Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3972

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
ARN 25/2745
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Regeling gehandicaptenparkeerkaartArt. 3:4 AwbArt. 8 EVRMArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers door gemeente Ede

Eiser diende een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede werd afgewezen. Het college baseerde het besluit op een medisch advies van Argonaut, waarin werd geconcludeerd dat eiser niet voldoet aan de criteria voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers, met name omdat hij niet continu afhankelijk is van hulp van de bestuurder.

Eiser voerde in beroep aan dat het advies onzorgvuldig was en dat hij wel degelijk continu begeleiding nodig heeft vanwege zijn medische situatie. Na schorsing van de procedure werd aanvullende medische informatie aan Argonaut voorgelegd, die het eerdere standpunt bevestigde. De rechtbank oordeelde dat het college het advies mocht volgen, omdat het zorgvuldig tot stand was gekomen en de conclusies begrijpelijk zijn.

Verder stelde eiser dat hij permanent rolstoelgebonden is en daarom recht heeft op een gehandicaptenparkeerkaart op grond van een andere regeling. De rechtbank verwierp dit, omdat uit het medisch advies blijkt dat eiser zelfstandig transfers kan maken en dus niet permanent rolstoelgebonden is.

Ten slotte stelde eiser dat de nadelige gevolgen van de afwijzing onevenredig zijn. De rechtbank vond dit niet aannemelijk, omdat eiser met hulp van de chauffeur bestemmingen kan bereiken en de auto op een reguliere parkeerplaats kan worden geparkeerd.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2745

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. Ö. Kenç),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede

(gemachtigde: mr. A. Klok).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eisers aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 mei 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 6 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst om het college in de gelegenheid te stellen om de aanvullende medische stukken die eiser in beroep naar voren heeft gebracht voor te leggen aan Argonaut.
2.4.
Eiser heeft op 16 maart 2026 de aanvullende reactie van Argonaut overgelegd en daarop een reactie gegeven. Het college heeft met het schrijven van 19 maart 2026 gereageerd op de reactie van eiser.
2.5.
De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een vervolgzitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser heeft op 28 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers. Het college heeft Argonaut gevraagd om een medisch advies uit te brengen. In het advies van 15 januari 2025 concludeert de keuringsarts dat eiser niet voldoet aan de criteria voor een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers. Volgens de arts is eiser niet in staat om een afstand van meer dan tien meter te lopen, maar wordt hij wel in staat geacht zelf transfers te maken. Ook zijn er geen ernstige cognitieve en/of psychiatrische beperkingen vastgesteld waardoor eiser niet ergens gedurende een korte periode zelfstandig zittend kan wachten totdat de bestuurder de auto heeft geparkeerd.
3.1.
Met het besluit van 21 januari 2025 heeft het college, onder verwijzing naar het onder 3 genoemde medische advies, de aanvraag van eiser afgewezen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor een gehandicaptenparkeerkaart. Met het bestreden besluit van
15 mei 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.
Heeft het college de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (Regeling) mogen afwijzen?
4. In artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling is bepaald dat passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die als gevolg van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke hulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan honderd meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder, in aanmerking kunnen komen voor een gehandicaptenparkeerkaart.
4.1.
In paragraaf 2.3 van het Medisch Werkdocument Gehandicaptenparkeerkaart 2024 (Werkdocument) van de Vereniging Artsen Volksgezondheid is toegelicht welke uitgangspunten worden gehanteerd bij de voorwaarde dat de passagier voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk dient te zijn van de hulp van de bestuurder:
Het aangewezen zijn op continue begeleiding kan worden afgeleid uit (een combinatie van) geobjectiveerde beperkingen zoals niet of zeer beperkt alleen (al dan niet zittend) kunnen wachten.
In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat het mogelijk is om, na het afzetten van een passagier, binnen 10 à 15 minuten de auto te parkeren en weer terug te lopen naar de plek waar de passagier is afgezet. Onder continue begeleiding wordt verstaan dat de aanvrager op medische gronden niet, dus ook niet zo’n 10 à 15 minuten, (in een onbekende omgeving) alleen gelaten kan worden. Immers vermeldt de Regeling dat het moet gaan om personen die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder. Als daarbij momenten zijn dat het vanuit medisch oogpunt verantwoord is om de persoon buitenshuis even alleen te laten, is de afhankelijkheid niet continu.
De medische gronden van continue begeleidingsafhankelijkheid dienen wel uitgevraagd en onderbouwd te worden. Soms is de aanvrager weliswaar zeer slecht ter been door bijvoorbeeld evenwichtsstoornissen, maar blijkt al uit de anamnese dat de aanvrager zelfstandig genoeg is om alleen te zitten wachten, bijvoorbeeld als de aanvrager adequaat reageert en zelfstandig gebruik maakt van een scootmobiel buitenshuis voor de boodschappen. Het moet dus gaan om een vorm van kwetsbaarheid die het medisch noodzakelijk maakt dat de persoon buitenshuis continu begeleid moet worden, ook bij het (zitten) wachten. Onder continue begeleiding wordt verstaan de medische noodzaak tot het non-stop aanwezig zijn van fysieke en/of mentale begeleiding, toezicht en oppassing buitenshuis. Met andere woorden: de aanvragende passagier kan niet (even) alleen gelaten worden, omdat zich dan een ernstig probleem kan voordoen als gevolg van een kwetsbaarheid op somatisch, psychiatrisch of verstandelijk gebied.
5. Het is niet in geschil dat eiser niet in staat is om een afstand van meer dan honderd meter aan een stuk te voet te overbruggen. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiser voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.
5.1.
In de beroepsprocedure heeft eiser medische informatie overgelegd van de huisarts en de cardioloog waaruit volgens hem blijkt dat hij continue afhankelijk is van de hulp van de bestuurder van de auto. De medische informatie is opgesteld ná het bestreden besluit. Deze informatie is (na schorsing van het onderzoek ter zitting) alsnog voorgelegd aan Argonaut. De keurend arts heeft in een nader advies uiteengezet dat de in beroep overgelegde medische stukken geen aanleiding geven het eerder ingenomen standpunt te herzien. Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van ernstige psychische beperkingen die maken dat eiser buitenshuis niet alleen kan worden gelaten. Daarbij heeft de keurend arts de inspanningstolerantie van eiser betrokken. Eiser wordt in staat geacht een transfer te maken vanuit de auto in de rolstoel (en vice versa) en in de rolstoel te wachten tot de bestuurder de auto heeft weggezet of de auto heeft opgehaald. Eiser heeft een reactie gegeven op het nadere advies en Argonaut heeft deze reactie meegenomen in de definitieve versie van het nadere advies van 8 maart 2026.
Mocht het college het bestreden besluit baseren op het medisch advies van Argonaut?
6. Eiser stelt dat het college het bestreden besluit niet mocht baseren op het advies van de arts van Argonaut omdat dit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Er is namelijk geen contact geweest met de huisarts of behandelend specialist. De medische voorgeschiedenis is niet inhoudelijk onderzocht en de verklaring van de huisarts is genegeerd. Uit de Richtlijn Gehandicaptenparkeerkaart 2022 (de Richtlijn) volgt dat het medisch advies dient te berusten op objectieve feiten, observatie en relevante medische gegevens. Informatie van de behandelend arts kan daarbij noodzakelijk zijn. Verder stelt eiser wel degelijk open te staan voor een second opinion als deze onafhankelijk wordt uitgevoerd. Dat betekent dat de second opinion niet door Argonaut kan worden uitgevoerd.
6.1.
