Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4336

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/05/466166 / KG ZA 26-162
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 3.46 Energiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verhoging gecontracteerd transportvermogen voor Yvie-project aansluitingen

Oviesa, betrokken bij het Yvie-project in Amsterdam, vordert verhoging van het gecontracteerd transportvermogen (GTV) voor vijf elektriciteitsaansluitingen bij netbeheerder Liander. Oviesa stelt dat het overeengekomen GTV onvoldoende is voor het gebruik van de gebouwen en dat Liander gehouden is het gewenste transportvermogen te leveren, al dan niet via noodmaatregelen.

De rechtbank oordeelt dat het overeengekomen GTV voor Bercylaan 305 2.001 kW bedraagt en voor de andere aansluitingen 51 kW per stuk, zoals vastgelegd in de Aansluit- en Transportovereenkomsten (ATO's). Oviesa had als professionele partij de verplichting om het onderscheid tussen maximale capaciteit en GTV te kennen en te controleren. Liander is niet verplicht het GTV automatisch te verhogen bij overschrijding, zeker niet bij netcongestie.

Verder is vastgesteld dat er sprake is van netcongestie in het relevante gebied, waardoor Liander niet verplicht is meer transportvermogen te leveren. De vorderingen tot overheveling van GTV tussen aansluitingen en tot het verstrekken van uitgebreide informatie worden eveneens afgewezen. Oviesa wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Oviesa af en bevestigt het gecontracteerd transportvermogen zoals overeengekomen, vanwege netcongestie en contractuele bepalingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/466166 / KG ZA 26-162
Vonnis in kort geding van 6 mei 2026
in de zaak van
1. de vennootschap onder firma
OVIESA REALISATIE V.O.F.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OVIESA RESIDENTIA B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
OVIESA PROJECTA B.V.,
alle gevestigd in Amsterdam,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Oviesa,
advocaat: mr. drs. A.D. Minderhoud-Verkaik,
tegen
de naamloze vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LIANDER N.V.,
gevestigd in Arnhem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Liander,
advocaten: mrs. T. Nijenhuis en C.L. Klapwijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 27;
  • de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 36;
  • de aanvullende producties 28 tot en met 39 van Oviesa;
  • de mondelinge behandeling van 4 mei 2026;
  • de pleitnota van Oviesa;
  • de pleitnota van Liander.
1.2.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 6 mei 2026 een kop-staartvonnis gewezen. De feiten en motivering waarop de in dat vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.

2.De feiten

2.1.
Oviesa is betrokken bij de realisatie van het Yvie-project te Amsterdam. Het Yvie-project is een grootschalig vastgoedontwikkelingsproject waarbij aan het IJ een hoteltoren met bijbehorend congrescentrum en een parkeergarage (Bercylaan 305) en een woontoren met daarin een hotelconcept van StayCity (lobby Bercylaan 307 en kamers Bercylaan 309B), kantoorruimtes (Bercylaan 309A) en een centrale voorzieningsruimte (hierna: CVZ-ruimte, Bercylaan 673) ten behoeve van de woonappartementen worden gerealiseerd. De bouw van het project is in 2017 gestart, maar heeft daarna vanaf 2018 enige tijd stilgelegen onder meer vanwege het vertrek van de aannemer. In 2020 is de bouw hervat door een nieuwe aannemer (Rizzani). In 2024/2025 is het project opgeleverd.
2.2.
Oviesa Realisatie V.O.F (hierna: de VOF) is een projectvennootschap die optreedt als contractspartij voor derden in verband met het bouwproject. Oviesa Projecta B.V. (hierna: Projecta) en Oviesa Residentia B.V. (hierna: Residentia) zijn vennoten in de VOF en ieder gerechtigd tot een recht van erfpacht/opstal ten aanzien van de grond waarop de gebouwen zijn gerealiseerd. De uiteindelijk belanghebbende van Oviesa is vermogensbeheerder Union Investment GmbH (hierna: Union Investment) tevens indirect aandeelhouder van Projecta en Residentia..
2.3.
Liander is de netbeheerder van het elektriciteitsnet in de regio Amsterdam, waar het Yvie-project wordt gerealiseerd.
2.4.
In 2017 heeft Oviesa een aanvraag gedaan voor een nieuwe aansluiting op het elektriciteitsnet voor Bercylaan 305 met een maximale capaciteit van 5 MVA (megavolt-ampère). Liander heeft hiervoor op 23 oktober 2017 een offerte gestuurd aan Oviesa waarin een capaciteit van de aansluiting van 5 MVA en een gecontracteerd transportvermogen (hierna: GTV) van 2.001 kW (kilowatt) is opgenomen. De VOF heeft deze offerte op 26 januari 2018 ondertekend.
2.5.
In verband met de aansluiting van de verschillende gebouwen van het Yvie-project op het elektriciteitsnet heeft op 8 maart 2018 tussen onder andere Liander, de gemeente Amsterdam en Valstar-Simonis (de technisch adviseur van Oviesa) een overleg plaatsgevonden. Daarbij zijn de vijf benodigde aansluitingen technisch doorgesproken.
2.6.
Op 19 maart 2018 heeft de VOF de door Liander toegezonden aansluitings- en transportovereenkomst (hierna: ATO) voor de Bercylaan 305 ondertekend. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
(…)
Artikel 2 Transport Pro
(…)
2. Indien de afnemer -voor zover mogelijk- een grotere hoeveelheid elektriciteit laat transporteren dan overeenstem met de omvang van het gecontracteerde transportvermogen, zal volgens de geldende condities het gecontracteerde transportvermogen worden aangepast, onverminderd het recht van de netbeheerder de afnemer een aanvullende vergoeding in rekening te brengen voor het reeds geleverde transportvermogen. Voormelde aanpassing wordt middels de factuur aangegeven.
