Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3773

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
12145829
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 lid 3 BWArt. 7:673 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling vakantiegeld en niet-genoten LFB-uren na einde dienstverband

De verzoeker was sinds juni 2023 in dienst bij Evergreen als psycholoog voor 20 uur per week. Na ziekmelding in februari 2025 ontstond een geschil over loonopschorting en re-integratieverplichtingen, dat leidde tot een kortgeding en een schikking in oktober 2025. De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege op 31 december 2025, waarbij Evergreen aanzeg- en transitievergoeding toezegde.

De verzoeker vorderde betaling van aanzegvergoeding, transitievergoeding, vakantiegeld en niet-genoten LFB-uren. Tijdens de zitting erkende de gemachtigde van de verzoeker een fout in de berekening van de aanzeg- en transitievergoeding, waarna partijen overeenkwamen dat Evergreen deze bedragen reeds had voldaan. De resterende vordering betrof het vakantiegeld en de LFB-uren.

Evergreen betwistte de hoogte van de LFB-uren en stelde dat 18 uren in mindering moesten worden gebracht wegens te laat komen en eerder vertrekken, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat Evergreen onvoldoende bewijs leverde van gemaakte afspraken over verrekening van uren en dat de gespreksverslagen niet door de verzoeker waren ontvangen of ondertekend.

De kantonrechter veroordeelde Evergreen tot betaling van het volledige bedrag aan vakantiegeld en 44 niet-genoten LFB-uren, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 december 2025. Het tegenverzoek van Evergreen tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad werd afgewezen omdat Evergreen grotendeels in het ongelijk werd gesteld. De proceskosten werden toegewezen aan Evergreen, die deze moet betalen binnen veertien dagen.