Ook het nadere advies van Argonaut van 8 maart 2026 kan de afwijzing volgens eiser niet dragen. Het nadere advies erkent weliswaar de ernstig beperkte inspanningstolerantie van eiser, maar vervolgens wordt onterecht gesteld dat eiser desondanks buitenshuis in een rolstoel kan wachten. Bovendien hanteert de keurend arts een onjuiste uitleg van het begrip “continue afhankelijkheid” door als uitgangspunt te hanteren dat een betrokkene 10 tot 15 minuten buitenshuis alleen kan worden gelaten. Daarmee wordt een extra drempel opgeworpen die niet uit de regeling voortvloeit. Eiser stelt dat hij niet in staat is om alleen in de openbare ruimte te worden gelaten, wegens pleinvrees, risico op ademnood of plotselinge medische complicaties. De huisarts geeft expliciet aan dat het achterlaten van eiser in benauwde toestand zonder directe begeleiding een onwenselijke en risicovolle situatie oplevert. De keurend arts heeft dit volgens eiser onvoldoende onderkend en heeft in onvoldoende mate de samenhang beoordeeld tussen de afzonderlijke aspecten van de situatie: de hoge leeftijd van eiser (81 jaar), de ernstige en chronische hart- en longaandoening, de minimale belastbaarheid en de afhankelijkheid van begeleiding buitenshuis. Ook wordt in het advies ten onrechte gesteld dat eiser in staat is om binnenshuis te herstellen van inspanning en dat die situatie is te vergelijken met de situatie waarin eiser na een transfer in de rolstoel moet wachten op de bestuurder. De thuissituatie biedt namelijk rust, voorspelbaarheid, directe toegang tot hulpmiddelen en doorgaand begeleiding in de nabijheid, die in een openbare en onbekende omgeving ontbreekt. Het gaat er uiteindelijk om dat eiser permanent afhankelijk is van toezicht en begeleiding, zoals uit de door hem overgelegde medische stukken kan worden afgeleid.
7. Volgens vaste rechtspraak [2] mag een bestuursorgaan op het advies van een deskundige afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten (de vergewisplicht). Het is vervolgens aan de aanvrager om met medische stukken aannemelijk te maken dat het medisch advies niet klopt.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat het college het bestreden besluit mocht baseren op het medisch advies van Argonaut. Uit het advies van de arts van Argonaut van
15 januari 2025 en het aanvullende advies van 8 maart 2026 volgt dat hij eiser op het spreekuur heeft gezien, fysiek heeft beoordeeld en het looppatroon heeft geobserveerd. Hij heeft geen collegiale informatie opgevraagd, omdat het eigen onderzoek de problematiek voldoende inzichtelijk maakt. Indien een arts van mening is dat hij voldoende informatie heeft om zich een oordeel te vormen over de medische situatie van een betrokkene, mag hij in principe afgaan op zijn eigen oordeel en heeft hij de vrijheid om af te zien van het opvragen van medische informatie. De arts concludeert dat eiser een loopbeperking heeft. Als gevolg hiervan wordt eiser niet in staat geacht om een afstand van meer dan tien meter aan een stuk, met het gebruik van een loophulpmiddel, te overbruggen. Eiser wordt wel in staat geacht om zelfstandig transfers te maken, bijvoorbeeld van de auto naar de rolstoel. Verder volgt uit het medisch advies dat geen ernstige cognitieve en/of psychiatrische beperkingen zijn vastgesteld waardoor eiser niet ergens gedurende een korte periode zelfstandig zittend kan wachten totdat de bestuurder de auto heeft geparkeerd. Ook uit het nadere advies volgt niet dat er aanwijzingen zijn voor ernstige psychische beperkingen die maken dat eiser buitenshuis niet alleen kan worden gelaten. Eiser wordt in staat geacht zittend in de rolstoel te herstellen van de overstap van de auto naar de rolstoel.
7.2.
Deze redenering van de arts is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan. Niet is gebleken dat de arts van Argonaut is uitgegaan van een onjuiste interpretatie van het toetsingskader. Het uitgangspunt dat een betrokkene zelfstandig kan wachten op de bestuurder als hij 10-15 minuten alleen kan worden gelaten volgt uit het Medisch Werkdocument Gehandicaptenparkeerkaart 2024 en is een toelaatbare invulling van het begrip “continue afhankelijkheid” in de Regeling.
7.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Dit betekent dat het college het bestreden besluit mocht baseren op het medische advies van Argonaut en de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b, van de Regeling heeft mogen afwijzen. Vraag is vervolgens of eiser in aanmerking dient te komen voor een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c, van de Regeling. In dit verband wordt het volgende overwogen.
Heeft het college de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c, van de Regeling mogen afwijzen?
8. In artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling is bepaald dat bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden zijn, in aanmerking kunnen komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. In paragraaf 2.4 van het Werkdocument is toegelicht dat als iemand zelfstandig, of eventueel met een loophulpmiddel en/of steunname aan een persoon nog enkele meters kan lopen naar een klaargezette rolstoel, er geen sprake is van volledige rolstoelgebondenheid.
8.1.
Eiser stelt dat het college ten onrechte geen gehandicaptenkaart voor passagiers heeft toegekend. Uit de verklaring van de huisarts en het medisch overdrachtsdocument blijkt dat eiser bij alle buitenactiviteiten permanent rolstoelgebonden is. Volgens de Richtlijn komt een aanvrager altijd in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerkaart in de situatie waarin de aanvrager niet zelfstandig kan staan of lopen, en hooguit met steun of hulp een transfer kan maken. Eiser valt binnen deze omschrijving. Het criterium ‘permanent’ heeft volgens de Richtlijn betrekking op de functionele afhankelijkheid bij buitenshuis verplaatsen en niet op incidentele mobiliteit binnenshuis.
8.2.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder c, van de Regeling mocht afwijzen. Uit het medisch advies blijkt dat eiser in staat is om zelfstandig transfers te maken. Hij is daardoor niet permanent rolstoelgebonden zoals bedoeld in de Regeling en het Werkdocument. Eisers stelling dat hij hooguit met steun of hulp een transfer kan maken en daardoor recht heeft op een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers, volgt de rechtbank dan ook niet.
Heeft het besluit nadelige gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen?
9. Eiser stelt dat het bestreden besluit nadelige gevolgen heeft die niet in verhouding zijn tot de met het besluit te dienen doelen. Eiser is 81 jaar en ernstig ziek. Zonder een gehandicaptenparkeerkaart kan hij medische afspraken moeilijk bereiken en loopt hij gezondheidsrisico’s. Dit is in strijd met het doel van de Richtlijn. Ook worden artikel 8 van Pro het EVRM en het VN-verdrag inzake personen met een handicap geraakt in deze kwestie.
9.1.
Op grond van het in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel mogen de voor betrokkene nadelige gevolgen van weigering van de gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.
9.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de nadelige gevolgen van het bestreden besluit onevenredig zijn met de met het besluit te dienen doelen. Gelet op het medische advies wordt eiser in staat geacht om als passagier, en eventueel met hulp van de chauffeur, bestemmingen te bereiken. Eiser kan dichtbij de locatie waar hij moet zijn worden afgezet door de chauffeur. Het is daarvoor niet nodig dat de auto waarin hij wordt vervoerd dichtbij, op een gehandicaptenparkeerplaats, geparkeerd wordt. De chauffeur kan de auto op een reguliere parkeerplaats parkeren terwijl eiser wacht in zijn rolstoel.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Centrale Raad van Beroep 22 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1124.