Aanvullend op het algemene afwegingskader in hoofdstuk 1 van de Beleidsregels spelen specifiek voor vervoersvoorzieningen nog andere afwegingen een rol.
• Langdurige noodzaak
Dit element uit het algemene afwegingskader kan voor vervoersvoorzieningen als volgt verder uitgewerkt worden: de persoon met beperkingen moet de voorziening niet slechts tijdelijk nodig hebben, maar voor langere tijd. De grens van wat langdurig noodzakelijk is wordt bepaald door de vraag: gaat de beperking over of is het blijvend. Als iemand een probleem heeft dat acht of tien maanden zal duren maar daarna over zal zijn, mag er van worden uitgegaan dat geen sprake is van langdurige noodzaak.
Dat geldt overigens niet bij een aanvrager die terminaal ziek is. Als de levensverwachting bijvoorbeeld vier maanden is, is duidelijk dat het probleem voor betrokkene blijvend is. Er wordt dan uitgegaan van langdurige noodzaak.
• Structurele vervoersbehoefte
Om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen moet naast langdurige noodzaak sprake zijn van een structurele vervoersbehoefte. Onder een structurele vervoersbehoefte wordt verstaan dat de inwoner meerdere malen per maand (in ieder geval meer dan 12 keer per jaar) een vervoersprobleem ervaart als bedoeld in art.3.3.1 van de verordening.
• Productspecifieke afwegingen
De specifieke afwegingen staan per product vermeld onder productsoorten.
In de volgende gevallen wordt geen vervoersvoorziening verstrekt:
• Als het gaat om woon-werkverkeer
De vervoersvoorziening is niet bedoeld om te reizen naar bijvoorbeeld een sociale werkplaats of verplaatsingen in het kader van een betaalde baan Het woon-werkverkeer valt niet onder de Wmo 2015, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk (aanvraag via UWV).
• Als het gaat om zittend ziekenvervoer
De vervoersvoorziening is niet bedoeld voor reizen naar medische behandelingen waarvoor vervoer via de Zvw mogelijk is.
• Dubbele of overlappende voorzieningen
In principe worden er niet meerdere vervoersvoorzieningen en/of rolstoelvoorzieningen gecombineerd verstrekt. Zo is een combinatie van scootmobiel en elektrische rolstoel niet mogelijk. Uitzondering hierop zou enkel de Avan-pas kunnen zijn; deze kan, indien de individuele vervoersbehoefte daartoe noodzaakt, worden gecombineerd met een hulpmiddel voor vervoer
• Bovenregionaal vervoer (Valys)
Alle bovenregionale vervoersdoelen (meer dan 25 kilometer) vallen buiten de reikwijdte van de Wmo 2015. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is een vervoerssysteem voor bovenregionaal vervoer en valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente.
• Boodschappen doen
Voor enkel het doen van boodschappen wordt geen vervoersvoorziening ingezet, hiervoor wordt verwezen naar boodschappenservices die o.a. vanuit verschillende supermarkten worden aangeboden of (indien van toepassing) de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning.