tussen broers en zussen. Voor een (nadere) onderbouwing en bewijslevering van de door de benadeelde partijen gestelde hechte affectieve relatie is in het strafproces geen plaats omdat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Immateriële schade [vader slachtoffer] , [moeder slachtoffer] , [naam 8] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7]
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde schade hebben geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt.
Door de beschieting van de woning waar zij aanwezig waren met een automatisch vuurwapen, het onder feit 2 bewezenverklaarde, zijn de benadeelden op andere wijze in de persoon aangetast. Er is bij hen weliswaar (nog) geen geestelijk letsel vastgesteld, maar de rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat moet worden aangenomen dat geestelijk letsel als gevolg daarvan is opgetreden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank heeft daarnaast bij het bepalen de hoogte van het smartengeld acht geslagen op de Rotterdamse schaal en heeft aansluiting gezocht bij de categorieën daarvan die zien op ‘bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing’, die het meest in de buurt komt bij het bewezenverklaarde. Daarbij valt naar het oordeel van de rechtbank de schades van de respectievelijke benadeelde partijen in de categorie ‘meest ernstig’, omdat de potentieel dodelijke beschieting met een automatisch wapen gericht was op de woning van de benadeelden waar zij op dat moment aanwezig waren en gevolgen had voor hun woonsituatie. De benadeelden hebben een aantal maanden hun woning moeten verlaten. Bovendien was de impact van de beschieting extra groot, nu die plaatsvond zeer kort nadat hun familielid in de directe omgeving van de woning door dezelfde daders en met hetzelfde vuurwapen was gedood. Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank het smartengeld op een bedrag van € 7.500,00 vaststellen zoals gevorderd.
Immateriële schade [naam 16]
verbleef niet thuis toen de woning werd beschoten maar woonde in Nijmegen. Daarmee is hij ook geen (rechtstreeks) slachtoffer geworden van het onder feit 2 bewezenverklaarde. Er is niet of onvoldoende gebleken dat de door hem gestelde schade rechtstreeks is toegebracht door het beschieten van de woning. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.
8.2
De vordering van [benadeelde]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert primair een schadevergoeding van € 20.000,00 aan affectieschade als levensgezel van [slachtoffer] en subsidiair een schadevergoeding van € 17.500,00 aan affectieschade als naaste. Verder is om hoofdelijke veroordeling, toekenning van de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor wat betreft de hoogte van het bedrag refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een veroordeling de vordering dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat [benadeelde] niet kan worden beschouwd als levensgezel of naaste.
Overweging van de rechtbank
Affectieschade
De kring van voegingsgerechtigden van het door het misdrijf overleden slachtoffer in het strafproces is artikel 6:108 lid 4 BW Pro limitatief opgesomd.
In dit artikel wordt onder andere genoemd als vergoedingsrechtigd de levensgezel die ten tijde van de gebeurtenis (het strafbare feit) duurzaam met het slachtoffer een gemeenschappelijke huishouding voert.
Ter onderbouwing van de relatie zijn namens de benadeelde schriftelijke verklaringen overgelegd van de familie van het overleden slachtoffer. Zij noemen de liefdevolle relatie tussen het overleden slachtoffer en de benadeelde.
De rechtbank acht daarmee genoegzaam onderbouwd dat sprake is van een hechte liefdesrelatie. Zonder nadere onderbouwing en standpuntenuitwisseling - wat een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren - is echter met onvoldoende zekerheid vast te stellen dat ook sprake was van een gemeenschappelijke huishouding zoals vereist door de wet.
Wel acht de rechtbank voldoende aangetoond dat de benadeelde partij ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staat dat zij kan worden aangemerkt als ‘naaste’ als genoemd in categorie g van artikel 6:108 lid 4 BW Pro (de zogenaamde hardheidsclausle).
[benadeelde] is daarom gerechtigd tot de vergoeding zoals subsidiair gevorderd, die voor wat betreft de hoogte daarvan is gevorderd conform het Besluit vergoeding affectieschade. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering tot een bedrag van € 17.500,00 toewijzen en voor het meerdere, gebaseerd op het primaire standpunt, niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel kan nog worden aangebracht bij de civiele rechter.
8.3
De vorderingen van de aanwezigen aan de [adres 2]
De vorderingen van [naam 9] en [naam 10]
[naam 9] en heeft namens zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van [naam 10] als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert voor hen beide een schadevergoeding van € 6.000,00 aan immateriële schade. [naam 9] vordert daarnaast materiële schade van € 1.412,12 aan reiskosten naar de advocaat en de school van haar zoon.
Verder is om hoofdelijke veroordeling, toekenning van de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De vordering van [naam 11]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is om hoofdelijke veroordeling en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De vordering van [getuige 1]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 5.000,00, bestaande uit € 4.000,00 aan immateriële schade en € 1.000,00 aan materiële schade bestaande uit toekomstige medische schade. Verder is hoofdelijke veroordeling, toekenning van de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een veroordeling vordering tot vergoeding van de reiskosten van [naam 9] moet worden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard, omdat de hoogte hiervan vanwege het afgeschermde adres niet controleerbaar is. Haar vordering ter zake immateriële schade moet worden afgewezen, omdat niet vaststaat dat er sprake is van geestelijk letsel zoals vereist door de wet, dan wel moet deze vordering op een lager bedrag worden vastgesteld. De vordering van [naam 10] dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze onvoldoende is onderbouwd, met name voor wat betreft het causaal verband tussen de gestelde klachten en het schietincident, dan wel moet deze vordering op een veel lager bedrag worden vastgesteld. Ditzelfde geldt voor de vordering van [getuige 1] , waarbij ook sprake was van eerdere mentale klachten. De vordering die ziet op toekomstige medische schade is onvoldoende bepaald en is niet toewijsbaar.
Bij een veroordeling is de vordering van [naam 11] volgens de verdediging niet toewijsbaar omdat [naam 11] niet kan worden gezien als slachtoffer in de zin van de wet. Haar geestelijk letsel is niet onderbouwd. Ook [naam 11] kampte met gestelde eerdere psychische klachten zodat causaal verband met het schietincident bovendien ontbreekt. Subsidiair verzoekt de verdediging de schade op ten hoogste € 1.000,00 toe te wijzen dan wel te oordelen dat de vordering te complex is voor behandeling in het strafgeding.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade [naam 9]
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost van de reiskosten voor bezoek aan de advocaat en reiskosten van nieuwe (tijdelijke) adressen naar de school van haar zoon na nadere toelichting ter zitting niet dan wel onvoldoende inhoudelijk zijn betwist. De schadeposten zijn (verder) voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De vordering tot materiële schadevergoeding zal daarom voor wat betreft de reiskosten (tot een hoogte van € 1.412,12) worden toegewezen.
Materiële schade [getuige 1]
De behandeling van de schadepost toekomstige medische schade levert een onevenredige belasting van het strafproces op, nu deze schade een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft en zonder nadere onderbouwing niet eenvoudig is vast te stellen. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Immateriële schade [naam 9] , [naam 10] en [getuige 1]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde schade hebben geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt.
Door de beschieting van de woning waar zij al dan niet net in de achtertuin aanwezig waren met een automatisch vuurwapen, het onder feit 3 bewezenverklaarde, zijn de benadeelden op andere wijze in de persoon aangetast. Er is bij (een deel van) hen weliswaar (nog) geen geestelijk letsel vastgesteld, maar de rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat moet worden aangenomen dat geestelijk letsel als gevolg daarvan is opgetreden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank heeft daarnaast bij het bepalen de hoogte van het smartengeld acht geslagen op de Rotterdamse schaal en heeft aansluiting gezocht bij de categorieën die zien op ‘bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing’, die het meest in de buurt komt bij het bewezenverklaarde.
Daarbij valt naar het oordeel van de rechtbank de schades van de benadeelde partijen [naam 9] , [naam 10] in de categorie ‘meest ernstig’, omdat de potentieel dodelijke beschieting gericht was op de woning van de benadeelden waar zij op dat moment aanwezig waren en dit gevolgen had voor hun woonsituatie. Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank het smartengeld vaststellen op een bedrag van € 6.000,00, zoals was gevorderd.
De schade van de benadeelde partij [getuige 1] valt naar het oordeel van de rechtbank in de categorie ‘ernstig’ omdat de benadeelde aanwezig was in de woning die beschoten werd maar haar situatie in zoverre afwijkt van die van [naam 9] omdat het geen gevolgen had voor haar woonsituatie. Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank het smartengeld vaststellen op een bedrag van € 4.000,00, dat overeenkomt met het gevorderde bedrag.
Immateriële schade [naam 11]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die valt binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Door de poging moord - het beschieten van de woning waarin ook benadeelde aanwezig was - heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van PTSS opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Dit gevolg is in het licht van de betwisting voldoende onderbouwd en de rechtbank neemt dat dan ook als vaststaand aan. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank heeft daarnaast bij het bepalen de hoogte van het smartengeld acht geslagen op de Rotterdamse schaal en heeft aansluiting gezocht bij de categorie betreffende PTSS in categorie c, middelzwaar. Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank het smartengeld vaststellen op een bedrag van € 10.000,00 zoals gevorderd.
8.4