Uitkomst: Evergreen wordt veroordeeld tot betaling van vakantiegeld en niet-genoten LFB-uren met rente en in de proceskosten, terwijl het tegenverzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 12145829 \ HA VERZ 26-55
Beschikking van 11 mei 2026
in de zaak van
[naam verzoeker]
te [woonplaats]
verzoekende partij
hierna te noemen: [de verzoeker]
gemachtigde: mr. W. Kok
tegen
EVERGREEN GGZ NOVUS B.V.
te Arnhem
verwerende partij
hierna te noemen: Evergreen
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met producties,
- het verweerschrift, met producties,
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[de verzoeker] is op 21 juni 2023 bij Evergreen in dienst getreden in de functie van psycholoog op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, voor 20 uur per week, met een bruto maandsalaris bij een fulltime dienstverband van € 4.795,00 exclusief 8% vakantietoeslag.
2.2.
[de verzoeker] heeft zich op 14 februari 2025 ziek gemeld.
2.3.
In verband met een door Evergreen toegepaste loonopschorting wegens het beweerdelijk niet naleven van de re-integratieverplichtingen door [de verzoeker] heeft [de verzoeker] in het najaar van 2025 een kortgedingprocedure gestart tegen Evergreen. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 oktober 2025 hebben partijen een schikking getroffen om een einde aan de rechtszaak te maken. Op grond daarvan heeft Evergreen een nabetaling gedaan aan [de verzoeker] .
2.4.
Op 9 december 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen partijen waarbij Evergreen heeft aangegeven de arbeidsovereenkomst met [de verzoeker] niet te zullen verlengen.
2.5.
Bij brief van diezelfde datum heeft Evergreen aangegeven de aanzegvergoeding te zullen betalen.
2.6.
Bij brief van 10 december 2025 heeft de gemachtigde van [de verzoeker] Evergreen aangeschreven en Evergreen gesommeerd tot uitbetaling van de aanzegvergoeding en de wettelijke transitievergoeding over te gaan.
2.7.
Bij brief van 17 december 2025 heeft Evergreen laten weten (ook) de transitievergoeding aan [de verzoeker] te zullen betalen.
2.8.
De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is van rechtswege geëindigd op 31 december 2025.
2.9.
Bij brief van 6 februari 2026 heeft Evergreen geschreven de medewerking van [de verzoeker] nodig te hebben voor het opmaken van de eindafrekening in het kader van opgenomen verlofuren.
2.10.
Bij brief van 12 februari 2026 heeft de gemachtigde van [de verzoeker] Evergreen aangeschreven en haar gesommeerd om uit te betalen een bedrag van € 9.792,73 in het kader van de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst, bestaande uit de aanzegvergoeding, de transitievergoeding, het vakantiegeld en openstaande LFB-uren.
2.11.
Op 6 maart 2026 heeft Evergreen een bedrag van € 1.560,00 aan [de verzoeker] overgemaakt onder de vermelding “november 2023”.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[de verzoeker] verzoekt, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, Evergreen te veroordelen tot betaling aan [de verzoeker] van:
I. een bedrag van € 1.392,10 bruto aan aanzegvergoeding ex artikel 7:668 lid 3 BW Pro;
II. een bedrag van € 2.685,20 bruto aan pro rato vakantiegeld;
III. een bedrag van € 1.352,43 bruto aan openstaande LFB-uren (Levensfasebudget);
IV. een bedrag van € 4.363,00 bruto aan de transitievergoeding ex artikel 7:673 BW Pro;
V. de wettelijke rente over de onder I. tot en met IV. gevorderde bedragen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoeding tot aan de dag der algehele voldoening,
VI. veroordeling van Evergreen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Aan het verzoek heeft [de verzoeker] ten grondslag gelegd dat Evergeen de aanzegvergoeding en de transitievergoeding niet heeft uitbetaald, terwijl betaling wel toegezegd was. [de verzoeker] heeft voorts nog recht op uitbetaling van het vakantiegeld en opgebouwde LFB-uren.
3.3.
Evergreen voert verweer. Zij voert aan dat de hoogte van de aanzegvergoeding en transitievergoeding onjuist door de gemachtigde van [de verzoeker] zijn berekend. De gemachtigde is uitgegaan van een te hoog loon, namelijk het loon bij een fulltime dienstverband. De juiste bedragen heeft de accountant van Evergreen berekend en die zijn inmiddels door Evergreen uitbetaald.
Voorts stelt Evergreen dat 18 uur waarop [de verzoeker] in 2023 niet heeft gewerkt, omdat zij of te laat op het werk kwam of eerder naar huis ging, moeten worden verrekend met het saldo LFB-uren.

