Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[naam gedaagde] ,
2.
[naam gedaagd bedrijf 1] B.V.,
3.
[naam gedaagd bedrijf 2] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
rb). Deze gemeenschappelijke onroerende zaak is belast met een drietal bij Direktbank N.V. afgesloten hypothecaire leningen (…) voor een totaalbedrag van € 516.830,90 (saldo-opgave per 1 januari 2012).
rb) worden toebedeeld voor een daaraan volgens het taxatierapport van makelaar Domicilie van 20 maart 2013 toegekende waarde van € 655.000,- onder de verplichting om de op deze onroerende zaak rustende hypothecaire leningen voor zijn rekening te houden en deze te voldoen als zijn eigen schuld met uitsluiting van de vrouw ( [eiser] ,
rb).
3.Het geschil
primairvoor recht zal verklaren dat [eiser] terecht tot de vernietiging van de hypothecaire geldlening van 23 maart 2021, de koopovereenkomst van 27 maart 2021 en de akte van levering van 27 december 2022 is overgegaan en deze overeenkomsten en akte zal vernietigen en
subsidiair[de gedaagde] en [het gedaagde bedrijf 2] , versterkt met een dwangsom, zal bevelen om mee te werken aan taxatie van de onroerende zaak, met veroordeling van [de gedaagde] om een bedrag van € 49.084,55 en voorts de helft van het verschil tussen de op basis van de taxatie vast te stellen reële onderhandse verkoopwaarde van de onroerende zaak en € 615.000,00 aan [eiser] te betalen, steeds vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 27 december 2022 tot de dag van volledige betaling,
4.De beoordeling
actio pauliana, zoals geregeld in art. 3:45 BW Pro. Wil een dergelijke actie slagen, dan moet worden vastgesteld dat benadeling van een schuldeiser in zijn verhaalsmogelijkheden het gevolg is van de te vernietigen rechtshandeling(en).