De vordering van [naam 15]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade, bestaande uit schokschade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is om hoofdelijke veroordeling en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is voldaan aan het vereiste dat geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld. Om die reden kan de vordering niet worden toegekend.
De verdediging heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld als de officier van justitie.
Overweging van de rechtbank
Wat betreft de criteria voor de toekenning van immateriële schade in de vorm van schokschade sluit de rechtbank aan bij de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Vergoeding van schokschade kan plaatsvinden als bij de benadeelde partij een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht door (i) het waarnemen van het tenlastegelegde, of (ii) door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan. Uit die emotionele schok dient vervolgens geestelijk letsel te zijn voortgevloeid. Dat zal zich met name kunnen voordoen als de benadeelde partij en het slachtoffer een nauwe affectieve relatie hadden en het slachtoffer bij het tenlastegelegde is gedood of verwond. Voor vergoeding van deze schade is dan wel vereist dat het bestaan van geestelijk letsel, waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld. Dat zal in het algemeen slechts het geval zal zijn als sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Dit brengt mee dat als de rechter op grond van een rapportage van een ter zake bevoegde en bekwame deskundige - waarbij gedacht kan worden aan een ter zake bevoegde en bekwame psychiater, huisarts of psycholoog - tot het oordeel komt dat sprake is van geestelijk letsel in de hiervoor bedoelde zin, hij tot toewijzing van schadevergoeding kan overgaan, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld. Als sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.
Uit de gegevens op het voegingsformulier van de benadeelde partij en uit de brief van de huisarts die daags voor de zitting is opgesteld kan niet een in de psychiatrie erkend ziektebeeld worden afgeleid. Er wordt weliswaar in algemene zin gesproken over psychische klachten, maar er is onvoldoende informatie beschikbaar over de aard, duur en gevolgen van de klachten. Voor een inhoudelijke beoordeling van de vordering zou nader onderzoek noodzakelijk zijn. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat de behandeling van de vordering tot vergoeding van immateriële schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Ten aanzien van alle vorderingen
Wettelijke rente
Verdachte is vanaf 14 februari 2025 wettelijke rente over de toegewezen bedragen aan affectieschade en immateriële schade verschuldigd.
Ter zake de materiële schadeposten zijn door de benadeelde partijen geen ingangsdata voor de wettelijke rente gesteld noch zijn deze anderszins gebleken. Om dit reden stelt de rechtbank de ingangsdatum van de wettelijke rente steeds vast op de datum dat de vordering is ingediend.
Voor [vader slachtoffer] , [naam 8] en [naam 3] geldt dat voor de bedragen € 117,89, € 74,99, € 191,88 en € 1.692,00 de ingangsdatum van de wettelijke rente wordt aldus vastgesteld op 11 mei 2026.
Voor [naam 9] geldt dat voor het bedrag materiële schade van € 1.412,12 de ingangsdatum van de wettelijke rente wordt vastgesteld op 13 mei 2026.
Hoofdelijkheid
De verdediging heeft de hoofdelijke aansprakelijkheid betwist.
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn mededader(s) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken voor alle toegewezen vorderingen nu verdachte zal worden veroordeeld voor het medeplegen van de aan hem tenlastegelegde feiten. Dat betekent dat de regel van artikel 6:166 BW Pro van toepassing is en verdachte met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn mededader(s) de schade heeft/hebben vergoed.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen zodat de benadeelde partijen als individuele slachtoffers van zeer ernstige strafbare feiten waarvoor verdachte medeverantwoordelijk is, niet ook onnodig belast worden met de inning van de aan hen toekomende schadevergoeding bij verdachte(n). Van nu voorzienbare disproportionele gevolgen voor verdachte door het opleggen van deze maatregel, zoals bepleit door de verdediging, is geen sprake. Verdachte wordt daarom verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De overige op deze maatregel ziende verweren van de verdediging maken deze beslissing niet anders.
9. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 05/188959-24, 05/187907-23 en 05/366503-24)
05/188959-24 en 05/187907-23
05/187907-23
De politierechter heeft verdachte op 26 maart 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.
05/188959-24
De politierechter heeft verdachte op 16 september 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van beide straffen.
De raadsman geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vorderingen tenuitvoerlegging.
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden daarom ten uitvoer moet worden gelegd.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de taakstraf van 40 uren moeten worden afgewezen. De tenuitvoerlegging van deze taakstraf zal, gelet op de opgelegde langdurige gevangenisstraf, geen meerwaarde hebben.
05/366503-24
Het Openbaar Ministerie heeft op 20 november 2024 deze zaak voorwaardelijk geseponeerd. De officier van justitie is daarom niet-ontvankelijk in deze vordering.

10.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal beslissen dat de mobiele telefoon (goednummer 3392783) waarmee de feiten zijn begaan wordt verbeurdverklaard.
De rechtbank zal gelasten dat de heuptas (goednummer ONRAB25001_846661) aan verdachte zal worden teruggegeven, omdat geen strafvorderlijk belang zich hiertegen verzet.
Voor wat betreft de overige in beslag genomen goederen geldt dat, nu er verder geen beslaglijst is en de goederen in de zaken van meerdere verdachten in beslag zijn genomen en nog niet alle zaken zijn afgerond, de rechtbank geen beslissingen zal nemen. (Indien een voorwerp in beslag is genomen in een strafrechtelijk onderzoek tegen verschillende verdachten, wordt over dat voorwerp pas een beslissing genomen indien aan de vervolgingen van alle verdachten een einde is gekomen (HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3132, NJ 2007/472).)

11.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 33, 33 a, 36f, 38v, 38w, 45, 47, 57, 63, 157 en 289 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

12.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met slachtoffers:
 [vader slachtoffer] , geboren op [geboortedatum ] 1977;
 [moeder slachtoffer] , geboren op [geboortedatum ] 1981;
 [naam 8] , geboren op [geboortedatum ] 2001;
 [naam 3] , geboren op [geboortedatum ] 2003;
 [naam 16] , geboren op [geboortedatum ] 2005;
 [naam 5] , geboren op [geboortedatum ] 2005;
 [naam 4] , geboren op [geboortedatum ] 2008;
 [naam 6] , geboren op [geboortedatum ] 2014;
 [naam 7] , geboren op [geboortedatum ] 2016;
 [naam 10] , geboren op [geboortedatum ] 2015;
 [naam 9] , geboren op [geboortedatum ] 1976;
 [naam 11] , geboren [geboortedatum ] 2004.
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
 verklaart verbeurd de mobiele telefoon (3392783);
 gelast de teruggave van de heuptas (ONRAB25001_846661) aan verdachte;
 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 26 maart 2025 door de rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden (parketnummer 05/187907-23);
 wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 16 september 2024 voorwaardelijk opgelegde werkstraf (parketnummer 05/188959-24);
 verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van parketnummer 05/366503-24;
De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen
 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde onder feiten 1 en/of 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [vader slachtoffer] , [naam 8] , [naam 3] , [naam 5] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] , [moeder slachtoffer] en [benadeelde] ,
en in verband met het bewezenverklaarde onder 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [naam 9] , [naam 10] , [getuige 1] en [naam 11] van de volgende bedragen aan materiële schade en/of smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald);
 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
1. [vader slachtoffer] € 117,89mei 2026
€ 25.000,0014 februari 2025
2. [moeder slachtoffer] € 25.000,00februari 2025
3. [naam 8] € 1.766,99mei 2026
€ 7.500,0014 februari 2025
4. [naam 3] € 191,88mei 2026
€ 7.500,0014 februari 2025
5. [naam 4] € 7.500,00februari 2025
6. [naam 6] € 7.500,00februari 2025
7. [naam 7] € 7.500,00februari 2025
8. [benadeelde] € 17.500,00februari 2025
9. [naam 9] € 1.412,12mei 2026
€ 6.000,0014 februari 2025
10. [naam 10] € 6.000,00februari 2025
11. [getuige 1] € 4.000,00februari 2025
12. [naam 11] € 10.000,00februari 2025
 verklaart de benadeelde partij [naam 16] en [naam 15] niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade;
 wijst af de vordering van benadeelde partij [vader slachtoffer] voor een bedrag van € 2.791,24 (bestaande uit huurkosten, gemeentebelasting en kosten voor internet en televisie);
 verklaart de vorderingen van benadeelde partijen [vader slachtoffer] , [naam 8] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 6] en [naam 7] en [getuige 1] voor het overige niet-ontvankelijk;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/smartengeld te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [vader slachtoffer] € 25.117,89 55 dagen;
2. [moeder slachtoffer] € 25.000,00 55 dagen;