(…)
Artikel 6 Tarieven Pro
1. Voor het in stand houden van de aansluiting, het beschikbaar stellen en houden van het gecontracteerd transportvermogen en het transport van elektriciteit zijn vergoedingen verschuldigd conform de tarieven en vergoedingenregeling, zoals deze is opgenomen in de van kracht zijnde actuele bijlage ‘Aansluit- en transporttarieven elektriciteit voor zakelijke grootverbruikers per 1 januari 2014’. De tarieven worden door de netbeheerder jaarlijks vastgesteld.
(…)
4. Partijen erkennen dat de tarieven (tussentijds) gewijzigd kunnen worden door besluiten van de Energiekamer. De gewijzigde tarieven zullen van kracht zijn vanaf het moment dat het desbetreffende besluit in werking treedt, dan wel vanaf de datum zoals vermeld in het betreffende besluit.
(…)
Artikel 10 Bijlagen Pro
Van deze overeenkomst maken onverbrekelijk deel uit de navolgende bijlagen:
a. Het aanhangsel ‘gegevens afnemer’;
b. Algemene Voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit voor zakelijke afnemers
c. Aansluit- en transporttarieven elektriciteit voor zakelijke grootverbruikers.
Indien strijdigheid optreedt tussen dit document en de bijlagen, dan prevaleert de inhoud van dit document. Indien een bijlage wijzigt, maakt de gewijzigde bijlage alsdan onder gelijktijdige vervangen van de vervallen versie van de bijlage onderdeel uit van de overeenkomst.
(…)
In het bijbehorende Aanhangsel gegevens afnemer is een maximale capaciteit van de aansluiting van 5 MVA en een GTV van 2.001 kW vermeld.
2.7.
Oviesa heeft op respectievelijk 18 juli 2018 en 6 augustus 2018 gelijkluidende aanvragen gedaan voor nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet voor respectievelijk Bercylaan 309A, 309B, 673 en 307. In die vier aanvragen verzoekt Oviesa om aansluitingen op het elektriciteitsnet met een maximale capaciteit van ieder 160 kVA (kilovoltampère).
2.8.
Op respectievelijk 31 juli 2018 en 17 augustus 2018 heeft Liander vier gelijkluidende offertes verzonden voor de aansluitingen op het elektriciteitsnet voor de Bercylaan 309A, 309B, 673 en 307, ieder met een maximum capaciteit van 160 kVA en een GTV van 51 kW per aansluiting. Deze offertes zijn vervolgens door de VOF ondertekend retour gestuurd aan Liander op 6 maart 2019.
2.9.
In maart 2019 heeft Liander voor de aansluitingen Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 concept ATO’s gezonden naar Oviesa, waarin eveneens de artikelen 2, 6 en 10, zoals hiervoor in 2.6 zijn vermeld, zijn opgenomen. In de bijbehorende Aanhangsels gegevens afnemer is een maximale capaciteit van de aansluitingen van ieder 160 kVA en een GTV van 51 kW vermeld. In verband met de vertraging in de bouw zijn deze ATO’s toen nog niet ondertekend door de VOF.
2.10.
Op 24 juni 2021 heeft Liander op haar website een vooraankondiging gedaan dat er in het gebied van verdeelstation Noord-Papaverweg (het gebied waarin het Yvie-project is gelegen) een risico op structurele congestie bestaat en dat zij een tekort aan beschikbaar transportvermogen voorziet doordat de maximale grenzen van dat verdeelstation zijn bereikt voor verbruik.
2.11.
Op 1 en 23 november 2022 heeft Liander telefonisch contact gehad met Oviesa over de aansluitingen Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 en haar geïnformeerd dat er drukte is op het Nederlandse elektriciteitsnet en dat dat gevolgen heeft voor de aansluitingen en de gereserveerde transportcapaciteit. In e-mailberichten van 1 en 23 november 2022 van Liander aan de VOF zijn die gesprekken bevestigd. Daarin is vermeld dat voormelde vier aansluitingen zijn opgeleverd, maar nog niet in bedrijf zijn gesteld, en dat voor het instandhouden van de aansluitingen een reserveringsvergoeding voor het GTV in rekening zal worden gebracht naast de reeds maandelijks verschuldigde periodieke aansluitingsvergoeding en vastrecht transport. Daarbij zijn de volgende mogelijkheden voorgesteld. Oviesa kon (i) haar GTV behouden met betaling van een maandelijkse vergoeding naast de reeds verschuldigde periodieke vergoeding, (ii) het GTV verlagen met verlies van het op dat moment geldende (meerdere) GTV, (iii) de aansluiting in bedrijf laten gaan of (iv) afzien van de aansluiting en beëindiging van de ATO. In die e-mailberichten heeft Liander tevens bevestigd dat Oviesa ervoor heeft gekozen het GTV van voormelde vier aansluitingen te behouden, met betaling van een maandelijkse vergoeding.
2.12.
Bij e-mailbericht van 7 december 2022 heeft Oviesa aan Liander verzocht te bevestigen dat zij naast de aansluitingen Bercylaan 307, 309A,309B en 673 tevens voor de aansluiting Bercylaan 305 het GTV zal behouden. Bij e-mailbericht van 7 februari 2023 heeft Liander in reactie daarop meegedeeld dat zij daarvan nog geen bevestiging kan zenden, omdat de aansluiting Bercylaan 305 nog de status ‘in aanleg’ heeft.
2.13.
Bij e-mailbericht van 17 augustus 2023 heeft Liander aan Oviesa bericht dat er met betrekking tot de aansluiting Bercylaan 305 per 15 augustus 2023 tijdelijk geen extra capaciteit beschikbaar is voor het afnemen van elektriciteit en dat zij dus niet meer kan afnemen dan het op dat moment geldende GTV.
2.14.
Onder meer in verband met de vertraging in de bouw heeft de VOF pas medio september 2023 de ATO’s voor de aansluitingen van de Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 ondertekend. In de bijbehorende Aanhangsels gegevens afnemer is per aansluiting een maximale capaciteit van de aansluiting van 160 kVA en een GTV van 51 kW vermeld.
2.15.
