Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4330

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
c/05/465914
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:12 lid 5 WvggzArt. 5:17 lid 1 WvggzArt. 5:17 lid 5 WvggzArt. 6:4 lid 2 WvggzArt. 8:11 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging zorgmachtiging inzake toevoeging zorgvorm insluiten met toezicht

De rechtbank Gelderland behandelde op 16 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een bestaande zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging was eerder verleend door Rechtbank Midden-Nederland en omvatte diverse vormen van verplichte zorg, maar niet de zorgvorm toezicht.

De officier van justitie verzocht om toevoeging van de zorgvorm 'insluiten' aan de machtiging, terwijl de geneesheer-directeur ook had gevraagd om toevoeging van 'het uitoefenen van toezicht'. De rechtbank constateerde dat insluiten zonder toezicht praktisch niet uitvoerbaar en onwenselijk is. De advocaat van betrokkene voerde aan dat de rechtbank ambtshalve geen zorgvormen kan toevoegen bij wijziging van de machtiging, wat de rechtbank onderschreef.

De rechtbank overwoog dat artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro, dat ambtshalve toevoeging van zorgvormen mogelijk maakt bij aanvraag, niet van toepassing is op wijzigingsverzoeken zoals geregeld in artikel 8:12 lid 5 Wvggz Pro. De rechtbank wees het verzoek af vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag en praktische uitvoerbaarheid. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging door toevoeging van de zorgvorm 'insluiten' zonder toezicht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/465914 / FZ RK 26-995
Datum uitspraak: 16 april 2026
beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. H. Hooijer in Zeist.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mw. [naam psychiater] , als psychiater verbonden aan Tactus in Zutphen;
- twee begeleiders van betrokkene, verbonden aan Tactus in Zutphen.

2.Wat vaststaat

2.1.
Rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 24 december 2025, op schrift gesteld op 9 januari 2026 en verbeterd bij herstelbeschikking van 22 januari 2026, een zorgmachtiging verleend tot en met 24 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst het verzoek van de officier van justitie af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is (geweest) van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene is na een psychotische ontregeling afgezonderd op een support room met cameratoezicht naar aanleiding van verbale en fysieke agressie tegen personen en goederen. Betrokkene was na drie dagen nog onvoldoende opgeklaard van de decompensatie.
4.3.
De officier van justitie heeft om deze redenen verzocht om insluiten als vorm van verplichte zorg toe te voegen aan de zorgmachtiging.
4.4.
Uit de beschikking van Rechtbank Midden-Nederland van 24 december 2025 volgt dat de volgende vormen van verplichte zorg zijn toegewezen:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoomis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten,
en als het ernstige nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • opnemen in een accommodatie.
4.5.
Uit de motivering van de herstelbeschikking van 22 januari 2026 volgt uitdrukkelijk dat toezicht niet als zorgvorm is opgenomen. Dit stond abusievelijk in de beschikking van 9 januari 2026 vermeld.
4.6.
De geneesheer-directeur heeft de officier van justitie verzocht als aanvullende vorm van zorg insluiten met cameratoezicht te verzoeken. De officier van justitie heeft alleen verzocht om insluiten toe te voegen als vorm van verpzlichte zorg.
4.7.
Insluiten zonder toezicht is praktisch niet uitvoerbaar en ook onwenselijk, omdat het mogelijk moet zijn wanneer iemand is ingesloten cameratoezicht te houden, zoals ook volgt uit de aanvraag van de geneesheer-directeur.
4.8.
De advocaat van betrokkene heeft bepleit dat - anders dan bij een beslissing op een aanvraag van een zorgmachtiging - in een situatie waarin een wijziging van de zorgmachtiging wordt gevraagd, niet de mogelijkheid bestaat voor de rechtbank om ambtshalve zorgvormen toe te voegen.
4.9.
Artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro bepaalt, voor zover hier van belang, dat indien de rechter van oordeel is dat met de in het zorgplan of de medische verklaring opgenomen zorg het ernstige nadeel niet kan worden weggenomen, hij in de zorgmachtiging, in afwijking van het verzoekschrift, bedoeld in artikel 5:17 lid 1 andere Pro verplichte zorg of doelen van verplichte zorg kan opnemen. In artikel 5:17 lid 1 Wvggz Pro is alleen de aanvraag van de zorgmachtiging geregeld. De wijziging van de zorgmachtiging is geregeld in artikel 8:12 lid 5 Wvggz Pro. In dat artikel is geen bepaling opgenomen overeenkomstig artikel 6:4 lid Pro 2. Naar de letter van de wet klopt het betoog van de advocaat van betrokkene dus. In de praktijk wordt artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro in dit soort situaties soms analoog toegepast [1] , maar het is de rechtbank niet bekend dat de Hoge Raad over die mogelijkheid al heeft geoordeeld. Daarin ziet de rechtbank aanleiding hier terughoudend mee om te gaan. In dit geval leidt dat tot afwijzing van het verzoek. Daarbij spelen twee overwegingen een rol. In de eerste plaats heeft Rechtbank Midden-Nederland zich bij het verlenen van de onderhavige zorgmachtiging al uitgelaten over toezicht en dat expliciet niet toegewezen. Dan ligt het niet voor de hand om - als dat al mogelijk zou zijn - lopende diezelfde zorgmachtiging die zorgvorm ambtshalve weer toe te voegen. Daar komt bij dat in de bekendmaking aan belanghebbende van de inzet van tijdelijke extra verplichte zorg ook alleen insluiten is aangevinkt. Dat ook het besluit van de geneesheer-directeur, waarin cameratoezicht wel is genoemd, aan hem is meegedeeld, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen. In de gegeven omstandigheden zal de rechtbank dus niet overgaan tot analoge toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro.
4.10.
Op grond van het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek af.

5.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026 door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Ünal, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel cassatie open.

Voetnoten

1.Zie Rechtbank Gelderland 15 augustus 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:5651.