ECLI:NL:RBGEL:2026:4483
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over nabetaling Ziektewetuitkering in 2023 die betrekking heeft op 2022
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023, waarin een nabetaling van een Ziektewetuitkering werd belast. De uitkering betrof bedragen die in 2023 werden ontvangen, maar betrekking hadden op de periode 2021-2022. Belanghebbende stelde dat deze bedragen onbelast moesten blijven op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel e van de Wet op de loonbelasting 1964.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag niet te hoog was vastgesteld. De Ziektewetuitkering is belast in het jaar van ontvangst, ook als deze betrekking heeft op voorgaande jaren. Dit volgt uit de combinatie van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964, waarbij de zogenaamde omkeerregel geldt: aanspraken zijn pas belastbaar op het moment van uitkering.
Belanghebbende was niet verschenen op de zitting, maar de rechtbank achtte de oproeping rechtsgeldig. Ook de belastingrente die was opgelegd, werd gehandhaafd omdat belanghebbende hiertegen geen zelfstandige gronden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de aanslag en de belastingrente, en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de nabetaling van de Ziektewetuitkering in 2023 volledig tot het belastbaar inkomen van dat jaar behoort.