Bij e-mailberichten van 9 november 2023 heeft Liander aan Oviesa laten weten dat voor de aansluitingen van Bercylaan 307 en 673 een tijdelijke transportbeperking geldt, dat er per 6 november 2023 tijdelijk geen extra capaciteit beschikbaar is bovenop het op dat moment geldende GTV en dat Oviesa gewoon gebruik kan blijven maken van het op dat moment geldende GTV, maar dit niet meer mag overschrijden. In die e-mailberichten is een link vermeld waarop de uitkomst van het congestiemanagement onderzoek wordt gepubliceerd.
2.16.
Op 1 februari 2024 heeft Liander een congestierapport gepubliceerd. Daarin concludeert zij dat ook congestiemanagement voor de regio waarin het Yvie-project is gelegen geen uitkomst meer biedt, omdat ook het bovenliggende hoogspanningsnet van TenneT zijn grens heeft bereikt.
2.17.
Op 13 januari 2026 heeft Liander aan Oviesa bericht dat in de regio een transportbeperking geldt, dat zij in december 2025 op de aansluiting van Bercylaan 309B een maximale belasting van 79 kW heeft geregistreerd en dat Oviesa daarmee het maximale GTV van 51 kW ruim heeft overschreden. Liander heeft Oviesa verzocht maatregelen te nemen om een volgende overschrijding te vermijden en haar gewezen op de mogelijkheid om alvast een hoger transportvermogen aan te vragen zodat zij op de wachtlijst kan worden geplaatst.
2.18.
Op 23 januari 2026 heeft Oviesa een aanvraag bij Liander gedaan om het GTV voor de aansluitingen Bercylaan 309A en 309B te verhogen naar 147 kW.
2.19.
Op 16 februari 2026 heeft Liander in reactie daarop aan Oviesa meegedeeld dat er geen extra transportvermogen beschikbaar is door de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet, dat op de aansluitingen Bercylaan 309A en 309B een transportbeperking voor extra vermogen geldt, dat het GTV op die aansluitingen daarom 51 kW blijft en dat Oviesa voor het aangevraagde extra transportvermogen op de wachtlijst is geplaatst.
2.20.
Bij brief van 10 maart 2026 heeft Oviesa aan Liander uitgelegd dat het huidige GTV voor de aansluitingen Bercylaan 305, 307, 309A, 309B en 673 te laag is om de gebouwen van het Yvie-project in gebruik te nemen en heeft zij Liander verzocht om voor Bercylaan 305 het transportvermogen van 2.001 kW te verhogen naar 5.000 kW en voor de aansluitingen van Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 het transportvermogen te verhogen van 51 kW naar 136 kW, omdat volgens Oviesa door een fout van Liander niet de goede hoeveelheid is toegekend.
2.21.
Bij e-mailbericht van 8 april 2026 heeft Liander het verzoek van Oviesa tot verruiming van het GTV voor de aansluitingen van Bercylaan 305, 307, 309A, 309B en 673 afgewezen. Daarbij heeft Liander meegedeeld dat het de verantwoordelijkheid is van de aanvrager om binnen de technische aansluitcapaciteit van de aansluiting het gewenste GTV te contracteren, voor zover dat beschikbaar is. Voorts bericht Liander dat zij niet aansprakelijk is voor enige door Oviesa geleden schade en dat zij daarnaast door netcongestie op dat moment niet het door Oviesa gewenste vermogen kan contracteren en ook geen uitzondering voor Oviesa kan maken.
2.22.
Bij e-mailbericht van 15 april 2026 aan Liander heeft [projectmanager] van FRIS, projectmanager van het Yvie-project, als praktische oplossing geopperd om een deel van het GTV van Bercylaan 305 over te hevelen naar Bercylaan 307 en 309B, zodat het GTV van die aansluitingen kan worden verhoogd van 51 kW per aansluiting naar 136 kW per aansluiting. Op die manier zou Staycity, de huurder van de bij die aansluitingen behorende gebouwen, deze in gebruik kunnen nemen. In reactie daarop heeft Liander bij e-mailbericht van 21 april 2026 meegedeeld te zullen onderzoeken of de oplossing van FRIS technisch mogelijk is.
2.23.
Op 20 en 29 april 2026 heeft Oviesa bij Liander verzoeken tot wijziging van het GTV ingediend met betrekking tot de aansluitingen van Bercylaan 305, 307 en 673.
2.24.
Op 1 mei 2026 heeft ingenieursbureau Sweco in opdracht van Oviesa een notitie opgesteld over de netcapaciteit met betrekking tot de aansluitingen van Oviesa. De conclusie daarvan is dat er aanknopingspunten zijn om de stelling van Liander dat er geen (extra) transportcapaciteit aanwezig is voor de netaansluitingen van Oviesa, ter discussie te stellen.

3.Het geschil

3.1.
