ECLI:NL:RBGEL:2026:483

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
ARN 24_4293
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 8:57 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WIA-uitkering ondanks erkende beperkingen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Eiseres, werkzaam als maatschappelijk werker jeugd, kreeg een WIA-uitkering toegekend wegens volledige arbeidsongeschiktheid na operaties en medische klachten. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% vastgesteld, waarna het UWV haar uitkering beëindigde per 12 februari 2024.

Eiseres voerde aan dat haar beperkingen, waaronder pijnklachten, vermoeidheid en cognitieve problemen, onvoldoende waren meegewogen. Zij bracht medische rapporten in van specialisten en een bekkenfysiotherapeut ter onderbouwing van haar standpunt. De rechtbank constateerde dat de verzekeringsarts in beroep alsnog een beperking voor schrijven wegens dyslexie had aangenomen, wat een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek opleverde.

Desondanks oordeelde de rechtbank dat de overige medische conclusies en beperkingen adequaat waren gemotiveerd en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot het aannemen van zwaardere beperkingen of een urenbeperking. De rechtbank vond dat eiseres in staat was passend werk te verrichten en dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 12 februari 2024.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/4293

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. K.M.J. Schrijver),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: J. Marquenie).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering van eiseres per 12 februari 2024 (de datum in geding) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met deze beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beëindiging van de WIA-uitkering van eiseres met ingang van de datum in geding.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres met ingang van de datum in geding heeft beëindigd
.Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 11 december 2023 heeft het UWV de WIA-uitkering van eiseres beëindigd met ingang van de datum in geding, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht.
3. Met het bestreden besluit van 28 mei 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
3.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.2.
Eiseres heeft aanvullende beroepsgronden ingediend. Het UWV heeft hier op gereageerd met een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en van de arbeidsdeskundige b&b.
3.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Eiseres is werkzaam geweest als maatschappelijk werker jeugd voor gemiddeld 23,91 uur per week. Zij heeft zich met ingang van 18 juni 2019 ziek gemeld voor dit werk, vanwege lichamelijke en psychische klachten. Op 25 maart 2021 heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd. De verzekeringsarts die eiseres medisch heeft onderzocht, heeft geconcludeerd dat eiseres, vanwege een operatie en het herstel daarna, op medische gronden volledig arbeidsongeschikt is. Wel is de verwachting dat er in de toekomst verbetering gaat optreden, waardoor op termijn een medisch heronderzoek geïndiceerd is. Met ingang van 15 juni 2021 is aan eiseres een loongerelateerde WGA [2] -uitkering toegekend, naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met ingang van 29 juli 2022 is aan eiseres een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend, naar een zelfde mate van arbeidsongeschiktheid. Vanwege een nieuwe operatie aan endometriose op 30 maart 2023 is eiseres nog steeds tijdelijk volledig arbeidsongeschikt geacht.
4.1.
In het kader van een herbeoordeling is eiseres op 26 september 2023 opnieuw medisch onderzocht. Na ook een arbeidsdeskundig onderzoek is het besluit van 11 december 2023 genomen zoals vermeld onder 2. In bezwaar zijn aanvullende beperkingen gesteld, maar is eiseres nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht, waarna het bestreden besluit is genomen zoals vermeld onder 3.
