ECLI:NL:RBGEL:2026:4575
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Wevers
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag omzetbelasting tweede kwartaal 2023
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting (OB) van €4.246 over het tweede kwartaal van 2023, opgelegd door de inspecteur. Tevens was een verzuimboete van €127 opgelegd, die later door de inspecteur werd vernietigd. Belanghebbende stelde dat er geen OB verschuldigd was, maar juist een teruggaaf van €53.
De inspecteur heeft een suppletie ingediend die een teruggaaf van €4.299 betrof, waardoor het saldo per saldo negatief was. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag en de teruggaafbeschikking correct zijn vastgesteld en dat belanghebbende geen belang heeft bij het beroep.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 11 april 2014 over het vereiste van procesbelang bij bezwaar en beroep. Omdat belanghebbende met het beroep niet in een betere positie kan komen, wordt het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.