Oviesa vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
1. Liander te gebieden om met onmiddellijke ingang aan Oviesa ter beschikking te stellen en te blijven stellen een transportvermogen van:
a) 136 kW (160 kVA) voor de aansluitingen Bercylaan 307, 309A, 309B en 673;
b) 4.250 kW (5 MVA) voor de aansluiting Bercylaan 305;
zo nodig door het treffen van alle noodzakelijke (tijdelijke) (nood)maatregelen, waaronder mede begrepen maar niet beperkt tot het inzetten van (nood)generatoren, mobiele transformatoren, tijdelijke kabelverbindingen en/of het toepassen van congestiemanagement, een en ander voor rekening en risico van Liander;
2. Liander te gebieden om binnen 5 werkdagen na dit vonnis de tussen partijen geldende ATO’s zodanig aan te passen dat daarin een GTV van 136 kW respectievelijk 4.250 kW wordt opgenomen;
3. Liander te gebieden om met onmiddellijke ingang te gedogen dat Oviesa de onder 1 gevorderde transportvermogens volledig benut, en Liander te verbieden enige feitelijke of juridische maatregel te treffen die dit gebruik beperkt of belemmert, waaronder begrepen maar niet beperkt tot afschakeling, beperking, handhaving op basis van lagere transportvermogens, waaronder in ieder geval de vermogens van 51 kW respectievelijk 2.001 kW, alsmede handhavingsmaatregelen wegens (gestelde) overschrijding van die transportvermogens, het opleggen van sancties en/of toepassing van congestiemanagement dat feitelijk tot een beperking van deze transportvermogens leidt;
4. te bepalen dat Liander een dwangsom verbeurt van € 100.000,00 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met één of meer van het onder 1 tot en met 3 gevorderde;
subsidiair
5. Liander te gebieden om met onmiddellijke ingang aan Oviesa een zodanig transportvermogen ter beschikking te stellen en te blijven stellen dat de feitelijke ingebruikname én het operationeel gebruik van de gebouwen op de aansluitingen Bercylaan 307, 309A en 309B mogelijk wordt gemaakt en gewaarborgd, waarbij het minimaal vereiste transportvermogen nog nader zal worden gespecificeerd, zo nodig door het treffen van (tijdelijke) (nood)maatregelen als bedoeld in het onder 1 gevorderde;
6. Liander te gebieden om, als (mede)invulling van het onder 5. gevorderde, met onmiddellijke ingang haar medewerking te verlenen aan het tijdelijk en gefaseerd herverdelen van het GTV tussen de aansluitingen Bercylaan 305, 307, 309A en 309B, in die zin dat het transportvermogen dat thans is gealloceerd aan de aansluiting Bercylaan 309A (kantoren) tijdelijk geheel beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van de aansluitingen Bercylaan 307 en 309B, en – voor zover noodzakelijk – het resterende tekort tijdelijk wordt betrokken van de aansluiting Bercylaan 305, teneinde de feitelijke ingebruikname van Bercylaan 307 en 309B mogelijk te maken;
7. Liander te gebieden om per 1 november 2026 een transportvermogen van minimaal 3.000 kW ter beschikking te stellen dat noodzakelijk is voor ingebruikname van Bercylaan 305, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen andere ingangsdatum en/of ander transportvermogen, zo nodig door het treffen van (tijdelijke) (nood)maatregelen als bedoeld in het onder 1 gevorderde, dan wel andere technisch en feitelijk beschikbare maatregelen;
8. Liander te gebieden om binnen 5 werkdagen na dit vonnis aan Oviesa een concrete, locatie-specifieke en technisch onderbouwde oplossing voor te leggen die ertoe strekt en geschikt is om de ingebruikname van de gebouwen op de aansluitingen Bercylaan 305, 307, 309A en 309B mogelijk te maken, en – na goedkeuring door Oviesa – tot uitvoering daarvan over te gaan, uiterlijk per 15 mei 2026 voor Staycity (Bercylaan 307 en 309B), uiterlijk 1 juli 2026 voor de kantoren (Bercylaan 309A) en uiterlijk per 1 november 2026 voor de hoteltoren en het congrescentrum (Bercylaan 305), zo nodig door het treffen van (tijdelijke) (nood)maatregelen als bedoeld in het onder 1 gevorderde, dan wel andere technisch en feitelijk beschikbare maatregelen;
9. te bepalen dat Liander een dwangsom verbeurt van € 50.000,00 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met één of meer van het onder 5 tot en met 8 gevorderde;
meer subsidiair
10. Liander te gebieden om Oviesa binnen 5 werkdagen een volledig, actueel en verifieerbaar inzicht te verschaffen in de volgorde van aansluiting en capaciteitsallocatie binnen het relevante netgebied, daaronder begrepen de gehanteerde prioriterings- en allocatieregels en de toepassing daarvan, alsmede de concrete positie van de betreffende EAN-aansluitingen daarin, inclusief een overzicht van reeds gealloceerde en nog beschikbare transportcapaciteit;
10. Liander te gebieden om verzoeken tot verhoging van de transportvermogens voor de vijf aansluitingen onverwijld en in ieder geval binnen 30 dagen opnieuw te beoordelen en daarop te beslissen, en een eventuele weigering uitsluitend te baseren op een concrete, locatie-specifieke en technisch verifieerbare onderbouwing, onder gelijktijdige en volledige verstrekking van de daaraan ten grondslag liggende gegevens en berekeningen, waaronder in ieder geval begrepen:
a. netbeperkingen;
b. capaciteitsanalyses
c. een overzicht van beschikbare gealloceerde transportcapaciteit en het relevante netgebied;
d. de gehanteerde uitgangspunten, aannames en eventuele beperkingen in de berekeningen;
e. een overzicht van (de mogelijkheden tot) congestiemanagement en overige flexibiliteitsmaatregelen in het relevante netgebied
f. de gehanteerde prioriterings- en allocatieregels en de toepassing daarvan op de betreffende aansluitingen;
g. een overzicht van mogelijk (tijdelijke) maatregelen om het gevorderde transportvermogen alsnog te realiseren; en
h. een indicatie van de verwachte beschikbaarheid van transportcapaciteit in de tijd, inclusief geplande netuitbreidingen;
12. Liander te gebieden om Oviesa voor de aansluitingen Bercylaan 305, 307, 309A, 309B en 673 te plaatsen en geplaatst te houden op de wachtlijst voor (aanvullend) transportvermogen, met inachtneming van de oorspronkelijke aanvraagdata, te weten: oktober 2017 voor Bercylaan 305, 18 juli 2018 voor Bercylaan 309A, 309B en 673 en 6 augustus 2018 voor Bercylaan 307, althans met inachtneming van een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum, en met behoud van de daarbij behorende prioriteitspositie ten opzichte van andere aanvragen, en Liander te gebieden om Oviesa dienovereenkomstig te behandelen bij de allocatie van beschikbare transportcapaciteit, als ware de aanvragen op die data ingediend en nog steeds aanhangig, zonder dat Oviesa haar positie op de wachtlijst heeft verloren of prijsgegeven, alsmede Liander te gebieden om binnen 5 werkdagen na dit vonnis aan Oviesa schriftelijk inzicht te verstrekken in haar positie op de wachtlijst, de gehanteerde volgorde van behandeling en de relevante prioriteringscriteria, en deze informatie op eerste verzoek te actualiseren;
12. te bepalen dat Liander een dwangsom verbeurt van € 25.000,00 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met één of meer van het onder 10 tot en met 12 gevorderde;
primair, subsidiair en meer subsidiair
14. Liander te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Ter mondelinge behandeling heeft Oviesa haar vordering onder 5 nader gespecificeerd, in die zin dat het minimaal vereiste transportvermogen dient te zijn: 51 kW voor Bercylaan 309A, 136 kW voor Bercylaan 309B en 307, 100 kW voor Bercylaan 673 en 3.000 kW voor Bercylaan 305.