4.Het tegenverzoek en het verweer

4.1.
Evergreen verzoekt in haar tegenverzoek om veroordeling van [de verzoeker] tot vergoeding van door Evergreen geleden schade op grond van onrechtmatige daad.
4.2.
Evergreen legt, kort gezegd, aan haar tegenverzoek ten grondslag dat zij schade heeft geleden door kosten te maken voor onder meer haar gemachtigde doordat [de verzoeker] Evergreen tweemaal in een rechterlijke procedure heeft betrokken.
4.3.
[de verzoeker] voert verweer waarop hierna, voor zover nodig, nader zal worden ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Ter zitting heeft de gemachtigde van [de verzoeker] laten weten dat hij bij de berekening van de vergoedingen inderdaad is uitgegaan van een te hoog salaris. De oorzaak daarvan is dat in de arbeidsovereenkomst het hoge bedrag als salaris voor [de verzoeker] is vermeld, zonder dat daaruit blijkt dat dit van toepassing is bij een fulltime dienstverband, terwijl [de verzoeker] 20 uur per week werkte. Door deze onduidelijkheid in de arbeidsovereenkomst is de gemachtigde van [de verzoeker] op het verkeerde been gezet en heeft hij de vergoedingen te hoog berekend. Ter zitting waren partijen het er over eens dat Evergreen aan transitie- en aanzegvergoeding in totaal verschuldigd is een bedrag van € 3.506,69 netto. Dat bedrag is door Evergreen in twee termijnen betaald, te weten op 6 maart 2026 een bedrag van €1.560,00 netto [1] en op 19 maart 2026 een bedrag van € 1.946,69 netto. In verband met deze betalingen heeft de gemachtigde van [de verzoeker] ter zitting haar vorderingen ter zake de transitie- en aanzegvergoeding ingetrokken.
5.2.
Derhalve resteert ter beoordeling het verzoek van [de verzoeker] om Evergreen te veroordelen tot betaling van achterstallig vakantiegeld en een bedrag ter zake openstaande LFB-uren.
5.3.
Ter zake het vakantiegeld waren partijen het er ter zitting over eens dat het gaat om een bedrag van € 1.497,18 netto. Dit bedrag is door Evergreen tot op heden onbetaald gebleven. Evergreen zal tot betaling daarvan worden veroordeeld. Omdat Evergreen dit bedrag niet tijdig heeft betaald wordt zij ook veroordeeld tot betaling van de gevorderde wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2025 tot de dag waarop het bedrag volledig zal zijn betaald.
5.4.
Voor wat betreft de gevorderde uitbetaling van niet genoten LFB-uren wordt als volgt overwogen. [de verzoeker] stelt dat zij aanspraak heeft op uitbetaling van 44 niet genoten LFB-uren. Blijkens de specificatie in het verzoekschrift gaat het om de volgende opgebouwde uren:
- 21 juni 2023 tot september 2023: 8 uren
- oktober 2023 tot januari 2025: 16 uren
- februari 2025 tot 31 december 2025: 20 uren
Evergreen heeft juistheid van de opbouw van deze uren niet, althans niet gemotiveerd, betwist. Wel moeten volgens Evergreen op dit saldo van in totaal 44 uren, 18 uren in mindering worden gebracht. Dit omdat [de verzoeker] in 2023 gedurende een langere periode later op het werk kwam en/of eerder naar huis ging, waardoor zij in totaal 18 minder uren heeft gewerkt dan het aantal overeengekomen te werken uren. Evergreen beroept zich ter onderbouwing op de urenregistratie/agenda van [de verzoeker] zelf. Evergreen heeft ter onderbouwing van die beweerdelijke afspraak verwezen naar een gespreksverslag dat hij in het geding gebracht. Ook heeft de bestuurder van Evergreen er ter zitting op gewezen dat hij [de verzoeker] op de te weinig gewerkte uren (te laat komen en/of te vroeg weggaan) heeft aangesproken en dat ook schriftelijk aan [de verzoeker] heeft bevestigd. Daarna kwam [de verzoeker] gedurende langere tijd wel steeds op tijd en ging zij niet te vroeg weg. Daarmee is volgens Evergreen bewezen dat de afspraak de te weinig gewerkte uren op het LBF-saldo in mindering te brengen daadwerkelijk is gemaakt. [de verzoeker] heeft ter zitting verweer gevoerd tegen deze stelling van Evergreen. Volgens [de verzoeker] heeft zij soms minder uren kunnen werken dan afgesproken omdat er geen werk beschikbaar was. Zij kon namelijk alleen onder begeleiding van een gecertificeerde psycholoog haar werkzaamheden verrichten, en die was niet steeds beschikbaar. Dat komt voor rekening en risico van Evergreen. Voorts heeft [de verzoeker] aangevoerd dat ze weliswaar soms later kwam en eerder wegging omdat ze na haar bevalling recht had op tijd om te kolven. Voorts heeft [de verzoeker] betwist dat zij ooit met Evergreen afspraken heeft gemaakt over verrekening van te weinig gewerkte uren in 2023 met het saldo LPB-uren. Tot slot heeft [de verzoeker] betwist dat zij de gespreksverslagen die Evergreen in het geding heeft gebracht, heeft ontvangen.