3. [naam 8] € 9.266,99 27 dagen;

4. [naam 3] € 7.691,88 24 dagen;

5. [naam 4] € 7.500,00 24 dagen;

6. [naam 6] € 7.500,00 24 dagen;

7. [naam 7] € 7.500,00 24 dagen;

8. [benadeelde] € 17.500,00 43 dagen;

9. [naam 9] € 7.412,12 24 dagen;

10. [naam 10] € 6.000,00 21 dagen;

11. [getuige 1] € 4.000,00 15 dagen;

12. [naam 11] € 10.000,00 29 dagen.

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M. Rietveld en mr. M.W.R. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juni 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ONRAB25001 (onderzoek Florida), gesloten op 17 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen 5, p. 883; Proces-verbaal van bevindingen 19, p. 962; Proces-verbaal van bevindingen 152, p. 2556.
3.Proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Opel RE-EU38), p. 2337.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 926-927 en proces-verbaal van bevindingen p. 968-969.
5.Eurofins TMFI definitief deskundigenrapport forensische pathologie, p. 1008.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1123-1125 en proces-verbaal van bevindingen, p. 1240.
7.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1369-1388.
8.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1458-1460.
9.Proces-verbaal van bevindingen 71, p. 1352.
10.Proces-verbaal van bevindingen 97, p. 1582-1601.
11.Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] bij de rechter-commissaris 9 maart 2026, p. 5 en 6.
12.Verhoor verdachte [medeverdachte 1] 29 september 2025 (aanvullend proces-verbaal), p. 4; Proces-verbaal van bevindingen, p. 938.
13.Proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (MYA1855), p. 2642; TMFI rapport forensisch DNA-onderzoek, p. 1932-1934.
14.Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 12] , p. 701.
15.Proces-verbaal van bevindingen 296, p. 1539.
16.Proces-verbaal van bevindingen 132, p. 1939-1941.
17.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1460.
18.Proces-verbaal van bevindingen 297, p. 1987, 1990.
19.Proces-verbaal van bevindingen 364, p. 1565.
20.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1461.
21.Proces-verbaal van bevindingen 134, p. 1656-1657; Proces-verbaal van verhoor verdachte [vriendin medeverdachte 1] , p. 636.
22.Proces-verbaal van bevindingen 97, p. 1585.
23.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1461-1462.
24.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1469.
25.Proces-verbaal van bevindingen 167, 1359-1360.
26.Proces-verbaal van bevindingen 410, p. 859-860.
27.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1486.
28.Proces-verbaal van bevindingen 71, p. 1337-1340.
29.Proces-verbaal van bevindingen 383, p. 1504-1505.
30.Proces-verbaal van bevindingen 154, p. 1363-1365.
31.Proces-verbaal van bevindingen 308, p. 1507-1509.
32.Proces-verbaal van bevindingen 296, p. 1530-1531.
33.Proces-verbaal van bevindingen 296, p. 1524.
34.Proces-verbaal van bevindingen 97, p. 1590, 1592-1593.
35.Proces-verbaal van bevindingen 310, p. 1604.
36.Proces-verbaal van bevindingen 299, p. 1094.
37.Verhoor verdachte [medeverdachte 1] 29 september 2025 (aanvullend proces-verbaal), p. 3.
38.Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 15] , p. 1078 en 1082.
39.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 934.
40.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1457.
41.Proces-verbaal van bevindingen 71, p. 1351-1352.
42.Proces-verbaal van bevindingen 296, p. 1529-1531.
43.Proces-verbaal van bevindingen 60, p. 1572.
44.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 1817.
45.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 1820.