3.3.
Liander voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Oviesa, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Oviesa in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Kern van het geschil tussen partijen is of Liander gehouden is om aan Oviesa het door haar gewenste transportvermogen voor elektriciteit op de aansluitingen van Bercylaan 305, 307, 309 A, 309 B en 673 te leveren.
4.2.
Oviesa stelt dat dat dat transportvermogen contractueel is overeengekomen, dan wel dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij dat transportvermogen geleverd zou krijgen. Zij beroept zich tevens op dwaling dan wel onvoorziene omstandigheden. Zij meent dat Liander er alles aan moet doen om het door haar, Oviesa, gewenste transportvermogen op de aansluitingen te realiseren, al dan niet door het treffen van noodmaateregelen. Liander betwist dat het door Oviesa gewenste transportvermogen is overeengekomen en voert, onder verwijzing naar de in de regio bestaande netcongestie, aan dat het niet mogelijk is het door Oviesa gewenste transportvermogen te leveren.
Spoedeisend belang
4.3.
Oviesa stelt dat zij een huurovereenkomst heeft gesloten met Staycity voor een gedeelte van de woontoren, waarin Staycity een hotel zal exploiteren (Bercylaan 307 en 309B). Staycity wil per 30 april 2026 inhuizen. Inmiddels heeft Staycity voor de periode na de inhuizing al hotelkamers verhuurd, maar is voor het gebouw vooralsnog onvoldoende transportvermogen beschikbaar om het hotel te kunnen exploiteren. In de overeenkomst tussen Oviesa Residentia en Staycity is vermeld dat de uiterste datum van nakoming 15 mei 2026 is en dat Staycity bij gebreke daarvan de overeenkomst kan ontbinden. Er bestaat volgens Oviesa een reëel risico dat Staycity de huurovereenkomst zal ontbinden en Oviesa aansprakelijk zal houden voor geleden schade samenhangend met die ontbinding. Liander heeft dat niet weersproken.
Het spoedeisend belang vloeit gelet op het voorgaande voldoende voort uit de vorderingen van Oviesa en is door Liander ook niet betwist.
Het overeengekomen gecontracteerd transportvermogen
4.4.
Tussen partijen is primair in geschil welk GTV voor de vijf aansluitingen tussen hen is overeengekomen. Volgens Oviesa had zij erop mogen vertrouwen dat de door haar aangevraagde maximale capaciteit van de aansluitingen van respectievelijk 5 MVA en 160 kVA overeenstemde met een bij die maximale capaciteit behorend GTV van respectievelijk 4.250 kW (5 MVA x 0,85 cosinus phi) en 136 kW (160 kVA x 0,85 cosinus phi). Volgens Oviesa was het destijds voor haar niet duidelijk dat er een verschil zit tussen de maximale capaciteit van een aansluiting en het GTV. Liander had haar erop moeten wijzen dat het GTV sterk afweek van het aangevraagde transportvermogen en dat het toegekende transportvermogen ontoereikend was voor het gebruik van de gebouwen, aldus Oviesa.
Daartegenover voert Liander aan dat Oviesa als professionele partij, die werd bijgestaan door een technisch adviseur, het onderscheid tussen de maximale aansluitcapaciteit en het GTV behoort te kennen en dat het de verantwoordelijkheid van Oviesa zelf is om te controleren dat de ATO’s aansluiten bij haar energiebehoeften. Liander voert verder aan dat het GTV van respectievelijk 2.001 kW en 51 kW meermaals aan Oviesa kenbaar is gemaakt in de offertes, bij het afsluiten van meerdere ATO’s en op de facturen aan Oviesa.
4.5.
De vraag wat partijen zijn overeengekomen kan niet enkel worden beantwoord op grond van een (zuiver) taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst. De uitleg is mede afhankelijk van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij is mede van belang welke hoedanigheid partijen hebben en welke rechtskennis van partijen kan worden verwacht
(Haviltex-norm, Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158).
Daarvan uitgaande oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.
4.6.