5. Eiseres voert aan dat zij meer beperkingen heeft dan door de verzekeringsartsen is aangenomen. Volgens eiseres is er onvoldoende rekening gehouden met de aard en de ernst en het invaliderend karakter van haar pijnklachten en met de cognitieve gevolgen van pijn en vermoeidheid zoals concentratieproblemen. Eiseres verwijst daartoe naar haar reactie op de functionele mogelijkhedenlijst (FML) in het aanvullend bezwaarschrift van 19 februari 2024. Haar klachten zijn consistent met de diagnoses endometriose, fibromyalgie en het chronisch bekkenpijnsyndroom. De ernst en het invaliderende karakter van de klachten worden ook onderbouwd door de pijnspecialist van het Radboudumc die spreekt van ernstige impact op de levenskwaliteit en functionele handicap, [3] door de revalidatiearts van Medinello die beperkingen op alle ICF-domeinen vaststelt [4] en door de gynaecoloog van het Radboudumc die wijst op het ontbreken van correlatie tussen de ernst van endometriose en de mate van klachten en benadrukt dat vrouwen met milde vormen ernstige beperkingen kunnen ervaren. [5] In beroep heeft eiseres ter onderbouwing van haar standpunt nog informatie ingebracht van haar bekkenfysiotherapeut van 10 juli 2025. Ook is volgens eiseres ten onrechte geen urenbeperking aangenomen. Zowel uit de medische informatie als uit de eigen verklaringen van eiseres blijkt dat sprake is van een structurele beperking in de belastbaarheid, die zich uit in vermoeidheid, opstartproblemen en een noodzaak tot rustmomenten gedurende de dag. Uit de rapportage van de pijnspecialist van het Radboudumc blijkt ook dat sprake is van een chronisch pijnsyndroom met centrale sensitisatie, dat gepaard gaat met ernstige vermoeidheid en functionele beperkingen. Het revalidatieadvies van Medinello bevestigt dat eiseres beperkt is in haar energieniveau en dat zij klachtgestuurd functioneert. Eiseres heeft zelf ook nog aangegeven dat haar pijnklachten verergeren bij inspanning, verkeerde houding of stress. Zij moet meerdere dagen per week overdag rusten en op sommige dagen is zij helemaal niet in staat om zich aan te kleden. Dat duidt op een structureel verstoorde belastbaarheid die een patroon vormt. Op basis van haar energiebeperking en ter preventie van overbelasting zal een urenbeperking moeten worden aangenomen.
Verder moet er volgens eiseres een beperking worden aangenomen op schrijven vanwege de dyslexie bij eiseres.
5.1.
De rechtbank stelt vast dat in beroep door de verzekeringsarts b&b alsnog een beperking is aangenomen voor schrijven, in verband met de dyslexie van eiseres, waarop de FML is aangepast. In zoverre slaagt de beroepsgrond en kleeft aan het bestreden besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.
5.2.
Voor het overige slaagt de beroepsgrond niet. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsartsen op overtuigende wijze hebben toegelicht in hoeverre eiseres belast kan worden met werk. De verzekeringsartsen hebben hun conclusies gebaseerd op de pijnklachten van eiseres als gevolg van de endometriose en de fibromyalgie/het chronisch bekkenpijnsyndroom, op de klachten van vermoeidheid en concentratieproblemen, op haar dagverhaal, op de eigen bevindingen van de verzekeringsarts uit lichamelijk en psychisch onderzoek en op de medische informatie van de behandelaars. Dat de middelen van het UWV onvolledig zouden zijn en niet naar alles is gekeken, zoals eiseres nog heeft benoemd in haar laatste brief, gevoegd bij het bericht van haar gemachtigde van 8 december 2025, volgt de rechtbank dan ook niet. De rechtbank leest in het dossier ook niet dat eiseres niet serieus is genomen. Er is geen aanleiding om aan de medische conclusies te twijfelen. Er zijn in verband met de pijnklachten van eiseres, als gevolg van haar aandoeningen, ook beperkingen aangenomen voor het verrichten van zware fysieke arbeid. De verzekeringsarts b&b heeft rekening gehouden met de medische informatie die eiseres in bezwaar heeft ingebracht en waar zij nu weer op heeft gewezen. Hij heeft voldoende gemotiveerd dat die medische informatie geen aanleiding geeft om meer of zwaardere beperkingen aan te nemen. De inhoud van die medische informatie geeft omtrent de ziektebeelden en pijnklachten van eiseres geen andere informatie, dan waar al rekening mee is gehouden. Die medische informatie onderbouwt ook niet dat de beperkingen die al zijn aangenomen onvoldoende zijn. Dat geldt ook voor de in beroep nog ingebrachte informatie van de bekkenfysiotherapeut van eiseres. De arts b&b, wiens aanvullende rapportage voor akkoord is bevonden door de verzekeringsarts b&b, heeft voldoende gemotiveerd, dat deze informatie geen aanleiding geeft om meer beperkingen aan te nemen. In die informatie staat ook geen andere informatie ten aanzien van de datum in geding dan waarmee al rekening is gehouden.