5.5.
De kantonrechter overweegt ter zake het volgende.
Het ligt op de weg van de Evergreen om gemaakte afspraken over verrekening van niet gewerkte uren met verlofuren duidelijk vast te leggen en dan ook tijdig in het verlofsaldo zichtbaar te registreren. Van enige verlofregistratie is niet gebleken. Evenmin heeft Evergreen bewijs geleverd van de beweerdelijke afspraak dat [de verzoeker] in 2023 18 uur te weinig heeft gewerkt, dat voor haar rekening en risico komt en/of dat is afgesproken dat deze niet gewerkte uren in mindering zouden worden gebracht op haar saldo LFB- uren. De gespreksverslagen zijn niet door [de verzoeker] voor akkoord getekend en evenmin blijkt op andere wijze dat zij deze ooit heeft ontvangen. Dit betekent dat het verweer van Evergreen ter zake de vordering tot uitbetaling van 44 niet genoten LFB-uren wordt verworpen. [de verzoeker] vordert ter zake een bedrag van € 1.352, 43 bruto. De juistheid van dit bedrag is, uitgaande van 44 uur, door Evergreen niet betwist. Evergreen zal dan ook veroordeeld worden tot betaling van 44 niet genoten LFB-uren. Omdat Evergreen ook met betaling van dit bedrag uren te laat is, wordt de gevorderde wettelijke rente hierover toegewezen vanaf 31 december 2025 tot de dag waarop Evergreen het bedrag volledig heeft voldaan.
5.6.
Evergreen zal omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld en omdat hij de aanzeg- en transitievergoeding pas volledig heeft betaald nadat het verzoekschrift reeds was ingediend in de kosten worden veroordeeld. Deze wordt aan de zijde van [de verzoeker] in het verzoek begroot op:
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.274,00
5.7.
Evergreen heeft bij zijn verweerschrift een tegenverzoek ingediend inhoudende dat hij vraagt [de verzoeker] te veroordelen tot vergoeding van de door haar geleden schade op grond van onrechtmatige daad, alsmede om [de verzoeker] te veroordelen in de proceskosten waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van Evergreen. Ter zitting heeft Evergreen toegelicht dat de schade die hij heeft geleden bestaat uit gemaakte kosten van onder meer zijn gemachtigde als gevolg van onrechtmatig handelen van [de verzoeker] . De onrechtmatigheid zou daarin hebben bestaan dat [de verzoeker] Evergreen tweemaal in een rechtelijke procedure heeft betrokken, aldus Evergreen ter zitting.
5.8.
De kantonrechter overweegt als volgt. Vergoeding van enige schade wegens onrechtmatig handelen of een vergoeding ter zake van proceskosten ter begunstiging van Evergreen is in deze zaak geen plaats omdat het Evergreen is die grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, zoals hiervoor reeds is overwogen. Voorts heeft de gemachtigde van [de verzoeker] ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd tegen de stelling van Evergreen dat hij kosten heeft gemaakt voor inschakeling van een gemachtigde, omdat de naam van de (beweerdelijke) gemachtigde niet op het kantoor dat genoemd is, bekend is.
Hoezeer er gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is besproken aanwijzingen zijn dat dit laatste verweer dat een niet bestaande gemachtigde is opgevoerd juist is of kan zijn, zal de kantonrechter dat verder onbesproken laten. Dit omdat de vorderingen van Evergreen ter zake van schade wegens onrechtmatig handelen en/of proceskosten om andere redenen reeds worden afgewezen.
5.9.
De kosten voor het tegenverzoek zal de kantonrechter compenseren nu het tegenverzoek direct samenhangt met het verzoek. Dat betekent dat ieder van partijen in het tegenverzoek de eigen proceskosten betaalt.

6.De beslissing

De kantonrechter
Op het verzoek van [de verzoeker]
6.1.
veroordeelt Evergreen tot betaling van € 1.497,18 netto ter zake vakantiegeld en € 1.352,43 ter zake niet-genoten LBF-uren, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2025 tot de dag waarop alles is betaald;
6.2.
veroordeelt Evergreen in de proceskosten van € 1.274,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Evergreen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend
6.3.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
6.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Op het tegenverzoek van Evergreen
6.5.
wijst het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en/of vergoeding van proceskosten af;
6.6.
compenseert de kosten in het tegenverzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.

Voetnoten

1.Aan welk bedrag overigens op de specificatie een andere bestemming, te weten ‘november 2023’is toegekend.