Voor Oviesa was op meerdere momenten en op meerdere manieren kenbaar dat het haar aangeboden en uiteindelijk in de ATO’s opgenomen GTV voor Bercylaan 305 2.001 kW was en voor de andere aansluitingen elk 51 kW. Al in de offertes voor de aansluitingen van 24 oktober 2017, 31 juli 2018, 17 augustus 2018 en 6 maart 2019, die de VOF alle heeft ondertekend en retour gestuurd, is dit als zodanig opgenomen. Dit is vervolgens ook opgenomen in de daaropvolgende concept-ATO’s en ten slotte is dit vastgelegd in de definitieve ATO’s, die de VOF heeft getekend voor Bercylaan 305 op 19 maart 2018 en voor Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 medio september 2023. Ook nadat Oviesa vanaf november 2022 voor het door haar gereserveerde GTV een reserveringsvergoeding moest betalen, was op elke factuur vermeld dat het ging om een GTV voor de aansluitingen van eenmaal 2.001 kW en vier keer 51 kW. Uit die documenten volgt dan ook dat het GTV vanaf het moment van de offertes 2.001 kW respectievelijk 51 kW bedroeg en dat het GTV al die jaren niet is gewijzigd. Dat Oviesa, zoals zij stelt, niet op de hoogte was van het onderscheid tussen de maximale capaciteit van de aansluiting en het GTV en het voor haar onduidelijk was dat dit niet hetzelfde is, maakt niet dat zij daarmee ervan mocht uitgaan dat zij een transportvermogen ter hoogte van de maximale capaciteit van de aansluitingen had gecontracteerd. Daarbij is van belang dat Oviesa een projectvennootschap is voor een zeer groot, meerjarig bouwproject met een investeringswaarde van omstreeks € 500 miljoen. Van een dergelijke professionele partij mag worden verwacht dat zij voldoende onderzoek verricht naar de werking van het Nederlandse aanvraagsysteem voor een elektriciteitsaansluiting, dat zij zichzelf bekend maakt met alle daarbij van belang zijnde begrippen en dat zij zich vervolgens vergewist van de inhoud van de haar aangeboden ATO’s en het daarin opgenomen GTV. Het ligt in ieder geval op de weg van Oviesa om zich daarover toereikend te laten adviseren, dan wel te laten bijstaan als zij die kennis niet heeft. Niet weersproken is dat Oviesa werd bijgestaan door een technisch adviseur (Valstar-Simonis). Oviesa betoogt weliswaar nog dat zij, haar vennoten en haar aannemer geen Nederlandse partijen zijn en dat dit hun eerste project in Nederland betrof waardoor voor hen niet duidelijk is geweest dat er een onderscheid bestaat tussen de capaciteit van de aansluiting en het GTV, maar van een buitenlandse onderneming mag eens te meer worden verwacht dat zij zich voldoende informeert over het doen van een aanvraag voor een elektriciteitsaansluiting in een voor haar vreemd land, juist omdat in een dergelijk geval het risico dat onderdelen van de aanvraag onvoldoende worden begrepen of over het hoofd worden gezien groot is, zeker bij een bouwproject van dit formaat. Dat Oviesa dit niet heeft gedaan komt dan ook voor haar rekening en risico. Dat Oviesa door de vermelding van verschillende eenheden voor elektriciteit (MVA, kVA en kW) niet goed heeft overzien dat het toegewezen transportvermogen afweek van het door haar gewenste transportvermogen komt eveneens vanwege de hiervoor genoemde redenen voor haar rekening. Op Liander rust geen plicht om aanvragers te wijzen op de omvang van het door haar aangeboden GTV en in hoeverre dit aansluit bij de behoeften van de aanvrager. Het is aan de aanvrager zelf het door haar gewenste GTV vast te stellen en daaropvolgend te controleren of hetgeen de netbeheerder aanbiedt daarmee in overeenstemming is. Liander heeft onweersproken aangevoerd dat het voor haar ook niet mogelijk is om te bepalen welk transportvermogen een aanvrager nodig heeft voor het door hem of haar beoogde gebruik van een aansluiting.
Geen automatische verhoging GTV
4.7.
Oviesa betoogt verder dat de contractuele systematiek tussen partijen zo is ingericht dat het GTV niet is bedoeld als een absolute beperking, maar als een administratieve grootheid die meebeweegt met het feitelijk benodigde transportvermogen binnen de grenzen van de gerealiseerde fysieke aansluitcapaciteit. Zij baseert dit op artikel 2 lid 2 van Pro de ATO’s, waarin is opgenomen dat indien de afnemer - voor zover mogelijk - een grotere hoeveelheid elektriciteit laat transporteren dan overeenstemt met de omvang van het GTV, volgens de geldende condities het GTV zal worden aangepast. Zij verwijst voorts naar de Aansluit- en transporttarieven elektriciteit 2014, die volgens haar van toepassing zijn op de ATO’s tussen partijen, waarin is opgenomen dat bij overschrijding het GTV wordt aangepast en dat de nieuwe waarde vervolgens geldt voor het gehele jaar.
4.8.
Dit betoog van Oviesa faalt. De uitleg van Oviesa dat het GTV automatisch wordt verhoogd op grond van artikel 2 lid 2 van Pro de ATO’s ligt niet voor de hand, omdat dat zou betekenen dat een netbeheerder steeds desgevraagd het transportvermogen tot de maximale aansluitcapaciteit zou moeten leveren, ook indien daarmee het net zou worden overbelast. Daarmee zou de netbeheerder geen enkele controle meer hebben over het transport dat plaatsvindt over het net met alle gevolgen van dien voor de veiligheid en integriteit van het elektriciteitsnet. Logischerwijs ziet de zinssnede “voor zover mogelijk” in artikel 2 lid 2 van Pro de ATO’s op of er voldoende capaciteit beschikbaar is op het elektriciteitsnet om de verhoging aan te kunnen zonder deze, of de aansluiting zelf, te overbelasten. Artikel 2 lid 2 van Pro de ATO’s geeft dus niet automatisch recht op verhoging van het GTV bij overschrijding daarvan. Artikel 10 van Pro de ATO’s bepaalt dat de bijlage ‘Aansluit- en transporttarieven elektriciteit voor zakelijke grootverbruikers’ een onverbrekelijk deel vormt van de ATO’s. Daarin is tevens bepaald dat als een bijlage wijzigt, de gewijzigde bijlage alsdan onder gelijktijdige vervanging van de vervallen versie van de bijlage onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. In 2019 is een nieuwe versie Aansluit- en Transporttarieven elektriciteit gepubliceerd op de website van Liander en daarmee is de versie die vanaf 2014 gold komen te vervallen. In de Aansluit- en transporttarieven elektriciteit 2019 is, anders dan in die van 2014, niet meer opgenomen dat bij een overschrijding het GTV automatisch wordt aangepast. In de nieuwe versie van 2019 is vermeld dat wanneer er voldoende capaciteit beschikbaar is op het net op verzoek van de afnemer het GTV kan worden verhoogd en dat een verhoging niet wordt doorgevoerd als dit zou leiden tot overbelasting van het elektriciteitsverdeelstation of de netkabel. Verder is daarin vermeld dat aan een overschrijding van het GTV zonder voorafgaande toestemming van Liander geen rechten kunnen worden ontleend. Blijkens de stellingen van partijen heeft Oviesa pas voor het eerst omstreeks 13 januari 2026 het tussen partijen geldende GTV voor de aansluiting Bercylaan 309B overschreden. Dit is dus na 2019 en toen was de automatische verhogingsregeling uit de Aansluit- en Transporttarieven 2014, die Oviesa ten grondslag legt aan haar vorderingen, reeds vervallen.