46.Proces-verbaal van bevindingen 200, p. 1836-1837.
47.Proces-verbaal van bevindingen 200, p. 1832.
48.Proces-verbaal van bevindingen 410, p. 850-851.
49.Proces-verbaal van bevindingen 162 p. 1427.
50.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1458 en 1461.
51.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 1105.
52.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 1117-1118; Proces-verbaal van bevindingen aanvullende verklaring [getuige 3] , p. 1121.
53.Proces-verbaal van bevindingen 97, p. 1590, 1592, 1595-1596.
54.Proces-verbaal van bevindingen 57, p. 1514.
55.Proces-verbaal van bevindingen 77, p. 1632-1633.
56.Verhoor verdachte [medeverdachte 1] 29 september 2025 (aanvullend proces-verbaal), p. 12.
57.Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 2] Zevenaar), p. 942.
58.NFI DNA-onderzoek naar aanleiding van schietincidenten in Pannerden en Zevenaar op 14 februari 2025 (003) d.d. 28 maart 2025, p. 1233-1234.
59.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1403.
60.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1391 en 1406.
61.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1407.
62.Proces-verbaal van bevindingen 164, p. 1179.
63.Proces-verbaal van bevindingen 42, p. 1210.
64.Proces-verbaal van bevindingen 164, p. 1181.
65.Proces-verbaal van bevindingen 48, p. 887, 888, 891, 892.
66.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 930-932.
67.Definitief deskundigenrapport forensische pathologie, p. 2805.
68.Proces-verbaal van bevindingen 123, p. 2762.
69.Proces-verbaal van aangifte, p. 1057; Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, p. 2372.
70.Proces-verbaal van bevindingen 48, p. 894.
71.Proces-verbaal van bevindingen 182, p. 1251.
72.Proces-verbaal van bevindingen 147, p. 1205.
73.Proces-verbaal van bevindingen 71, p. 1340-1341.
74.Relaas proces-verbaal, p. 785-787.
75.Proces-verbaal van bevindingen 241, p. 1357-1358.
76.Proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (MYA1855), p. 2642.
77.NFI onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van schietincidenten in Pannerden en Zevenaar op 14 februari 2025 (007) d.d. 23 juni 2025, p. 1859.
78.NFI onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van schietincidenten in Pannerden en Zevenaar op 14 februari 2025 (005) d.d. 7 mei 2025, p. 2717.
79.Proces-verbaal van bevindingen 836, p. 1498.
80.Proces-verbaal van bevindingen 837, p. 1495.
81.Proces-verbaal van bevindingen 834, p. 1706.
82.Verhoor verdachte [medeverdachte 1] 29 september 2025 (aanvullend proces-verbaal), p. 6, 8 en 14.
83.Schriftelijke verklaring [medeverdachte 2] (los processtuk, niet doorgenummerd).
84.Proces-verbaal van bevindingen 71, p. 1353-1354.
85.Proces-verbaal van bevindingen 162, p. 1486.
86.Proces-verbaal aangifte [moeder slachtoffer] , p. 1134-1136.
87.Proces-verbaal van bevindingen 8, p. 1123-1125.
88.Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 1] Pannerden), p. 2424-2425.
89.Verhoor verdachte [medeverdachte 1] 29 september 2025 (aanvullend proces-verbaal), p. 14 en 8.
90.Proces-verbaal van aangifte [naam 9] , p. 974-975.
91.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [naam 9] , p. 983.
92.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 988.
93.Proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] Zevenaar), p. 2486-2488.
94.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1165.
95.NFI explosievenonderzoek naar aanleiding van het gooien van een vermeende explosieve constructie naar een woning in Zevenaar op 14 februari 2025, aanvullend procesdossier, p. 10.