5.2.1.
Wat eiseres naar voren heeft gebracht over het aannemen van een urenbeperking, is ook onvoldoende om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen. Zoals hiervoor vermeld, hebben de verzekeringsartsen rekening gehouden met de vermoeidheidsklachten van eiseres en met de door haar in bezwaar ingebrachte medische informatie. Er is ook een beperking aangenomen voor het ’s nachts werken. Eiseres heeft in bezwaar, rond de datum in geding, benoemd dat zij drie à vier dagen overdag op de bank gaat liggen en dat één tot twee keer per week de vermoeidheid zo groot is, dat zij niet in staat is om zichzelf aan te kleden, hetgeen door haar in beroep is herhaald. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b voldoende gemotiveerd dat dit, rekening houdend met de al aangenomen beperkingen, geen aanleiding geeft voor het aannemen van een (verdergaande) urenbeperking. Ook de arts b&b heeft naar aanleiding van de aanvullende gronden van beroep van eiseres gemotiveerd overwogen, dat de vermoeidheid van eiseres niet dusdanig ernstig is, dat dit aanleiding zou kunnen geven tot een urenbeperking; het af en toe rustig aandoen is volgens hem daarvoor onvoldoende. Dit standpunt kan de rechtbank volgen, mede gelet op wat daarover in de Standaard Duurbelastbaarheid in arbeid is vermeld, namelijk dat centraal staat de vraag of het dagelijks functioneren wordt gekenmerkt door één of meer langere perioden van niet gebruikelijke rust. Wat eiseres hierover naar voren heeft gebracht, voldoet daar niet aan.
5.3.
Dat eiseres zich niet herkent in de conclusies van de verzekeringsartsen maakt het oordeel niet anders. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eiseres van haar klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook (ernstigere) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. [6] Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang.
5.4.
Eiseres moet op de datum in geding daarom in staat worden geacht arbeid te verrichten die past bij de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 5 september 2025. Uitgaande van de juistheid van de FML, heeft het UWV vervolgens terecht geconcludeerd dat eiseres de geselecteerde voorbeeldfuncties kan vervullen. De arbeidsdeskundigen hebben in hun rapportages van 8 december 2023, 21 mei 2024 en van 3 september 2025 en in het resultaat functiebeoordeling van 21 mei 2024 de medische geschiktheid van deze voorbeeldfuncties voor eiseres voldoende toegelicht.
5.5.
Vanwege het in 5.1 geconstateerde zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek, is het bestreden besluit genomen in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank kan aan deze gebreken voorbijgaan met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is niet aannemelijk dat eiseres door schending van de genoemde beginselen is benadeeld. De aangenomen beperking voor schrijven heeft niet geleid tot het duiden van andere functies. Eiseres is dus nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht. Ook als de gebreken zich niet zou hebben voorgedaan, zou een besluit met dezelfde inhoud zijn genomen. Daarom passeert de rechtbank deze gebreken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres met ingang van de datum in geding heeft beëindigd. Het UWV moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden vanwege het geconstateerde zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934, omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 934 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. ter Horst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
3.Productie 4 van het aanvullend bezwaarschrift.
4.Productie 3 van het aanvullend bezwaarschrift.
5.Productie 5 van het aanvullend bezwaarschrift.
6.Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de CRvB van 15 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3214.