4.9.
Het betoog van Oviesa dat Liander bij haar de indruk heeft gewekt dat zij, ondanks de netcongestie, over voldoende transportvermogen zou kunnen beschikken om bij oplevering van de gebouwen deze in gebruik te kunnen nemen, omdat Liander in de e-mailberichten van 1 en 23 november 2022 vier opties heeft aangeboden, maar niet de optie om het GTV te verhogen, is niet goed te begrijpen. Juist vanwege de netcongestie was het aanbieden van een optie om het GTV te verhogen immers niet aan de orde.
Dwaling/onvoorziene omstandigheden
4.10.
Het beroep van Oviesa op dwaling gaat niet op. Niet gebleken is dat de onjuiste voorstelling van zaken bij Oviesa is te wijten aan een inlichting van Liander of dat beide partijen hebben gedwaald. Zoals hiervoor is overwogen bestond er evenmin een verplichting voor Liander om Oviesa in te lichten over de reikwijdte van het GTV.
4.11.
Ook het beroep van Oviesa op onvoorziene omstandigheden slaagt niet. Oviesa heeft tegenover het verweer van Liander onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan ongewijzigde instandhouding van de ATO’s naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet zou mogen worden verwacht. Het enkele feit dat ten tijde van de aanvragen van de aansluitingen nog geen sprake was van netcongestie doet daaraan niet af. Liander heeft in januari 2021 een vooraankondiging netcongestie gepubliceerd en zij heeft in respectievelijk augustus en november 2023 aan Oviesa meegedeeld dat er een tijdelijke transportbeperking gold en dat overschrijding van het geldende GTV niet mogelijk was vanwege netcongestie. Liander heeft bovendien gemotiveerd weersproken dat zij het GTV wel zou kunnen maar niet wil ophogen.
4.12.
Het voorgaande brengt de voorzieningenrechter voorlopig oordelend tot de conclusie dat in de ATO’s tussen partijen voor de Bercylaan 305 een GTV is overeengekomen van 2.001 kW en voor de Bercylaan 307, 309A, 309B en 673 een GTV van 51 kW per aansluiting. Liander is op grond van de ATO’s dan ook niet gehouden om meer transportvermogen aan Oviesa ter beschikking te stellen dan voormeld GTV. Om die reden zijn de primaire vorderingen niet toewijsbaar.
Netcongestie
4.13.
Liander voert aan dat een verhoging van het GTV op de aansluitingen van Oviesa niet mogelijk is vanwege netcongestie. Liander verwijst naar de vooraankondiging netcongestie die zij op 24 juni 2021 heeft gedaan. Volgens Liander geldt bovendien ook voor het bovenliggende transmissiesysteem van TenneT dat sprake is van congestie, waarvan TenneT op 18 oktober 2023 een vooraankondiging heeft gedaan. Uit het congestierapport dat Liander op 1 februari 2024 heeft gepubliceerd volgt volgens haar dat in het gebied van het Yvie-project sprake is van netcongestie en dat congestiemanagement niet mogelijk is. Een recente netcheck bevestigt dat nog steeds sprake is van congestie, aldus Liander. TenneT heeft gelet op deze congestie op het hoogspanningsnet haar een beperking opgelegd in, onder andere, het deelgebied Oostzaan, wat betekent dat zij geen extra transportvermogen meer mag uitgeven zolang die beperking vanuit TenneT geldt, aldus Liander. Daartegenover betoogt Oviesa dat de congestierapporten van Liander en TenneT inmiddels zijn achterhaald. TenneT heeft in januari 2026 een herijking gedaan en daaruit is gebleken dat vanuit TenneT voor het deelgebied Oostzaan en dus ook het verdeelstation Noord-Papaverweg per direct 180 MW aan transportvermogen beschikbaar is. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Oviesa een rapport van Sweco overgelegd.
4.14.
In het rapport van Sweco wordt geconcludeerd dat op het hoogspanningsnet van TenneT door herijking 180 MW aan transportvermogen is vrijgekomen en dat dit beschikbare vermogen kan worden toebedeeld aan de klanten van Liander op de wachtlijst. Dit heeft Liander ook in zoverre erkend. Zij voert in dat verband echter aan dat dit vrijgekomen transportvermogen al is toebedeeld aan klanten die op de wachtlijst stonden in de periode tot en met augustus 2025. Oviesa heeft uiteindelijk wel aanvragen gedaan bij Liander voor verruiming van het GTV op haar netaansluitingen, maar dit heeft zij pas gedaan op 23 januari 2026 voor Bercylaan 309A en 309B, 20 april 2026 voor de aansluitingen Bercylaan 305 en 307 en op 29 april 2026 voor Bercylaan 673. Deze aanvragen zijn ruim na augustus 2025 gedaan en dus ook na het moment dat het vrijgekomen transportvermogen op het hoogspanningsnet al was vergeven aan andere klanten van Liander. Daarnaast heeft de netarchitect van Liander ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat hoewel het congestierapport van Liander van 1 februari 2024 wellicht is verouderd, er door Liander continu wordt gecontroleerd of ergens transportvermogen vrijkomt om te herverdelen, bijvoorbeeld doordat een aanvraag wordt ingetrokken, maar dat het niet mogelijk is om meer transportvermogen vrij te geven zolang TenneT Liander een beperking heeft opgelegd voor het uitgeven van extra transportvermogen omdat daarvoor geen ruimte is op het overhangende hoogspanningsnet. Oviesa brengt daartegen de notitie van Sweco in, maar daarin worden door Sweco vooral vragen gesteld aan Liander en discussiepunten opgeworpen over het al dan niet bestaan van netcongestie bij Oostzaan. Deze discussiepunten zijn door Liander voldoende weerlegd door de verklaring van haar netarchitect ter zitting. Oviesa heeft zich ter mondelinge behandeling nog op het standpunt gesteld dat de enkele verklaring van de netarchitect onvoldoende zou zijn, en dat door Liander verder niets is overgelegd om deze verklaring te onderbouwen. De voorzieningenrechter gaat echter aan dat standpunt voorbij. De notitie van Sweco dateert van vrijdag 1 mei 2026. Niet valt in te zien hoe Liander in een dergelijk kort tijdsbestek op de mondelinge behandeling van maandag 4 mei 2026 haar standpunt anders had kunnen onderbouwen dan door de netarchitect zelf ter zitting daarover te laten verklaren. Gelet daarop is naar het oordeel van de voorzieningenrechter door Liander voldoende onderbouwd dat sprake is van netcongestie in deelgebied Oostzaan. Dat betekent dat Liander ook niet op grond van artikel 3.46 van de Energiewet gehouden is Oviesa meer transportvermogen aan te bieden en dat zij het doen van een aanbod daartoe kan weigeren totdat de congestie is opgelost gelet op hetgeen daarover is bepaald in lid 2 van dat artikel.
