De rechtbank Gelderland heeft op 15 augustus 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die reeds op 31 mei 2024 was afgegeven. De zorgmachtiging betreft verplichte geestelijke gezondheidszorg op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Uit het ingediende verzoek en het advies van de geneesheer-directeur blijkt dat de reeds in de machtiging opgenomen vormen van zorg niet langer volstaan vanwege een dreigende noodsituatie. Betrokkene kampt met een geagiteerde depressie en suïcidaliteit, inclusief een recente suïcidepoging door auto-intoxicatie. De zorgverantwoordelijke heeft daarom tijdelijke maatregelen genomen zoals insluiting en toezicht.
De rechtbank constateert dat deze maatregelen, evenals aanvullende vormen van verplichte zorg zoals onderzoek van de woon- of verblijfsruimte en beperkingen in de vrijheid van betrokkene, noodzakelijk zijn en niet in de oorspronkelijke machtiging waren opgenomen. Ambtshalve voegt de rechtbank ook de maatregel 'onderzoek aan kleding of lichaam' toe. Betrokkene verzet zich tegen deze uitbreiding, maar de rechtbank oordeelt dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de maatregelen evenredig en effectief zijn.
De wijziging van de zorgmachtiging wordt daarom toegewezen en geldt tot uiterlijk 30 november 2024. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter S.W. Kuip, met griffier G. Vlemmings aanwezig.