Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedurele gang van zaken
2.Het onderzoek in raadkamer
- veroordeelde;
- zijn raadsvrouw; en
- de officier van justitie mr. R. Horstink.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Veroordeelde is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf en door het hof Den Haag tot 8 maanden gevangenisstraf. De voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) zou aanvankelijk ingaan op 8 januari 2026, maar het Openbaar Ministerie (OM) stelde de beslissing uit vanwege het ontbreken van noodzakelijke adviezen en een geschikte verblijfplaats bij een forensische zorginstelling.
Na meerdere adviezen en uitstelbesluiten verleent het OM uiteindelijk op 3 april 2026 de VI met terugwerkende kracht tot 8 januari 2026, waarbij de daadwerkelijke invrijheidstelling plaatsvindt op 22 mei 2026 na het uitzitten van een aansluitende jeugddetentie van 134 dagen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen het uitstel, maar de rechtbank oordeelt dat dit bezwaar thans niet-ontvankelijk is omdat het nieuwe besluit tegemoetkomt aan zijn belangen.
De rechtbank benadrukt dat het terugwerkend verlenen van VI niet in strijd is met de wet en dat veroordeelde hierdoor geen nadeel ondervindt. De procedure toont de complexiteit van het combineren van verschillende titels van vrijheidsbeneming en het belang van tijdige advisering en communicatie. De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, die met terugwerkende kracht is verleend.