ECLI:NL:RBGEL:2026:4681
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom voor illegale drijvende vlonder in primaire watergang bevestigd
Eisers hebben een drijvende vlonder zonder omgevingsvergunning aangelegd in een primaire watergang, wat het waterschap Rivierenland als overtreding van de waterschapsverordening kwalificeert. Het waterschap legde daarom een last onder dwangsom op, die eisers betwistten met beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de drijvende vlonder een constructie is zoals bedoeld in de verordening, ook al heeft deze kenmerken van een vaartuig. De overtreding is daarmee vastgesteld. Eisers voerden aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden en dat de dwangsom disproportioneel is, maar de rechtbank vindt dat het waterschap terecht handhavend optreedt en de hoogte van de dwangsom voldoende is gemotiveerd.
De rechtbank concludeert dat het handhavingsbesluit niet onevenredig is en dat het beroep ongegrond is. De last onder dwangsom blijft in stand, en eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de last onder dwangsom voor de illegale drijvende vlonder en verklaart het beroep ongegrond.