Overhevelen gecontracteerd transportvermogen tussen aansluitingen
4.15.
Oviesa vordert Liander te veroordelen medewerking te verlenen aan het tijdelijk en gefaseerd herverdelen van het GTV tussen de aansluitingen Bercylaan 305, 307, 309A en 309B, in die zin dat het transportvermogen van Bercylaan 309A tijdelijk geheel beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van de aansluitingen Bercylaan 307 en 309B, en het resterende tekort aan transportvermogen tijdelijk wordt betrokken van de aansluiting Bercylaan 305, zodat de aansluitingen Bercylaan 307 en 309B in gebruik kunnen worden genomen. Liander heeft toegelicht dat het overhevelen van transportvermogen tussen aansluitingen technisch mogelijk is, maar dat Oviesa dan wel rekening ermee moet houden dat een eenmaal doorgevoerde overheveling mogelijk niet meer kan worden teruggedraaid. Partijen zijn ter mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om hierover onderling een regeling te treffen, maar zijn daarin niet in geslaagd. Het strekt de voorzieningenrechter echter te ver om als alternatief in goede justitie zelf een voorziening te treffen, omdat daarvoor onvoldoende technisch inzicht bestaat in de mogelijkheden omtrent het overhevelen van transportvermogen tussen aansluitingen.
4.16.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende is aannemelijk is dat Liander vanwege de bestaande netcongestie niet in staat is om meer dan het thans geldende GTV aan Oviesa te leveren. De subsidiaire vorderingen zijn evenmin toewijsbaar.
Vordering tot het verstrekken van informatie door Liander
4.17.
Oviesa vordert Liander te gebieden om haar een volledig, actueel en verifieerbaar inzicht te verschaffen in de volgorde van aansluiting en capaciteitsallocatie binnen het relevante netgebied, daaronder begrepen de gehanteerde prioriterings- en allocatieregels en de toepassing daarvan, alsmede de concrete positie van de betreffende aansluitingen daarin, inclusief een overzicht van reeds gealloceerde en nog beschikbare transportcapaciteit. Het door Oviesa gevorderde is naar oordeel van de voorzieningenrechter te ruim en onbepaald opgesteld, waardoor bij toewijzing te veel inzicht wordt geven in (vertrouwelijke) informatie die Liander niet hoeft, en deels in verband met haar geheimhoudingsplicht niet mag, verstrekken. Liander is desgevraagd slechts gehouden aan Oviesa inzicht te geven in haar positie op de wachtlijst.
Vordering tot het binnen 30 dagen opnieuw beoordelen van de verzoeken tot verhoging GTV
4.18.
Oviesa heeft tegenover het verweer van Liander onvoldoende gesteld wat de rechtsgrond voor deze vordering is en welk belang zij daarbij heeft. Zoals hiervoor is overwogen heeft Liander voldoende aannemelijk gemaakt dat verhoging van het GTV voor de aansluitingen van Oviesa thans vanwege netcongestie niet mogelijk is.
Vordering tot eerdere plaatsing op de wachtlijst
4.19.
Oviesa vordert tot slot dat zij door Liander op de wachtlijst zal worden geplaatst met inachtneming van de oorspronkelijke aanvraagdata (oktober 2017, juli en augustus 2018) op basis van het “first come, first serve” principe. Volgens Oviesa heeft zij op die momenten de aansluitingen aangevraagd met een capaciteit van 5 MVA en vier maal 160 kVA, maar heeft zij toen geen hoeveelheid GTV aangevraagd en moet zij op basis van de data van die aanvragen op de wachtlijst worden geplaatst. Oviesa miskent daarbij echter dat, zoals hiervoor is overwogen, partijen met de ATO’s van 2018 en 2023 al een GTV zijn overeengekomen en dat haar aanvragen van 2017/2018 dus al zijn afgehandeld. Oviesa heeft pas veel later, in 2026, aanvragen gedaan voor verruiming van het GTV op haar aansluitingen. Liander heeft Oviesa terecht op basis van die aanvragen vanaf dat moment op de wachtlijst geplaatst. Er bestaat geen grondslag om Oviesa al vanaf 2017 en 2018 op de wachtlijst te laten plaatsen.
4.20.
Gelet op het voorgaande zijn ook de meer subsidiaire vorderingen niet toewijsbaar
Conclusie
4.21.
De vorderingen van Oviesa zullen worden afgewezen. Een belangenafweging maakt het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders.
4.22.
Oviesa is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Liander worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Oviesa af,
5.2.
veroordeelt Oviesa in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Oviesa niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Oviesa tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. De feiten en de motivering waarop de beslissing steunt, zijn afzonderlijk vastgelegd op 27 mei 2026.