Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4210

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
BR 26-324/12088038, 12088040, 12088047, 12088052
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Boek 3 BWArt. 15 Boek 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroepen wegens misbruik van recht bij niet tijdig beslissen officier van justitie

De rechtbank Gelderland behandelde op 20 april 2026 33 beroepen waarin werd geklaagd over het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie. De gemachtigde had namens betrokkenen beroepen ingesteld tegen het uitblijven van beslissingen op administratief beroep. De officier van justitie stelde dat in alle zaken tijdig was beslist en dat de beroepen derhalve misbruik van recht waren.

De kantonrechter oordeelde dat in vier van deze zaken de beroepen niet-ontvankelijk verklaard moesten worden omdat de gemachtigde wist of had moeten weten dat er al beslissingen waren genomen en verzonden aan betrokkenen of hun gemachtigde. Ook waren in sommige zaken proceskosten toegekend en betaald voordat de beroepen werden ingesteld.

De rechtbank baseerde zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat het instellen van beroepen zonder redelijk doel en met kwade trouw kan leiden tot niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht. De verzoeken tot toekenning van dwangsommen en proceskosten werden eveneens afgewezen.

De uitspraak werd op 18 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter G.W.B. Heijmans. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder strikte voorwaarden.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen door de officier van justitie worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zitting 20 april 2026
zaakgegevens 12088038, 12088040, 12088047, 12088052
cjib-nrs 266659621, 254200357, 247321866, 246661248
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaken van

[betrokkene 1]

[bedrijf 1]
[bedrijf 2]
[betrokkene 2]
Gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
tegen

de officier van justitie

De beroepen zijn behandeld op de openbare zitting van 20 april 2026 door de kantonrechter
mr. G.W.B. Heijmans, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig [medewerker CVOM] , medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie (CVOM) als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Betrokkenen en de gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat kort samen wat tussen partijen in geschil is en deelt mede dat op deze zitting 33 beroepen worden behandelend waarin de gemachtigde tegen het niet tijdig nemen van beslissingen door de officier van justitie beroepen heeft ingediend.
De kantonrechter oordeelt in deze uitspraak in 4 van de 33 beroepen.
Voorafgaand aan de zitting zijn door de gemachtigde in de zaak [betrokkene 2] nog aanvullende gronden voor het kantonberoep ingediend.
De officier van justitie verklaart zakelijk weergegeven het volgende:
Ik verzoek alle beroepen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege misbruik van recht. In deze zaken is door de officier van justitie tijdig beslist en zijn die beslissingen ook aan betrokkenen en indien van toepassing ook aan mr. Voorbach gezonden. Via MAPS zijn de beslissingen verzonden. Het betreffende vernietigde beschikkingen waarin in 3 zaken aan de gemachtigde ook proceskosten zijn uitbetaald. De gemachtigde heeft geen contact opgenomen met zijn cliënten om te checken of er inderdaad geen beslissingen door de officier van justitie zijn genomen.
De kantonrechter sluit het onderzoek en bepaalt schriftelijk uitspraak.

Gronden voor de beslissing

De kantonrechter overweegt als volgt.
1. Alle beroepen zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op administratief beroep. In deze zaken ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het instellen van deze beroepen misbruik van recht oplevert.
2. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ingevolge artikel 13, gelezen in verbinding met artikel 15, van Boek 3 van het BW, de bevoegdheid om beroep in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich tegen inhoudelijke behandeling van een beroep dat misbruik van recht behelst, en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig beroep. Daartoe zijn zwaarwichtige gronden vereist, die onder meer aanwezig zijn als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. [1]
3. In alle zaken heeft de gemachtigde beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op administratief beroep terwijl er al een beslissing op het administratief beroep was genomen. De beslissingen op administratief beroep zijn aan de betrokkenen gezonden voor zover zij in de administratieve beroepsfase in persoon procedeerden. In de zaken waarin de gemachtigde ook in administratief beroep al namens de betrokkene optrad is de beschikking ook aan de gemachtigde bekendgemaakt. De gemachtigde heeft vervolgens in deze zaken CVOM in gebreke gesteld en heeft daarna verzocht om toekenning van dwangsommen. Ook heeft de gemachtigde klachten ingediend tegen het uitblijven van een beslissing. Hij heeft uiteindelijk deze beroepen tegen het uitblijven van een besluit ingediend.
4. De officier van justitie heeft in deze zaken de inleidende beschikkingen vernietigd. In de zaak [betrokkene 1] heeft betrokkene in persoon geprocedeerd. De gemachtigde is over die beslissing in kennis gesteld met brieven van 28 april 2025 en 10 juli 2025, die in reactie op ingebrekestellingen van de gemachtigde zijn verzonden. In de andere drie zaken zijn de beslissingen op de administratieve beroepen rechtstreeks aan de gemachtigde verzonden. Ook zijn in die drie zaken proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde toegekend. Uit de betalingsopdrachten blijkt dat uitbetaling van de proceskosten ook al ruim vóór het instellen van de beroepen heeft plaatsgevonden.
5. De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde de beroepen heeft ingesteld terwijl hij wist of had moeten weten dat er al een beslissing was genomen. De gemachtigde is daar na het versturen van ingebrekestellingen ook op gewezen. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat de beroepen zodanig evident zijn ingesteld zonder redelijk doel dat het instellen van beroep blijk geeft van kade trouw. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
6. Met verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:3767) worden de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen op het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard.
7. Nu de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- verklaart de verzoeken tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen in verband met het niet tijdig beslissen, door de officier van justitie, op de administratieve beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst de verzoeken om toekenning van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. G.W.B. Heijmans, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op:

Voetnoten

1.ABRS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.