ECLI:NL:RBGEL:2026:4119
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden onevenredig verklaard
Eiser, werkzaam in de beveiligingsbranche, kreeg op 5 juni 2025 toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten voor B.V. Vitesse. De korpschef trok deze toestemming in december 2025 in vanwege handel in vapes door eiser, wat de betrouwbaarheid van eiser in twijfel zou trekken. Eiser ging in bezwaar en stelde dat de intrekking onevenredig was en dat de korpschef had moeten volstaan met een waarschuwing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat eiser zijn opleiding tot beveiliger niet tijdig kan afronden zonder toestemming. De rechtbank stelt vast dat eiser erkent in vapes te hebben gehandeld, maar dat hij niet strafrechtelijk vervolgd is en een blanco strafblad heeft. De korpschef achtte een waarschuwing onvoldoende, maar de voorzieningenrechter vindt dat in dit specifieke geval een waarschuwing passend was.
De intrekking wordt als onevenredig beoordeeld, mede vanwege de verstrekkende gevolgen voor eiser, die jong is en gediagnosticeerd met Asperger. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens onevenredigheid.