ECLI:NL:RBGEL:2026:4210
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij niet tijdig beslissen officier van justitie
De rechtbank Gelderland behandelde op 20 april 2026 33 beroepen waarin werd geklaagd over het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie. De gemachtigde had namens betrokkenen beroepen ingesteld tegen het uitblijven van beslissingen op administratief beroep. De officier van justitie stelde dat in alle zaken tijdig was beslist en dat de beroepen derhalve misbruik van recht waren.
De kantonrechter oordeelde dat in vier van deze zaken de beroepen niet-ontvankelijk verklaard moesten worden omdat de gemachtigde wist of had moeten weten dat er al beslissingen waren genomen en verzonden aan betrokkenen of hun gemachtigde. Ook waren in sommige zaken proceskosten toegekend en betaald voordat de beroepen werden ingesteld.
De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat het instellen van beroepen zonder redelijk doel en met kwade trouw kan leiden tot niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht. De verzoeken tot toekenning van dwangsommen en proceskosten werden eveneens afgewezen.
De uitspraak werd op 18 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter G.W.B. Heijmans. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder strikte voorwaarden.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen door de officier van justitie worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.